Monday, June 24, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size


Mattheüs 5:3-12  “Zaligsprekingen”
Spreker: D. Sikkens.
 
 
 
Goedemorgen broeders en zusters
 
Op tv zag ik een ik een opname van een jongen, die was in een christelijk gezin opgenomen.  Hij zei: op een gegeven moment: “Ik geloof niet in God.” Toen vroegen 2 meisjes: “Geloof jij niet in God? Nee? Nou”, zeiden ze lachend, “dan ga je naar de hel”. Die kreten kom je ook in onze kringen tegen. Ze zeggen dan: “Als je je niet bekeert, ga je voor eeuwig verloren”. “Ik ben gekomen”, zegt Jezus, “om het verlorene te zoeken”. Dan heb je een andere instelling. En ik wou vandaag eens vragen: Hoe ruim is het blikveld van je barmhartigheid? Hoe ver reikt dat? Ik doe dat aan de hand van een grijs gedraaid gedeelte uit Mattheüs. Dat zijn de zaligsprekingen. Het woord ‘zalig’, betekent: ín gelukkig. Dat wordt zelfs van God gezegd, de enig zalige God. Dus God is ergens gelukkig mee. In het Grieks is het makarios.  
 
k ga dit bijbelgedeelte niet helemaal oplezen, want iedereen die kent dit ding uit het hoofd. De sleutel van dit hele stuk, zit in dit woordje: gij in vers 11. Want over wie wordt dit allemaal gezegd? Over mensen. En nou wou ik graag dat je heel goed oplette. Dit eerste vers daar staat; hunner is het koninkrijk der hemelen. Zie je het? En  bij vers 10, hunner is het koninkrijk der hemelen. Ik dacht, dat zijn net 2 boekensteunen, waar de rest tussen zit. Koninkrijk der hemelen. Links en rechts. Als of het 2 handen van God zijn. En daar tussen staan al de boeken.  En ik ga d’r eens even bij langs., want, lieve mensen, van mij ís al het koninkrijk der hemelen. Toch? Eh, ik heb geen dorst meer. Echt niet. Ook geen honger meer. Eh, ik bèn al rein van hart. Dankzij het evangelie. Ik bèn al een vredestichter, dankzij het evangelie. Ik bèn al een kind van God. Nou moet je even voorstellen dat Jezus daar staat, op een steen zit op die, en dan  deze dingen gaat vertellen en het is net alsof Hij vanaf die heuvel helemaal over de wereld kijkt. Hij zegt ook vaak: Ik ben in de wéreld gekomen. Daar staat in het Grieks kosmos, dus het omvat nogal wat. Die héle kosmos, dáar is Jezus voor gekomen.  Nou zal ik es even er hier en daar bij langs gaan.
 
Vers 1: De armen van geest. Wat zijn dat? Je kan ook lezen: armen áan geest. Dan zeiden ze vroeger: d’r zit niet veel bij. Ach. Ken je ze? Als je arm bent heb je ergens gebrek aan.. Ja. Het is een term ontleend in de bijbel aan de bedelarij. Ze zijn zó afhankelijk van anderen. Als je een iemand ziet bedelen om aandacht, irriteert je dat of geef je dat gewoon? Ja, ik noem maar wat hoor. Ze hebben zich geestelijk niet kunnen ontwikkelen. En dat zijn d’r veel! Dat zijn d’r honderdduizenden! Want wij leven in een dictatuur van de  duivel! Ja. Geestelijk stráatarm.
Denk eens aan alle vroeg gestorven kinderen. Hebben zich nooit kunnen ontwikkelen. Denk eens aan de geestelijk gehandicapten, en sommigen zijn dubbelgehandicapt. Denk eens aan die psychiatrische patiënten die niet eens meer weten wat licht is! Ze hebben geen geestkracht meer van zichzelf, geen denkvermogen. Denk eens  aan de slachtoffers van dictaturen in de loop der eeuwen. Die mógen zelf helemaal niet denken. Nou, als dat niet arm is. Het zijn mensen die steun nodig hebben. De hulpbehoevenden. Ze hebben hulp nodig, want ze redden het niet. Je kan ze bevrijden van boze geesten. Dat kan. Je kan ze een nieuw leven geven. Het koninkrijk der hemelen, dat binnen in jóu is, is voor hèn.
Dát is jouw aanbod aan de armen van geest. Ja.  En eenzaamheid. Denk eens aan eenzaamheid. Échte eenzaamheid. Daar hebben ze een goed woord voor. Dat is: geestdodend. Nou, dat is arm, dat is afschuwelijk, mensen, die helemaal in zichzelf gekeerd zitten. Ach, hoe krijg ik ze d’r uit. En dan dat lieve gezicht van Jezus, dat ontroert me. Voor hèn zegt Hij, is het koninkrijk der hemelen. Ze geloven niks. ’t Zijn mensen. Ze hoeven niet voor Jézus te kiezen. Nee, gééf ze wat. Alleen al aandacht doet zoveel. Daar was Jezus ook altijd te vinden., bij zulke mensen. Want er staat duidelijk in Jesaja 57:15: Hij is bij de verslagenen van geest. Daar is op ín geslagen en dan ligt je leven als scherven voor je. Dáár gaat God naar toe. De rijken der aarde, heeft Hij niks te vertellen.  En waar woont God? Dat zegt Jesaja: Hij woont in de hemel én bij de verbrijzelden van geest. Dus waar moest je Jezus zoeken? Als beeld van de Vader? Bij de kapot geslagenen, de gekneusden, de mensen die, ja, aan alle kanten beoordeeld werden door de buurt. De tollenaren, de collaborateurs,  de hoeren, daar ging Hij mee in gesprek. Wat de buurt er van zei, daar trok Hij zich echt niks van aan hoor. Ik zoek de verbrijzelden van geest en de teleurgestelden. Ja. Veel verhalen zijn dat. Ál die menselijke verhalen. Allemaal boeken.
 
