Friday, April 19, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size



Vlees en Geest
Duurt Sikkens
 
 
De kern van het evangelie van God en Zijn Zoon is: Christus onder u!  Dáár gaat het om! De hoop der heerlijkheid. Wat is een ‘christen’? Wat betekent het woord? ‘Gezalfde’. Ik lees het even voor uit Rom. 8: 5-9.
Zij die naar het vlees zijn’ – ‘vlees’…., onthoud het maar goed, zo gauw  het in de bijbel over ‘vlees’ gaat, dan is het ‘mens’.  Natuurlijke mensen, dát is vlees!
‘Want zij die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest. De gezindheid van het vlees, dat loopt uit op de dood; de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods;  trouwens, het kan dat ook niet: want zij, die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen. Jullie zijn niet in het vlees, maar in de Geest, althans indien de Geest Gods in je woont’.
En nu komt dat beruchte zinnetje: ‘Indien iemand de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hemniet toe’. Je leest talloze advertenties waar boven staat, als ze gestorven zijn: ‘De Heer is mijn Herder’. En ze zingen ook met volle overtuiging: “Ik ben het eigendom van Jezus, dat maakt mijn hart zo blij”.
Maar wat stáát hier nou? Het gaat erom dat je gedoopt bent met de Geest van Christus. Ondergedompeld,  -  dat is dopen - , in de heilige Geest. Dan maak je deel uit van Zijn geestelijke lichaam.
Kijk, die microfoon die hier staat, daar zit mijn geest niet in; die behoort mij ook niet toe.
Ook de vloer niet, de lessenaar niet, jullie niet. Waar mijn geest in zit, dàt is mijn lichaam.
Dus: de Geest van Christus is werkzaam in Zijn lichaam. Dàt behoort bij Hem. Ja, je bent een gezalfde.
1 Cor. 15:(45-49) :  ’Zo staat er geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel’.
Ik zal proberen het goed uit te leggen. Hij werd een levende ziel. Daar staat het woord ‘psyche’, ‘maar de laatste’, ‘uiteindelijke, ‘waar het op uitloopt’. .’.de laatste Adam een levendmakende geest. Daar staat het woord ‘pneuma’. Dat heeft te maken met adem, lucht, wind. Denk aan het Hebreeuwse woord RUACH voor adem en geest. Dus ‘psyche’ en ‘pneuma’.
De natuurlijke mens heeft te maken met de psyche, de geestelijke mens met de  pneuma, en de eerste uiteindelijke Adam, dat was Jezus! De mens zoals die door God bedoeld en gewenst is. Zijn beeld. En daarna kwamen Petrus, Johannes, Paulus enz. Ze werden allemaal uiteindelijke Adams. Het doel waar het op aan komt, de uiteindelijke mens Gods. Nee, het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke. Maar iemand die tot een zekere volwassenheid is gekomen, die kan nadenken over geestelijke dingen. Die zegt: “Hé, er is nog een andere wereld”.
De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, puur natuur, materie. Maar de tweede is uit de hemel. Let op: uit de hemel! Dat wil zeggen: ‘afkomstig van’. ‘Zoals de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken…’ Nou, ik ben lang genoeg stoffelijk geweest vind ik. …’en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen’. Dus ik heb hier te maken met hemelsen! Heb je die term wel eens voor jezelf gebruikt? Ik ben een hemelse! Een hemels mens. Daar kom ik vandaan, daar ligt mijn oorsprong, mijn wedergeboorte. Letterlijk staat er: ‘Van boven geboren’ en ik ben nu een hemels mens.
En nou komt het: ‘Gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben…; voltooide tijd; ….’zullen we het hemelse dragen’; toekomende tijd. En in dàt proces zitten we. Dus hoe interessant is mijn natuurlijke leven voor het Koninkrijk Gods? Dat is toch niet interessant? Of ik nou wel of niet van kunst houd, van jazz, of niet, schilderijen, aan het strand wandelen…. Dat is niet interessant voor het Koninkrijk Gods.
Er is er eentje geweest die het heel helder heeft gezegd: “Het vlees doet geen nut”. Wie heeft dat gezegd? Jezus zèlf ! Wist je dat? “Het vlees doet geen nut”.
Ik zal het nog een beetje meer uitwerken. Het gaat dus om die twééde mens. En niet om die eerste. Want wat uit de Geest geboren is, en dat bèn ik, dat is Geest! Oftewel geestelijk. Dat is geen opgesierd vléés.
 
