Tuesday, August 20, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size



 
Grote verwachting  oftewel “Great expectation”
Preek Duurt Sikkens
 
 
 
Dag broeders en zusters.
De titel van deze preek is : “Grote verwachting”  oftewel “Great expectation”
Laten we eerst Psalm 39: 8 lezen
“En nu, wat verwacht ik, Here?  Mijn hoop, die is op U.”
Eigenlijk moet je tussen de eerste en de tweede zin een flinke  pauze
lezen.  David staart voor zich uit en zegt: ” Wat verwacht ik  nog?”
Wil je die vraag ook eens voor jezelf beantwoorden?   Wat verwacht je?  
Broeders en zusters herinnert u zich nog het visioen over een kolenvuurtje dat in de
gemeente werd getoond?  Daarin werden wij opgeroepen om dat vuurtje voedsel te geven,
het aan te blazen.  Het gaat over het aanwakkeren van de hoop die in ons is
Gisteren las ik ook een oude profetie waarin ook over  hoop gesproken werd.   
En daarin werd de hoop vergeleken met een boom. 
Het grondwaterpeil zakte maar de bedoeling was, dat de boom  zijn wortels uitstrekte naar
water.                                                                                                                                                                      
En daarom wou ik het vanmorgen vooral hebben over de hoop. 
Ik hou niet zo van dat woord hoop, want dat heeft een betekenisvervaging ondergaan in de
zin van: “Ja, ik hoop het.”   Dat is jammer.  Daarom kan je hoop veel beter vervangen door
“verwachting.”  In de grondtekst betekent het precies hetzelfde.  Dat zie je aan deze psalm. 
Wat verwacht ik?    “Nou, mijn verwachting,”  zegt David, en dan klaart zijn gezicht op,
“ is op U.”   Hoe?   Laten wij eens verder kijken. 
 
Vanaf de zondeval is er uitgekeken naar het herstel van de relatie tussen God
en mens.  De boze had er de bijl ingezet en scheidde de mens van God.  Tot groot verdriet
ook van God natuurlijk, want Hij was Zijn partner kwijt.  En in het paradijs nog, vlak voor dat
ze eruit moesten, denkt God: “Hoe krijg ik mijn partner terug.   En wat is het eerste wat Hij
doet? 
Hij gaat bidden.  Dat zal ik uitleggen.  Het hebreeuwse woord voor bidden is Palàl.  Dat
betekent ook: tussenbeide treden.  En wat doet Hij?   Hij zet vijandschap tussen het zaad van
de vrouw en het zaad van de slang.  Tussen de nakomelingen van de mens en de
nakomelingen van de boze.  Hij zegt: “Dat verdraagt elkaar niet.”       
 
En wat voor mensen worden dan bedoeld?  Dat zijn met  Gods Geest vervulde mensen.  
Die mensen komen ooit een keer voort uit de vrouw, de gemeente.   Maar al de mensen die
hun hoop op God hadden gevestigd tot 400 jaar na de laatste profeet Maleachi; dat is 40
eeuwen lang, al die mensen hebben het slechts met een belofte moeten doen.
Het was beloofd,  de verhouding met God zou eens worden hersteld.
Hoe?   Dat wist niemand.  Ze hebben het wel eens een beetje vermoed.  En alle profetieën in
de bijbel, lees ze met nieuwe ogen, vooral de Psalmen, die gaan steeds over die verwachting,
over die hoop.  Die Psalmen zijn er zwanger van.  Ja, wat hebben de gelovigen er naar
uitgekeken.  Ze hebben zich er voor in de gevangenis laten gooien, omdat ze de belofte
vasthielden.  Ze hebben in die verwachting geleefd.    
Want die gedachten-wereld van de slang moet vermorzeld worden.  Dat is zijn kop.  En wat
heb ik zelf ook gezucht onder de gedachten wereld van de boze. Bijvoorbeeld: “ Het wordt
niks met jou, je gaat toch dood en God heeft een hekel aan je.”  
De gelovigen van het Oude Verbond hebben het met een belofte moeten doen.  Hebben ze
de vervulling gezien?   Nee.  Toen zeiden ze: ”Dan krijgen we hem nog.”  Dat staat in
Hebreeën 11: 13. 
In geloof en vertrouwen zijn ze gestorven.  En reken maar dat al die mensen, die er naar
uitgekeken hebben, inmiddels de Heilige Geest hebben ontvangen in het Paradijs Gods.    
Mooi hoor, dat ze dat vasthielden, ze moesten het alleen met een belofte doen.  De belofte,
weet je wat dat is?   Dat is de Heilige Geest.  De belofte van de Vader, dat is de doop met de
Heilige Geest.   Dat kun je nalezen in Handelingen 1: 4,  2:33- 39.   En die hebben wij
ontvangen, waar zij zo naar uitgekeken hebben.  Daarom wonen wij ook in het land van die
belofte. 
 