Vers 4: Zalig die treuren. Hoeveel miljoenen mensen treuren d’r wel niet. Niet de verwenden die hun zin niet krijgen. Nee. De werkelijk treurenden. Als je een modern woord wilt hebben dan is het depressief. Néérgedrukt betekent dat. Dan zit er een kracht die hen van boven af naar beneden duwt. Letterlijk betekent het woord treuren hier: rouwen . Klagen. En dat kan zó diep zitten. Dat zing je niet weg.  Daar moet je tijd voor nemen, voor rouwverwerking. Het gaat niet over de klagers en de mopperaars . Rouw heeft altijd te maken met verlies. Dus     zou God wel eens, wat dat betreft in de rouw zijn? Kent God verdriet? Jezus huilde. Zou de Vader wel eens gehuild hebben? ‘k Heb er een paar maanden geleden over gedacht., en ik denk dat ik eens een preek maak over het verdriet van God.  ’t Staat namelijk ook in Psalm 95: 10, waarin staat dat God 40 jaar verdriet heeft gehad over het volk Israel in de woestijn. En in Genesis 6: 5 en 6 staats zelfs geschreven “dat Hij teleurgesteld was in de mens en dat Hij tot in Zijn diepste wezen verdrietig was”.  Het verdriet van God. Maar goed, hier gaat het over treurende mensen. En wat kun je verliezen. Ik vind één van de ergste vromen van verlies, het verlies van een geliefde.  Of het nou een kind is , of man of vrouw. Daarom is de dood zo’n gruwelijke vijand.  En daarom is de dóód ook overwonnen. Maar dat verdriet,een geliefde verliezen. Kijk, huis en haard verliezen dat is ook erg hoor, geen veilige plek hebben. En wat ik ook in veel mensen tegenkom, is,  dat ze zichzelf kwijt zijn. Het verlies van identiteit. Ik ben mezelf kwijt. Dat is erg hoor! En dan ga je vaak de rol van een ander spelen. Je denkt, ”als ik dat nou maar doe dan tel ik weer mee”. Maar jóuw identiteit, zó kostbaar, je éigenste zelf.  Je zelfrespect dat heb je dan niet meer, je vindt jezelf zo niks.  Kom je onder jongeren héél veel tegen. Tegenwoordig bestaat er een nieuw woord: identiteitsdiefstal. Nou geestelijk gesproken doet de duivel dat met je. Die wil níet dat jij bent wie jíj bent! En dat is nou juist Gods omschrijving: Ik ben wie Ik ben.  En Hij wil ook graag mensen scheppen, die ook zijn die ze zijn. En denk eens aan al die slachtoffers van tirannen. De handel in mensen. De natuurrampen.  De mensen die uitgebuit zijn, ook in ons land hoor. Denk eens aan de holocaust. Denk eens in de geschiedenis, de kerkgeschiedenis, wat een ellendige geschiedenis. Over de inquisitie, de vervolgingen, de ketters die verbrand zijn.  En angst voor de hel. Hoeveel treurenden heeft dat opgeleverd? De hele geschiedenis staat bol van treurende verdrietige mensen.
Zóveel! Maar, staat er, ze kunnen vertroost worden. En daar staat dat woord dat wij gebruiken voor de Heilige Geest. En de Trooster is werkzaam in ons. Dus wíj zijn geroepen om hén bij te staan.  Lees eens Psalm 56 : 9. Hier gaat het over de treurenden, en dan zegt iemand zonder huis of haard: “mijn omzwerving hebt gij opgeschreven”. Hoe vind je dat van God? Dat Hij opschrijft dat jíj hebt gezworven. Die boeken tussen die boekensteunen, dat zijn biografieën. Levensverhalen. Vind je dat niet barmhartig van God? Dat Hij als het ware noteert wat jou is overkomen, en dan ook nog, “doe dan mijn tranen in uw kruik”, met ander woorden,  wil U ze bewaren? En dat doet Hij. Hoeveel kruikjes zullen er , bij wijze van spreken,  bij God in huis staat? Al die slachtoffers.
Míljóenen kruikjes. Dát is de troost voor al die mensen, want er komteen keer de vereffening. Want ze worden bewaard, die tranen. Tot dat de kruik, kruikjes geleegd worden, en dan komt de vereffening. Dan geschiedt er eindelijk gerechtigheid.  Dus dat ellendige onrecht van de sterkste. Ik vind dat de sterkste een plícht heeft om het voor de zwakke op te nemen. Ja.  Als je dus zegt ik ben sterk in de Heer, dan blijkt dat uit het feit dat je steun geeft aan de zwakste.  Maar  het kan ook in kleine schalen hoor. Het recht van de sterkste, in gezinnen, werksituaties.  Denk eens aan sektarische  gemeentes waar 1 het voor het zeggen heeft. Is ook afschuwelijk.  En al dat geweld, waar die mensen onder lijden, dat is net als in de dagen van vóór de zondvloed. Door en door pervers en alleen maar bezig met geweld en met het uiterlijk van de wereld,
 