Ik zal het nog eens anders zeggen. In 2 Timotheüs 2 vers 20 staat: ‘In een groot huis’ - endat gaat over de tempel -; eigenlijk staat er: ‘een groot huishouden’ ‘zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver, nee, maar ook van hout en aardewerk, en wel deels met eervolle en deels met minder eervolle bestemming’.
En nou komt het: ‘Indien iemand zich hiervan gereinigd heeft’. Waarvan? Van die minder eervolle bestemming. Daar valt geen eer aan te behalen.
Je hebt namelijk christenen, die zeggen dat ze met de heilige Geest gedoopt zijn, maar desondanks is er is geen eer aan te behalen. Ze hebben het namelijk over natuurlijke dingen, altijd maar weer. Over eindeloze familieaangelegenheden, over eten en drinken, bezittingen, huizen enzovoort. Ja, dat is eigenlijk met elkaar in tegenspraak: Christen zijn en aardse bezigheden. Het vlees doet geen nut. Als je je daarvan nou reinigt, dan zul je een voorwerp zijn met een eervolle bestemming, in de tempel. Geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar. Nou, duidelijker kan niet. Want anders ben je ónbruikbaar voor de eigenaar. Het natuurlijk mens-zijn versus Geest.
Want ik geloof dat als je dat hémelse leven leidt, je vanzelf een goed mens wordt. Dat is het punt niet; ja.
Je hebt van die mensen; hout en aardewerk; het is niet voor niets hout en aardewerk hoor. Hout, daar heeft leven in gezeten en aardewerk is van de aarde.
Paulus weet heus wel welke beelden hij gebruikt. Je hebt aardse christenen en hemelse.
Aardse christenen bidden maar dat ze op aarde een ongestoord leven mogen leiden en dat het allemaal maar goed mag gaan. Een ongestoord natuurlijk leven. Nou, het leven van Jezus is zo vaak verstoord op aarde.
Maar wie bidden in de Geest, die zijn altijd geestelijk bezig. Dat is God ook! Hij bidt ook al Zijn hele leven. Bidden is bezig zijn met handelingen en met woorden, in de hemel. Daar, in de geestelijke wereld ligt je werkterrein.
Er is niets mis met allerlei therapieën hoor. Helemaal niets mis mee. Maar de genezing is uit de Geest! De genezing van je zielenleven is uit de Geest!
Kijk, de kastanje, die ik was, die is dood. Ja, gelukkig wel. Maar wat daar uitkomt, dát ben ik. De Christus leeft in me. Dàt is m’n ware ik, mag ik het zo eens zeggen? Mijn ware ik, dié is opgestaan. En wat krijg je dan? Dan krijg je de Goddelijke natuur!
Vroeger moest ik de karakterkubus van professor Heimans leren; acht verschillende soorten karakters. Misschien ken je ze nog wel: flegmaticus, cholericus enzovoort en dan ook nog alle tussenvormen. En daarmee moest je de mensen indelen. Dan gaf je ze een etiket. Nu is mijn vraag: Wat voor karakter had Abraham? Wat voor karakter had Jeremia? Ja, daar vraag je me wat. Wat voor karakter had Johannes? Geen idee! Wat voor karakter had Mattheüs? Wat weet je nou van hun natuurlijke karakters? Helemaal niks! Dat is ook niet interessant. Wat weet je van het natuurlijke karakter van Jezus? Ja, daar vraag je me wat! Ja, dat is niet interessant.
Zóveel mensen willen graag een natuurlijke Jezus leren kennen. Hoe Hij er uit zag, wat voor kleren Hij droeg, met of zonder baardje, wat voor kleur ogen. Je moet daar toch niet aan denken? Nooit lees ik karakterbeschrijvingen van mensen in de bijbel. Maria, wat weet je nou van haar karakter? Zij hebben allemaal karaktereigenschappen van God geopenbaard! En dáár gaat het om! Moet je horen wat ze zeggen en wat ze geleden hebben om dat te zeggen.
Dus het gaat niet om interessante wetenswaardigheden over allerlei mensen die op de áárde geleefd hebben, maar het gaat erom dat Gods wezen tevoorschijn komt! Wat weet je van het karakter van aardsvader Jacob? “Ja, een doorzetter”. Nou, geweldig. Je zag hem in de verte aankomen, Jacob. Hij liep mank. ”Oh, daar komt Jacob aan”. Hij had altijd een stok bij zich. Toen hij stierf, leunde hij op die stok. 
Dus wat doet God? Hoe onvolmaakt jouw karakter ook is, wérk daar niet aan, want God bereikt Zijn doel met mensen die allemaal wat hebben, of iets missen. Mag ik het ook zo zeggen? Met onvolmaakte mensen, zó bereikt Hij Zijn doel en Zijn plan hoor!
Je wilt toch niet eerst een perfect, natuurlijk mens worden, een opgepoetste kastanje? Of een rups met plastic vleugels…, dat wil je toch niet?
Mag ik het eens heel doordringend zeggen? Ik citeer Paulus: “Je leeft niet voor jezèlf”, zegt hij. Nou, ik kom honderden mensen tegen die alleen maar voor zichzelf leven. Het belangrijkste gespreksonderwerp dat zijn ze zelf.
Kijk eens naar 1 Cor. 2:10(-13).
‘Ons heeft God het geopenbaard door de Geest’.Je hebt het ook niet uit jezelf. Jesaja zegt dat ergens: ‘De weg van een mens zit niet in zichzelf’.
‘De Geest doorzoekt alle dingen’en nou komt het: ‘de diepten Gods’. De diepste gedachten van God. En die Geest zit in jou. Dus als je in een tong spreekt, wat zoek je dan? De schatten Gods! De geheimenissen van Zijn Koninkrijk waarover Jezus altijd sprak, als of niet in de vorm van gelijkenissen.
‘Wie onder de mensen weet wat in de mens is dan des mensen eigen geest die in hem is’.
Ja, ik weet het beste wat er in mij leeft en mijn vrouw weet ook aardig wat. Natuurlijk, als je veel met elkaar omgaat, leer je elkaar goed kennen.  Zo is het ook met de Vader. Dus die schatten, die zoek je in elkaar op. Je haalt de mooie dingen naar boven toe. Dat doe je. Wij zijn met ándere dingen bezig, zal ik maar zeggen. Als ik weet wat er in mij leeft, heet dat ‘psychologie’. Het gaat over de psychische mens. Maar alle psychologie heeft mij niet bij de Heer gebracht. Zo weet niemand wat in God is dan alleen de Geest. Die weet het! ‘Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen’...., -  dat is dus het gepsychologiseer - … maar de Geest uit God opdat wij zouden weten, wat ons geschonken is’. Het is van buitenaf   in ons gelegd. ‘Wij spreken dan ook niet met menselijke wijsheid, maar door de Geest, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken’. Het staat er zo duidelijk.
 