Sommigen zeggen, het beloofde land, maar daar hou ik niet zo van.   Het staat ook nergens
in de bijbel,   Wel “het land der belofte.”  In Gods gedachten-wereld, in de Geest de dingen
Gods overdenken. 
Kijk maar eens naar Hebr 3: 6  daar staat iets merkwaardigs.  Het gaat over Moses die was
zeer bekend in het huis, dat is de tabernakel,  maar Christus als zoon over zijn huis.             
En nou komt het. “   Zijn huis zijn wij, als we de vrijmoedigheid en de hoop waarin wij
roemen, vasthouden.”   Dàn ben je Zijn huis. 
Als je de verwachting vasthoudt.   Zo hebben de ouden kunnen leven, zo leven wij ook. 
Dus waarom ben je een huis van God?  Omdat je de verwachting vasthoudt.  Want in die
verwachting voelt God zich thuis, want Hij leeft ook in die verwachting.  Hij hoopt ook aan
het licht komen in Zijn nageslacht.  Gods verwachting  is de onze en wederzijds. 
Wonen in mensen, maar wat voor mensen.  Hebr 6: 19 daar staat iets, wat ik als kind nooit
begreep.  Haar, de hoop, hebben wij als anker voor de ziel, dat veilig en vast is en dat reikt
tot binnen het voorhangsel. 
Wat moet ik me daarbij voorstellen?    Een anker, een scheepsanker dat slinger je kennelijk  
dwars door het voorhangsel, dat is het gordijn tussen het Heilige en het Heilige der heiligen,
en daarachter moet het ergens vasthaken. En dan…   ben jij dat scheepje?   Je wilt toch niet
je hele leven voor anker liggen?   Daar is een schip ook niet voor gebouwd.  Dus het is dwaas
om daar een scheepsanker voor in te vullen.  Want elke bouwer kan jullie vertellen dat het
woord anker veel meer betekenissen heeft.  Je kan een balk aan een muur bevestigen met
een muuranker. 
 