Dus jij wordt er bij geroepen om ze op te beuren. En aangezien jij héél veel mantels hebt, bekleed je ze met de mantel van de liefde van God. Sla die maar om ze heen. Ja. Moet jij eens kijken wat er met die mensen gebeurt. Das nou mantelzorg. Al die troostwoorden over de toekomst dus die zijn uitgesproken over ménsen. Ménsenkinderen. 
Vers 5. De zachtmoedigen. Jij bent dat al. Ja, dankzij het koninkrijk Gods ben jij zachtmoedig geworden. Zacht van gemoed, betekend dat. Je staat er om bekend, hoe vriendelijk je in de omgang bent. “Leer van Mij”, zegt Jezus, dat ik zachtmoedig ben. Ja. Maar er zijn op aarde óók een heleboel zachtmoedige mensen! Je kent ze vast wel uit je buurt. Vriendelijke mensen. Écht zachtmoedig! Ze zijn onopvallend. Kijk, wij zijn erfgenamen van een hémels koninkrijk, en voor de zachtmoedigen wordt gezegd: jullie mogen de aarde beërven. Betere koningen kan ik me niet voorstellen, en presidenten, dan zachtmoedigen.  Je zal het eens een keer in je cv, als je solliciteert schrijven: ik heb die en die opleiding gehad en tot slot, en ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Past dat? Als je ambities hebt? 
Ja, daar wórdt namelijk over heen gelopen. Die tellen niet mee! Lucas 16:15: Wat hóóg is bij mensen, zegt Jezus, is een gruwelvoor God. Dus, wat laag is bij de mensen, daar gaat God naar toe.  ‘t Gaat hier gewoon over mènsen. En ze gaan niet eens naar de kerk! Nee. Wat was de geloofsovertuiging van de barmhartige Samaritaan? Ja, goede vraag. Het zijn geen heersers, die zachtmoedigen. Het zijn beheerders. Ja. En ze worden aangesteld in de toekomst. Ze zullen de aarde beërven. In betere handen kan niet.
 