Wie van ons heeft er geen enkele tekortkoming? Die mag gaan staan. Nou, vind je dat niet prachtig? Dat God zegt: ” Nou, dáár begin Ik aan! Dat vind Ik zo mooi. En Ik poets je natuurlijke leven niet op”. Aan mij valt ook nog wel wat te verbeteren, maar ik heb gemerkt: dat gaat vanzèlf! Je wordt vanzelf een evenwichtig mens als je je verdiept in de gedachten Gods. En dat heb ik ook bij verscheidenen gemerkt. Hoe meer die zich verdiepen in de gedachten Gods in onderlinge gesprekken, dan zie je dat ineens iemand opbloeit. Ja, dat wordt nog eens wat! Het gaat dus niet om het eindeloos doorgaan aan zelfverwerkelijking.
Ik heb het zelfs in een christelijke encyclopedie gevonden. Daar stond in over de hoop dat het niet om zèlfverwerkelijking gaat. Het gaat om de verwerkelijking, de realisering van het Koninkrijk Gods binnen in je! Dáár is God begonnen.
Als jij dus bidt: “Uw Koninkrijk kome”, dan komt dat écht niet uit de hemel vallen. Nee, dat zit binnen in je. En je bidt dat het tevoorschijn komt uit jezelf, uit ons. Dat is mooi!
 