Een anker betekent alleen maar vastigheid, iets dat heel zeker is.  Daarom klopt het beeld
van een scheepsanker niet. 
Dat schip zou zijn hele leven stil liggen!   Het is toch geen gezicht, een schip voor een gordijn
en een anker erachter.  Wat moet ik daarmee?    Ja, ik zal proberen het uit te leggen. 
Waar is het voorhangsel, dat grote, met engelen geborduurde gordijn tussen het
Heilige en het Heilige der heiligen, waar is dat een beeld van?   In Hebr 10: 20 staat:  Je vlees.  
En wat is je vlees, dat is je menselijke bestaan.  Toen Jezus zijn menselijke bestaan inleverde,
en overgaf aan de dood, toen scheurde het gordijn van boven naar beneden. 
Ik denk dat God de tranen in de ogen heeft gehad van blijdschap. 
Eindelijk, het is gelukt!   Een mens zonder zonde, gaaf en rein, die zichzelf vrijwillig overgaf,
om God weer bereikbaar te maken voor mensen en andersom. 
Hij is als eerste, als Hogepriester van het Nieuwe Verbond door het voorhangsel gegaan.   
In Hebr 9: 16 staat ook nog, dat er:  “ melding gemaakt moet worden van de dood van de
erflater.”   Nou, dat heeft Jezus zelf gedaan!
“ Vader, het is volbracht. “    Zie je het voor je!    Het is een hemelse gebeurtenis.    
En wat is nou dat Heilige van ons?   Denk eens na over de werkelijkheid, in plaats van
eindeloos over die tabernakel te lopen denken.
Wat is nou het Heiligste?   Dat God in ons woont!   Dat is nou het Heilige van de heiligen. 
Dat is God zelf. 
En ik zat te denken, dat als Jezus zegt: “ Als je bidt, ga in je binnenkamer,”  dat dàt wel eens
je binnenkamer zou kunnen zijn.   Waar God woont, ja toch, de binnenkamer.  Dàn kun je:”
face to face”  met met Hem praten.   De tabernakel was gewoon een mobiele hut.   God
heeft er nooit in gewoond hoor.  ’t Is maar een beeld.  Het was een hut.   De buitenkant
bestond uit planken, gewoon goferhout.   Je mens zijn, hele gewone simpele mensen,
planken. 
Tabernakel betekent ook plankenhut.  Het woord taveerne, is daarvan gemaakt.    De
binnenkant van die planken,  was met goud overtrokken en dat is een beeld van je
innerlijke mens.  De mens des geloofs.  Want goud is altijd een beeld van vertrouwen. 
Onvergankelijk goud. 
Dus wat een gebeurtenis is dit geweest in de hemel!    De engelen hebben staan juichen
Van vreugde.  Eindelijk, waar de hele wereld op gewacht heeft.    Zo is ‘t dus mogelijk voor
gelovigen om deel te krijgen aan de goddelijke natuur.  Want dààr zit het hem.  Want je kan
wel eindeloos sleutelen aan je mens zijn en  in therapieën gaan, je mag van mij hoor, echt
allemaal.  Dat zijn mooie dingen.  Maar God zegt: ”Als je nou mijn natuur gaat leren, mijn
gedachten wereld, verlang je dat de Christus in je gaat leven dan herstelt je persoonlijkheid
vanzelf.”  Zo ben ook ik hersteld, tenminste ik zit  nog in herstelwerkzaamheden.   Maar ik
merk wel dat het zo werkt.   Ik word wie ik werkelijk ben omdat ik dat Koninkrijk van God
alsmaar blijf zoeken.  En sommigen kunnen in mij ontdekken: daar zit iets scheefs of daar
iets naars, en dan vind ik dat best goed om te weten waar de obstakels zitten, maar het
genézen komt van de Vader.  
 
God is dus verborgen in mensen.  Jezus was hier incognito.   Haast niemand zag wie Hij
werkelijk was.   Incognito.  Laat ik het zo zeggen.  Incognito betekent letterlijk, dat je je naam
en je kwaliteit niet bekend maakt.   Je zegt niet hoe je heet, en je zegt niet wie je bent en
wat je doet.  Jezus, een doodgewone alledaagse  naam.  Dat Hij de Christus was, was de
gouden binnenkant van Zijn bestaan.  En Zijn kwaliteit heeft Hij ook niet bekendgemaakt. 
Nee, alleen aan zijn vertrouwelingen, in de binnenkamers, daar heeft Hij het verteld.    
Denk  nog eens even aan dat kolenvuurtje, want  die spelen in de bijbel ook een rol.
De Hogepriester  had een bakje met  daarin gloeiende kolen en daar deed hij wierook op,
flinke handen vol.     Daarmee ging hij het Heilige der heiligen binnen.  Het was één wolk
van wierook.   Het was  de bedoeling dat die wolk van wierook helemaal over de engelen
op dat verzoendeksel ging, zodat God zich als het ware in een geurige wolk hulde.  
Dat is een prachtig beeld.    Maar  die vurige kolen, betekende ook reiniging van zonden, 
en reiniging van foute gedachten, verkeerde gedachten over God.   En die gloeiende
kooltjeskooltjes die dienden ervoor om dat schoon te maken.   
 
Wanneer Jesaja voor zijn taak wordt geroepen  en zegt: “ Ik ben een onreine man in een onrein volk,”  dan komt er een engel, en die pakt een van de vurige kolen van het altaar, en raakt daarmee de lippen van Jesaja aan.
 