Vers 6. Hoeveel  mensen hongeren en dorsten naar gerechtigheid?  Hoeveel in deze tijd? Zóveel. Het geweld neemt toe, dus mensen die zeggen: waar is de gerechtigheid? Ik krijg geen  gerechtigheid. Ze beduvelen me aan alle kanten. Denk eens aan de strijders voor mensenrechten. Die moeten maar dood. Schiet die maar dood. Ja, dat is het lot van mensen die strijden om gerechtigheid. Ze worden mishandeld. ’t Is verschrikkelijk. Ze hebben recht op een ongestoord leven, want dát is leven. Ja. Kijk, ik wandel al in gerechtigheid, eindelijk, eindelijk, sinds ik de gedachtewereld van de Vader ken. Mooi hoor. Nou, zegt Jezus, als iemand dus van je een broek steelt, dan geef je hem d’r een overhemd bij. Jou pakken ze niet meer. Nooit gelezen? Dat Jezus zulke dingen zegt? Dan ben je niet meer te pakken, want de gerechtigheid is innerlijk. Dat had Jezus óók. Ze hadden Hem alles afgejat, tot met z’n kleren. Heb je je wel eens afgevraagd waarom Jezus geen trauma’s heeft opgelopen na dat afschuwelijke lijden? Best wel eens de moeite waard omje dat eens af te vragen. Hoe dat kán! Maar deze lui zullen verzadigd worden. Wij zullen ze de gerechtigheid Gods mogen geven. En waarin ze tegengewerkt zijn, dat kómt een keer goed. Ja. Denk eens aan die profeten. Wat hebben dié een hoop onrecht verdragen. En nou zeg ik het anders. Wat hebben die een hoop onrecht verdrágen! Hoe kan dat? Dan moeten ze een geheim binnen in zichzelf hebben gehad, wat hen moeiten deed dragen. Jezus, onschuldig vermoord, toch? Denk eens aan Johannes op Patmos, die schijnt geroosterd te zijn. Petrus op de kop gekruisigd, Paulus omgebracht, al die profeten uit het oude testament. Gruwelijke dingen mee uitgehaald! En toch….. tòch zat er iets in hen wat hen overeind hield. Om welke reden is Jezus gestorven? Volgens de wet. Wist je dat? Johannes 19:7  “We hebben een wet”, werd er gezegd, “en volgens die wet moet Hij sterven”.
Ook als ze overleden zijn. Want waar zijn al die mensen die gestorven zijn verdwenen? Ook nog in het dodenrijk. Hebben ze daar hun recht gekregen? Worden ze daar getroost? Écht niet hoor! Echt niet, maar ze zullen een keer verzadigd worden. Ik zeg wel eens in gedachte: wacht maar jongens! We komen er aan. Ja. De hele schepping kreunt en kraakt, maar ze wacht. En ze, weet je waarom ze zo kraakt? Dat zijn weeën. Omdat er mensen tevoorschijn komen die het koninkrijk der Hemelen in zich hebben. Die kunnen troosten, die, om gerechtigheid hen kunnen gaan geven. Denk nog eens aan al die barmhartigen. D’r zijn een hoop barmhartige mensen hoor! Ze nemen het op voor het misdeelde. Écht lieve mensen. Wij kennen mensen, in ons dorp, ze geloven nergens in, maar ze zijn zó barmhartig, zó meelevend. Ze ontfermen zich over de medemens.  En dan zal hún barmhartigheid geschieden. Hebben zij dat dan ook nodig? Ja, reken maar. Uiteindelijk wel. Ja. ‘k Zal straks wel zeggen wat precies. Er zijn nog zóveel barmhartige mensen, ze doen zó goed man! ‘k Zag eens een documentaire over een freule, en die ging over titels, baronnen en weet ik veel wat, en die freule was zo heerlijk nuchter, ze zegt: die titels, ze zeggen me allemaal helemaal niks. Is gewoon geërfd. Het zegt ook niks. De enige titel zou ik wel leuk vinden, zei ze, als er achter mijn naam in de overlijdensadvertentie komt te staan: g.m. : goed mens. Vind je ’t niet prachtig? Ah, dat vind ik prachtig. ‘k Denk, meid je hebt het begrepen, want je bent een méde-mens! Ja. Hun zal barmhartigheid geschieden. Weet je hoe Jezus die noemt? Mijn schapen. Ze zitten overal. Niet zomaar wat schapen, nee, Mijn schapen, maar ze zijn verstrooid. En als ze dan overleden zijn? En ze kenden dit evangelie niet? Dan zal hen barmhartigheid geschieden, want ze, wij zullen zeggen uiteindelijk: wèlkom, barmhartigen, want voor jullie is het koninkrijk der Hemelen. Denk eens aan de reinen van hart.
 