Het gaat echt niet om de aardse mens Jezus. Hij was hier incognito.
Wat er wel gebeurde, dat was dat Hij na Zijn opstanding steeds in een andere gedaante verscheen; steeds in een andere menselijke gedaante. Ook andere kleren, denk ik. Waarom verscheen Hij zo aan Z’n volgelingen? Omdat Hij niet in het natuurlijke herkenbaar wilde zijn, maar in  het geestelijke! Herken je mij en erken je mij in de Geest?
Daarom maakt het mij niet uit of je nou een bril op hebt of niet en of  je mooi of lelijk bent.  Het kan me allemaal niets schelen of je nou een intellectuele ster bent of niet.
Dat kan me echt niks schelen! Maar wat er in je leeft, erken en herken ik jou als iemand die dezelfde Heer heeft. Is dat de Christus? Herken ik daarin een broer van me? Je kan soms zó verrast zijn in je leven dat je een gesprek hebt met iemand en je denkt:  “Wat mooi! Die mens gelooft net als ik!” Dan steek je je hand uit en zegt: “Broer!” Het gaat er toch om dat je de mensen Gods  herkent?
Als ik ooit sterf, dan verlies ik dit aardse lijf en dat lijf bouwt zich niet meer op in de hemel of zo; het gaat om die boom, en niet om die kastanje. Mijn opstandingslichaam, mijn geestelijke verschijningsvorm is eeuwig.
Steeds in een andere menselijke gedaante. Denk aan de Emmaüsgangers. Nou, daar ging Hij naast lopen. “Jongens, wat is er gebeurd?” “Weet je dat dan niet?” “Vertel”. Dan vertellen ze wat hen is overkomen en dat Jezus gekruisigd is. Ze herkenden Hem niet. Hij was ook in eenandere gedaante. En waardoor herkenden en erkenden ze Hem niet, want Hij stelde vragen. En Hij zegt: “Ik zal het nog een keer uitleggen”. En Hij begint bij Mozes en gaf een bijbelstudie aan de Emmaüsgangers. ‘Hun ogen waren bevangen’. Dát staat er! Mijn vraag: Herken je in elkaar de Christus, of zijn je ogen bevangen?
 
Weet je wat het is? Je kan ergens door bevangen zijn; door verdriet. Zij, de Emmaüsgangers, waren bevangen door verdriet. Dan ben je helemaal gehypnotiseerd, ben je ergens mee bezig en je hoort of ziet niets meer. Of je baan, helemaal bevangen door je baan. Of door familieproblemen… Helemaal bevangen!
Denk eens aan Eva; helemaal bevangen door die slang. Toen was ze zich niets meer bewust. Ik heb het eens opgezocht, het kan zelfs ‘bewusteloos’ betekenen. En dat vind ik een hele goeie, je bent je niet meer bewust wie jezèlf bent, en je bent je niet meer bewust wie die ander is. Ze zagen het niet.
 
En een hele sterke: Maria van Magdalena loopt over het kerkhof en ineens staat er iemand bij haar. Het is onze Heer in een andere menselijke gedaante. En zij herkent Hem niet en ze denkt dat het de tuinman is. Maar zij geloofde de opstanding niet! Want ze zegt: “Wilt u vertellen waar ze Hem gelegd hebben?” Dàt vraagt ze. En dan zegt Jezus iets heel merkwaardigs: (en nou snap je het) “Hou’ Mij niet vast”. Hoe vind je dat? “Hou’ Me niet vast”. Nee, verwar de Christus niet met die mens die vóór je staat, die natuurlijke mens.
Je hebt van die gelovigen die volgen mensen omdat die iets speciaals hebben of zo. Dat moet ik toch even kwijt: ‘Kijk uit dat je niet zomaar achter één of andere rondtrekkende geestenuitdrijver of één of andere rondtrekkende genezer holt’, want dan denk ik: ‘Wat heb jij weinig geloof in je broers en zusters, die om je heen zitten”.
Jezus zegt tegen Maria: “Hou’ Me niet vast”. En dan zegt Hij er achter: “Want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader”. Dàn mag je Me vasthouden! Het gaat om die onzichtbare en daar houdt Hij jou óók vast.
 