Het gaat om een geestelijke gebeurtenis.   En dat vind ik nou zo mooi.   De gedachten die
Jesaja van God ontvangt, die zijn waar en goed.   Het gaat me er om of je de waarheid over
God vertelt.    Daarvoor dienen die kooltjes. 
Ik vind het zo mooi dat Johannes, de Evangelist, dat oppakt in zijn eerst brief.
1 Joh 3: 2,3  daar staat: “ Nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat we
zijn zullen.”    Dat betekent dus dat dat in het verborgene wèl aanwezig is, wat we zijn zullen.   
Wat een toekomst hé.  “ Maar wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij zullen Hem zien
en één ieder die deze hoop op Hem heeft, die verwachting, reinigt zich gelijk Hij rein is.”
Daar heb je dat reinigen van foute gedachten, van kromme ideeën die je nog hebt.
Dus Johannes snapte precies wat er bedoeld werd.
Zonde kwijt, dat is één ding, maar het grootste geheim van God, wat Hij van voor de
grondlegging der wereld gekoesterd heeft, is iemand bij Hem, iemand naast Hem. 
Dat grote geheim is eerst in Christus geopenbaard, maar het bevindt zich ook in jou. 
Het grootste geheim van God bevindt zich in jou!  En dat moet je geheim houden.  Dat
schreeuw je niet over de straat, “want” zegt de Spreuken dichter,” dan maak je van
bronwater gootwater.” (Spreuk 5: 16)
Het is een geheim, en als iemand ernaar vraagt, vertel het dan maar in de vorm van een
gelijkenis, van een beeld, ja.
 
Dat ontwikkelt zich dus allemaal in de vrouw.  Die vrouw, de gelovige mensheid, is in 
verwachting.   Het zaad Gods is in haar gezaaid door de zoon en nu komt het in de
baarmoeder tot ontwikkeling.  Wij zijn een volk in verwachting.  Wij zijn bevrucht door het
Woord, het zaad Gods.  En wie is onze man?  Dat is Jezus.  Als er gesproken wordt over die
Vrouw in Op 12: 1 , denk je de Heer er maar naast hoor.  Hij zegt:
“Ik blijf altijd bij je tot aan de voltooiing.”  Dat is de hand van de man die zijn vrouw
vasthoudt, haar aanspoort, bemoedigt, rustig houdt.  Daar heb je Hem.  Naast zijn vrouw.  
En Maria is een mooi voorbeeld voor de gemeente.   Als Maria van een engel te horen krijgt:
” Je raakt in verwachting.”  Dan zegt ze“Mij geschiede naar Uw Woord.”
Abraham heeft ook zijn geloof en verwachting levend gehouden ondanks alle tegenwerking.
En door dat geloof is Izak geboren.   Izak, een beeld van Jezus Christus   
Kijk eens naar Hebr 11: 1  “ Het geloof is de zekerheid van de dingen, die je hoopt, die je
verwacht en het bewijs van de onzichtbare dingen.”     Vertrouwen is dat anker van
de dingen waarvan je in verwachting bent.  Dat vind ik mooi.  Dus het geloof is de basis van
wat je hoopt.  En waar rust die basis op?   Die moet toch ook ergens op rusten.  Ik zal het je
vertellen.  Dat is het geloof van God zelf.  Mijn geloof rust op Gods geloof.  En mijn hoop
rust ook op wat Hij hoopt.  En daarom zegt Jezus ergens, “heb geloof VAN God.”
(Marc 11:22 )   Heb het  vertrouwen van God, dat het allemaal goed komt”.    
Met andere woorden, zou je God aankijken en vragen: “Gelooft U dit?” dan knikt Hij. 
Hij heeft geloof en vertrouwen in wat Hij gezaaid heeft in ons, en waar de zoon z’n leven
voor overgehad heeft.  Dat staat allemaal beschreven in Psalm 139  De vorming van de
Christus in de baarmoeder.   Baarmoeder.  Het grondwoord voor baarmoeder in het
Hebreeuws betekent de tedere liefde van God.    En daarin ben je ingebed. 
 
We zitten in de baarmoeder. 
Ik las ergens, in een tijdschrift dat de baarmoeder 100% bacteriën vrij is.  Dat vond ik wel 
mooi.   En elders heb ik een keer gelezen dat het de veiligste plek is voor een kindje,
schokvrij, altijd warm.   Die baarmoeder is die tedere liefde van God.
Geboorte, waar denken we aan.  Houden we de verwachting levend?     
Petrus heeft het over  een “levende hoop.”    En in de loop der eeuwen na Jezus is die
hoop haast  dood gegaan.  Wie leeft nog in die verwachting?  Trouwens hoe meer jij je
daarnaar uitstrekt, hoe meer jij onder druk komt te staan.   Want de duivel wil niet dat Zijn
tegenstander, de Christus tevoorschijn komt.  Dus gaat geboren worden met weeën
gepaard.  Dat staat allemaal beschreven in Romeinen 8:  22 en 23  De hele schepping zucht,
de onzichtbare wereld zucht, de geest van de mens, het dodenrijk ook en de wereld die
zucht en dan staat er “onder barensweeën.”   En velen hebben het niet door, maar dat komt
omdat de Christus langzamerhand tevoorschijn komt.  Dààrom lijdt de wereld zo zegt Paulus. 
En ik zeg het hem na.   Elke geboorte gaat met moeite, met bloed, met gesteun,
tegenwerking, gepaard, “smarten” staat er in Genesis 3: 16   Dat heeft God niet bedacht dat
heeft de duivel bedacht, smarten, het is verschrikkelijk.  Altijd  tégen het leven.   En Jezus zijn
natuurlijke geboorte  ging ook niet zonder slag of stoot.   Het was onder zware Romeinse
overheersing. 
 