Dus Jezus’ natuurlijke leven is nauwelijks interessant. Ik hoèf het helemaal niet te weten. Dus bekijk elkaar ook geestelijk. Wat lééft er in je? En je vraagt: “Vertel eens, wat houd je bezig?” Leef je van de opbrengst van de aarde of van brood uit de hemel? Het volk Israël liep door de woestijn en wat regende er op hen neer? Hemelkoren! Graan. Ook staat er: ‘Brood der engelen’. Dus: ben je uit de aarde of ben je hemelkoren? Een ander woord is ‘manna’ en het woord ‘manna’  betekent  ‘Wat is dit?’ Dàt betekent het. Het is geen product van de aarde. Want toen het voor het eerst op de legerplaats van de Israëlieten viel en ze werden ’s ochtends wakker - en ze hadden al gemopperd: “We hebben helemaal geen vlees te eten” – want dat volk wilde vlees! - Dat is écht iets van de aarde hè; toen làg het daar buiten de tent en ze zeiden: “Manna”. Wat is dit?! Dat hadden ze nog nooit gezien. Nee, dan zou ik ook zeggen: “Wat is dat?”  En Jezus zegt: “Ikben het brood dat uit de hemel is neergedaald”. Dus wat zeiden de mensen van Hem? “Wie is dit?” Dat is toch logisch? “Wat is dat?” “Wie is dat?”
 