Ergens in een stal geboren. En wat denk je van de kindermoord?     
Bij die dierbare kerstverhalen hoor ik nooit iets over die kindermoord. 
Al die hummeltjes van nul tot twee, vermoord.  Dat is het bloed wat de natuurlijke geboorte
van Jezus al kostte.   ‘t Is verschrikkelijk.   We hebben een tegenstander hoor. 
De “slang” heet hij, niet voor niets , De “draak”, en die wil niet dat God
in mensen tevoorschijn komt.  Ik wou maar zeggen, wees op je hoede.  Wees op je
hoede, hoe vaak zegt Jezus dat?  Waakt, blijft wakker, zit niet te slapen, geestelijk.  Waakt! 
En bidt dan, als je bidt, dat jij niet in verzoeking komt.    Dat zijn ook barensweeën,
verleidingen, verzoekingen, want toen Jezus zich in water liet dopen, als beeld van zijn
wedergeboorte, - Hij is ook opnieuw geboren,-en toen gedoopt werd met Gods geest, was
het eerste wat hij deed, de woestijn in gaan.
Want daar stuurde de Geest Hem heen.  Hij moest stage lopen, laat ik het zo zeggen.  
Alle verleidingen en verzoekingen die er maar te verzinnen zijn, moest Hij doorstaan.
Nou, dat is een moeilijke tijd voor Hem geweest. 
Stel je het even voor, zonder eten, dag en nacht aangevallen worden en verleid worden
vooral ’s nachts.  Dat ken je wel he, dan heb je het vaak veel moeilijker dan overdag.   
Wat is de oudste  verleiding?  Daar zijn Adam en Eva ook ingetuind hoor. 
“Als God willen zijn” dat is de grootste verleiding.  Maar dan op de manier van de duivel, ja.   
Als God willen zijn.   Dat kreeg Jezus ook te horen.  Spring eens van die tempel. 
Eén knievalletje en die hele  wereld is van jou.  Nou…  Ik ken politici die het
onmiddellijk zouden doen.  Maar dàt is wat.  Wees op je hoede.  Dat kan.  Weet je wanneer?
Onder de hoede van een herder, die waakt over je ziel.  Zo waak je ook over elkaar.   Wees
op je hoede, maar blijf onder Zijn hoede.  Je snapt wel wat ik bedoel. 
‘k Heb het wel eens gebeden, en doe het nog wel eens.  Je bent bang dat er iets
scheef gaat of wat dan ook… zo’n onbestemde angst…  En elke keer wordt ik erop
gewezen: “ blijf in Mij, zoals Ik in jou ben.”    Dàt is je geheim.  En toen heb ik aan Hem
gevraagd:  “Hoe heb je dat gedaan, hoe heb je dat weten vol te houden   Dat is toch niet
niks.
Dat zijn toch traumatische ervaringen.   En de kruisdood is toch ook een verschrikking
geweest.   Hoefde je niet in therapie na die tijd ? “  
En toen kreeg ik, - de Geest openbaart je dat hoor, het antwoord: “Omdat mijn Vader van
me houdt, die liefde, is zo sterk.”   De liefde van God is niet kapot te krijgen.  En ten tweede:
De liefde voor de mensen.  Want anders was Hij alleen maar alleen geweest om zelf maar
volmaakt te worden.  Ja, maar Hij zei: “ Ik doe het juist voor de mensen.”  
Dus die twee liefdes zijn aan elkaar gelijk.  God liefhebben en je naaste.  Die zijn aan
elkaar gelijk en dat heeft zich verenigd in Jezus.  Mag ik het een keer plat zeggen?  Wat een
mens hè.  Dat ontroert me nog steeds.  En daarmee zijn wij nou geestelijk getrouwd,
want wij hebben de gemeenschap door de Heilige Geest.    Dus Jezus heeft wat weeën
doorstaan voordat Hij kon optreden als een weldoener van mensen.     
En daar zit nog een kant aan: Hij begrijpt jou zo goed.  Als je het moeilijk hebt, weet Hij wat
het is.  In Hebreeën 4:15 staat : “ Hij kan met ons meevoelen.”  Vind je het niet prachtig van
Hem?    Hij heeft een heel sterk invoelingsvermogen.  Wij zijn dus in verwachting van de
openbaring van de Christus in ons.  Daar had God al altijd aan gedacht: “Die was.”  En het
begint zich te ontwikkelen:  “Die is.”  En het komt aan het licht:  “Die komen zal.”
Dat gaat gepaard met weeën.  Daarom heet die weg ook; een smalle weg.  En waarom is die
weg zo smal?  Omdat hij aan alle kanten onder druk staat.
Dàt staat er in het Grieks.  Je staat onder druk, zomaar, geestelijk, je wordt tegengewerkt,
lichamelijk ook.   Opdat er maar niet tevoorschijn zou komen waar de duivel zo bang voor is. 
Ja, de smalle weg, een route onder druk.  Het mooiste beeld daarvoor vind ik het
geboortekanaal.   Want voordat het verborgene geopenbaard zal worden moet er
eerst ergens doorheen gekomen worden.  Dat noem ik dan maar het geboortekanaal, die
smalle weg.  Ja, de moeiten, de verzoekingen.  Ach één verzoeking die kennen alle profeten 
“Houdt er toch mee op,  stop er nou maar mee,  ’t duurt zo lang, ’t is mooi geweest.   En…
wat heeft het nou opgeleverd? “   Dat is een zware verzoeking. 
 
Wat ook dingen zijn die jouw blijdschap ondermijnen, dat zijn ergernissen.  Erger jij je nog? 
Dan heb je een gat in de kruik van je blijdschap, en dan hoor je het ook niet meer wat er
gezegd wordt, want je ergert je alleen maar.    Er zullen dagen komen dat mensen zich
kapot zullen ergeren aan jou, waarom, nou, daarom, omdat je onschuldig bent bijvoorbeeld. 
Pure onschuld, zonder dat er iets is hebben ze iets tegen je.    Je praat zo raar en je denkt dat je het allemaal weet.  Ze ergeren zich, want ze weten helemaal niet wat genade is. 
 