Nou, en dan heb je mensen van de aarde en die zeggen: “Ja, dat is die rare zoon van de timmerman uit Nazareth”. Die hebben het over je natuurlijke afkomst.  “Waar ben je er één van, waar kom je vandaan?” Maar mensen die zagen wie Hij werkelijk was - en dat waren Zijn discipelen -, die erkenden dat Hij een kind van God was, de Zoon van God. Hun ogen stonden open, ze waren nog nieuwsgierig naar al die dingen. Ze wilden weten! Och, wat heeft Jezus veel uitgelegd.
Dus houdt elkaar in het natuurlijke niet al te vast, want dan wordt het afscheid vreselijk. Daar gaat het niet om. Die geestelijke band, die blijft.
In 2 Cor. 5 vers 16, daar staat het: ‘Dan kennen we niemand meer naar de natuurlijke mens’. Niemand!  “Ik wil jou niet meer kennen naar het vlees! Wat mij interesseert is: “Wat denk je? Waar ben je mee bezig?” Dáár vraagt Jezus ook naar, bij wijze van spreken. Daar vraag je de Vader óók naar: “Wat houdt U bezig?”
‘Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben…’ - en er waren van die lui, die zeiden: “Jaha, ik heb Hem nog gezien tijdens Zijn dagen in het vlees.” “Zóoo, heb je Hem ècht gezien?” “Ja”  “Heb je Hem ook aangeraakt?” en meer van die dingen -
“…thans niet meer”  “thans niet meer. Zo is dan wie in Christus is een nieuweschepping.” En dan staat er niet: ‘hèt’ oude; er staat: ‘dè’ oude,  in het Grieks. De oude schepping is voorbij gegaan. Ja, dat heb ik afgelegd in m’n doop, zal ik maar zeggen en de nieuwe is gekomen en diè  komt tevoorschijn. Want de Geest, die in ons allemaal werkzaam is, die maakt mensen naar het beeld van Gòd!  Dáár is de Geest mee bezig! Wil je op God lijken?
Naar onze gelijkenis; mensen Gods!  ‘Mens’ is een Latijns woord. Letterlijk betekent dit woord ‘geest’. ‘Laat Ons dus geestelijke wezens maken die op Ons lijken’. En nou snap je het. Het gaat om geestelijke wezens, want dielijken op God.  Dàt ben je! Dus ben je een natuurlijk, psychisch mens, of ben je een geestelijk, pneumatisch mens, een mens Gods? 
Het is een groeiproces wat heel klein begint, dat staat in Hebr. 6:1: ‘De beginselen van deChristus’ en die beginselen van dat geestelijkeleven ontwikkelen zich in jou. Dat is nou zó iets moois wat God Z’n hele leven al wilde. En de eerste die Hij vond, wat dàt betreft, dat was Jezus; dat is Zijn aardse naam, toch? Welke naam heeft Hij in de hemel?
Ik heb ook een aardse naam, maar mijn nieuwe naam, die vertel ik aan niemand. Want dat is een groeiproces. De Gever weet hem en de ontvanger. En je merkt gewoon dat het een groeiproces is en dan blijkt dat iedere naam verschillend is, omdat ze allemaal een karaktereigenschap van God gaan openbaren. En als het niet één is dan wel meer.
Zó komt God tot bloei in de mens! Mooi hè? Als je me nou ergens intens blij mee wil maken, tot ontroerends toe, dan is het, dat je dát in elkaar aanwakkert. Dát vind ik gemeenteleven!
Het kan me echt niks schelen of we nou een keer koffie krijgen of geen koffie, want het gaat om het gesprek. Je snapt wel wat ik bedoel. Als je dát in elkaar aanwakkert! Een gemeente hoeft geen perfecte organisatie te zijn. Daar gaat het leven uit verdwijnen. De gemeente van de Galaten is er aan kapot gegaan. Ze waren volmáákt in het vlees, het natuurlijke. Paulus zegt: “Zijn jullie nou helemaal gek geworden? Jullie weten helemaal niet meer waar je mee bezig bent”. Het gaat erom dat je de hoop, datgene wat God hoopt, in elkaar aanwakkert. Mag ik dat eens illustreren met een voorbeeld uit een psalm? Psalm 68:14. Dat gaat over duiven en het staat er wat ouderwets: ‘Lag je niet neer tussen dekooien?’ Er is ook in een vertaling die luidt: ‘scherven’. Zie je dat duifje daar liggen? Haast een geknakte nek tussen de scherven van je bestaan? Je kijkt eens achterom en je zegt: “Wat is er veel in mijn leven kapot gegaan. Ik zit tussen de scherven.” Wat een verdriet en hopeloosheid. Maar… dat simpele tortelduifje   - het gaat hier over een tortelduifje -  dat heeft iets te hóren gekregen! En nou komt het: ‘De vleugels van de duiven waren overtrokken met zilver, en haar slagpennen met glanzend goud’. Wàt een metamorfose. Wàt een gedaanteverandering! Hoe kan dat nou? Zo’n armetierig, bijna dood duifje en dan dit? Goud is een prachtig beeld van het geloof van God. God gelooft in Zijn schepping. En zilver is altijd een beeld van ‘t Woord. Van woorden, het Woord Gods.  Goud en zilver en dat levert dan zo’n prachtig beestje op. Daarmee mag elk mens worden bekleed door de hemelse Vader. En zie je d’r vliegen? Wat denk je? Dan heeft God óók tranen in de ogen, maar niet meer van verdriet, maar van blijdschap. Daar gáán ze; deze wedergeboren mensen met de wind onder de vleugels naar hun oorspronkelijke woonplaats: De duiventil. Jesaja zegt, verrast door een visioen: “Wat komt daar nou aangevlogen?” Vind je dat niet mooi? (Jesaja 60 : 8).  
 
Een heleboel duiven op weg naar hun til. Dat gaat over ons! Terug naar je huis, je oorsprong, je nest. Mooi hè? Dit is voor mij de kern van het evangelie hoor, waar je dag en nacht mee bezig bent, altijd aan denkt, over praat. En dat is leven! Zo komt de ware mens Gods tevoorschijn. De mens die op Vader lijkt. En dáárvoor heeft onze Heer Jezus gezorgd omdat Hij zo van jou houdt.
 
 
Gebed:
Vader, ik bid dat we in elkaar Uw verwachting aanwakkeren.
 
Amen.