Maar de meeste tegenwerking komt van mensen die zeggen dat ze in God geloven.  Maar
dat is een andere God.  Jezus had precies hetzelfde.  Als Hij bij de heidenen geweest was,
was Hij gefêteerd, ja..   Maar Hij had liefde voor de gelovigen die op het verkeerde pad zaten
en die probeerde Hij de ogen te openen en dààr kwam de meeste tegenwerking vandaan.     
Nou pak ik een andere tekst Hebr 6: 8, 12
“Het is ons verlangen, dat ieder van jullie, gemeente, dezelfde ijver blijft betonen,”  en
nou komt er een mooie uitdrukking, “tot de verwezenlijking van de hoop.”   Dat is de
geboorte van Gods verwachting .   Als je je dààr nou naar uitstrekt.       
Anders wordt je traag, dan leef je van Zondag naar Zondag.   Ja, zo gaat dat dan.
Dat is jammer, want dan ben je al traag.  Navolgers, volgers van hen die door het geloof
en het geduld de beloften beërven.  Zich er altijd naar uitstrekken, daar waren ze dag en
nacht mee bezig.  En dat zegt David in Psalm 25:5  “ Ik verwacht U de gehele dag.”   Nou
David, heb je nou niets beters te doen?  Ik verwacht Hem de hele dag.  Daar moet je over
nadenken over zo’n uitspraak.  Dat hij altijd in verwachting is.  En hij heeft het beloofde niet
verkregen.
En omdat hij in verwachting bleef, heeft hij het inmiddels gekregen.   Het is zo prachtig.   De
verwachting van Gods heerlijkheid.  Nou het woord “heerlijkheid,” daar kun je ook over
doordenken.  Wat is dat nou.  Daar wordt altijd zo jubelend over gedaan. 
Maar wat is het nou, Gods heerlijkheid?  Het makkelijkst vind ik: “ Het wezen van de Vader
in al z’n facetten.”   Dat is heerlijk.  Als Zijn Wezen dat nou eens tevoorschijn komt.  Paulus
zegt in Rom 8:24: “ In die verwàchting ligt mijn behoud.”  En zolang ik die verwachting
koester, warm hou, is dat mijn redding.  Dan dwaal ik niet af.   Ik hou die verwachting levend. 
 
Het is je redding door de weeën heen.  Ik sprak bij de VOX vergadering een
Duitse vertaalster, en vroeg haar: “ Hoe is het met je hoop en verwachting? “      En ineens
zei zij: “ weet je dat er in ’t Duits een woord bestaat voor in verwachting zijn, dat is “ in guter
hoffnung sein.” 
Hoop en verwachting.  Mijn hoop, die heb ik in me, als een kindje dat
tevoorschijn zal komen, maar die wordt dan in mij eerst volwassen hoor.  Ja dat wordt dus
een zware geboorte.  Want dat gaat over Op 12.   Daar wordt een kind geboren, maar daar
staat dat het een man is, dus dat wordt een zware bevalling.  Ik vind het heel mooi
samengevat in Pred 11: 5 , daar staat: “ Lieve mensen, zoals jullie de weg van de wind
helemaal niet kent,ook niet het gebeente in de schoot van een zwangere vrouw, zo ken je
ook het werk van God niet.”
 
Daar zie je drievoudige parralel,
  • het werk.   van de Geest, dat is de weg van de wind
  • het gebeente in de schoot van de zwangere vrouw, dat is de  Christus in ons, en gebeente betekent identiteit in het Hebreeuws Hebreeuws
  • dat is het werk van God
 
Wat staat het er verborgen hè.  En door de geest gaat die bedekking eraf, en nou snap je, dat Prediker, wat ik vroeger een heel somber boek vond, hier het hele werk van God in één tekst nog eens neerzet, als beeld.  Mooi hè.  Het gaat allemaal over de vorming van Christus in ons. 
 
De Colossenzenbrief van Paulus is nou zwanger van hoop.  “ Blijf nou goed verankerd en
standvastig in het geloof en laat je niet afbrengen van de hoop van het Evangelie, daar heb
je het.  Wakker het aan, het komt tevoorschijn.  Het gaat erom dat de mens Gods
tevoorschijn komt.  (1 Tim 6: 11 “ Mens Gods “ )  Dan komt het met je mens zijn vanzelf
goed.
Het is de stem van God die zegt: “ Kom tevoorschijn, mijn nageslacht.”  Dat staat in een
gedicht dat Paulus citeert  “Wij zijn ook van Zijn geslacht”    ja, zo mooi. (Col 1: 23)         
“Dat heb je gehoord, het is verkondigd in de ganse schepping onder de hemel.  waarvan ik
Paulus een dienaar geworden ben.   Thans verblijd ik mij om hetgeen ik om uwentwil lijd”  
Wat zijn dat dus?   Dàt zijn nou weeën.  Paulus denkt, ik doorsta die weeën want dan krijgt
de Christus in jullie gestalte.  Hij is een goede moeder, een geestelijke moeder. 
Verdrukkingen van Christus, daar heb je ze.    
Nog een tekst, vers 25   Het woord van God tot z’n volle recht te laten komen, wat is dat?  
Dat het zaad Gods in jou tot leven is gekomen en een mens Gods wordt.  Want de liefde, wat zoekt die?   Ja, de ander.  Zij zoekt zichzelf niet.  En hoeveel mensen zijn eindeloos op zoek naar zichzelf?   Dat snap ik ook wel, en vooral in deze tijd van spiritualiteit.   De ene ladder na de ander wordt tegen de hemel gezet.   Want er moet toch ergens iets zijn waardoor ik mijn  identiteit krijg.   De liefde is niet op zoek naar zichzelf.  God zoekt zichzelf niet, Hij zoekt jou, kom je?    Kom maar.   Het Woord van God tot z’n volle recht te doen komen.  Ach wat mooi, dat kan een kind begrijpen en dan wordt het Woord weer vlees. 
 
Zolang de schepping nog ziek is vind ik barmhartigheid mooi.  Als toch van jou gezegd kan
worden: “Je bent de vleesgeworden barmhartigheid.”    Ik ken ook mensen die zijn de
vleesgeworden luiheid,  ja, echt, dat vlees beweegt niet eens meer.  Dat zit als een aardappel op de bank te zappen.  
En nog een tekst:  “ Het geheimenis dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest,”
en nou komt het,  “thans geopenbaard aan zijn heiligen,” en dat  “aan” wordt een keer  “in.”
“ Hun heeft God willen bekendmaken hoe rijk die heerlijkheid van dat geheim is onder hen,
Christus onder u.”  
 
Daar heb je ons Evangelie in een notendop.  De verwachting van de heerlijkheid Gods.  
Dus Christus in u.  Wat kunnen ze dan van je zeggen?    Hetzelfde als wat ze van je
voorganger  Jezus zeggen:  “Vol van genade en waarheid.”    Je bent vol van genade en
waarheid dus waar je hart vol van is…  ik vraag maar.  
Uw Koninkrijk kome, waar is dat?   Zegt God:  “Binnen in je.”   Laat het maar komen, laat
het maar opkomen.  Hou Gods hoop levend en blaas het aan.  Ja?  Doen we dat, dan herken
je zoveel in elkaar he.    Ja hier ben ik nou razend enthousiast over, daar krijg je me
niet oud mee, nee daar wordt je jong van, goed.   Amen hoort daar achter aan hè?
Wat zullen we dan bidden?   Uw Koninkrijk kome, dan geschiedt Uw wil, dan worden we
verlost van de boze.  Het is zo ontroerend mooi. ’t Is haast alsof je alles kunt samenvatten in
één zinnetje.  Het raakt me nog steeds zo diep hoe lief God is.  Want al die hoop, die
verwachting, dat geloof van Hem, dat vertrouwen, dat is allemaal ingebed in die liefde. 
Platweg gezegd, bid maar nooit meer om al die natuurlijke dingen, want Je Vader weet wel
wat je nodig hebt.  Maar dit is het enige wat belangrijk is.  Dat zegt Hij ook tegen Maria, de
zus van Martha.  Er is één ding belangrijk.  Langzaamaan naderen we het punt, dat we weten wat dat éne ding is en dan komt de rest vanzelf in orde. 
 
Koester de verwachting!  
 
Amen.
 
Gebed:
“Vader, ik bid, samen met U, dat we, in een diep vertrouwen op U, Uw hoop, Uw
verwachting vasthouden en koesteren in de baarmoeder van Uw tedere liefde opdat
verwezenlijkt zal worden wat U zich ooit hebt voorgenomen: “Een geestelijke mensheid om
eeuwig mee te leven. 
Amen “