Vers 8: want wij zien God reeds, maar zij nog niet. Hier wordt over de reinen van hart van de aarde gesproken. Dat zijn mensen die zuiver willen leven. Die leiden een gewetensvol leven. Er zijn een hoop christenen die kunnen zelfs aan hen een voorbeeld nemen. Ja toch? Reinen van hart. Vind je het niet prachtig? Zuivere mensen. Ze zijn eerlijk. Dat was voor mij, voordat ik de Heer kende, een grondwet in het onderwijs. Ik wil hartstikke eerlijk zijn naar de leerlingen toe. Als ik een fout maak mogen ze me er op wijzen, zal ik ‘m rechttrekken, geen smoesjes. Eerlijk zijn. De grondwet! En later kreeg ik een collega, die had precies het zelfde. En die gelooft helemaal niks. Een atheïst van het zuiverste water. Ik zeg, nou, dit hebben we tenminste gemeen. Maar ik moest aan hem denken, toen ik dit weer las. Ik denk, nou jongen, wacht maar, er staat je nog iets héél moois te wachten. Je zult een keer, eh, je Hemelse Vader zien. Wat hebben wij wat in de aanbieding. Mooie mensen, zó helder en puur in hun denken. Het zijn echte mensen. Net als Adam en Eva, die waren ook zo puur. Wat een mooie uitroep van Jezus. Ik kan me voorstellen dat Hij de tranen in de ogen heeft staan als Hij dat zegt. Zulke mooie mensen, en ze zullen een keer God zien, zegt Hij tegen z’n discipelen. Ja. En wat denk je van de vredestichters? Nou, dan kun je eindeloze verhalen houden, over politieke toestanden, maar, die sla ik maar gewoon over. Vredestichters. Van een psychiater hoorde ik eens, dat hij zei: als ik niet van mensen houd is m’n therapie waardeloos. Ja, mooi hoor. Ik hou van mensen. Nou, vredestichten, ik breng het nou even helemaal terug naar jezelf. Heb je vrede met jezelf?. Heb je dat? Heb je dat echt? Ben ik blij met, mezelf zoals God ook blij is met mij? Vredestichters zijn mensen die jou bevestigen in jouw identiteit. Zodat je vrede krijgt met jezélf. Kijk, zij zullen kinderen Gods genoemd worden, maar ik ben het al. Wie noemt hen dan kinderen Gods? Wie mag dat doen? Ze zijn echt uit het goede hout gesneden hoor! Die lui die jou bevestigen, die gewoon blij zijn met je. Ze geloven waarschijnlijk nergens in, hebben de moed ook opgegeven met al die heibel om de bijbel, zij bevestigen jóu in jouw bestaan. Ja. Vrede is ook verzoenen. Ben je verzoend met jezelf? Dat is het begin hoor van vrede. Verzoenen is ook samenbrengen. Al die stukken in jezelf, das een apart verhaal. Dat zei iemand een keer: ik besta uit allemaal stukjes twijfel, zei hij, maar wordt bij elkaar gehouden door mijn vrouw. Wel ontwapenend hè? Maar, als je uit brokken bestaat, is dat ellendig, maar ze hóren bij elkaar. Verdeeld van hart staat er later ook wel ergens in de bijbel. Dan is dit in stukken, en als dat allemaal weer samengebracht wordt, dan wordt het een geheel. En daar heb je nou de sjalom. Ja, het heel zijn. En hoeveel mensen worden wel niet vervolgd om de gerechtigheid wil vandaag aan de dag? Strijd je voor mensenrechten, ‘k heb ’t al gezegd, dan worden ze vervolgd! Ga je vriend en vijand operen als arts zonder grenzen, en krijg je een kogel! Je wordt ontvoerd. De goeierds worden ontvoerd, doodgeschoten! Nou als je nou nòg niet geloofd dat de duivel bestaat, dan weet ik het niet meer. Voor hen is het koninkrijk der Hemelen, ze strijden echt voor een goede zaak. En hoeveel hebben hun leven er voor moeten geven? Ja. Dat zijn ook kandidaten voor het koninkrijk der Hemelen. Daar heb je ze. Dus hoe groot is de barmhartigheid van God wel niet! Is toch eindeloos? Ik kan de ruimte daarvan, de reikwijdte niet eens bevatten.
 
Samengevat de verzen 3 t/m 10: Ál deze troostende woorden, zijn gezegd over mensen van de aarde. Ja. En als  uiteindelijk de boeken geopend worden, dat mogen wij doen, dat zijn allemaal (zie Openbaringen 20) levensverhalen van mensen. En nou komt een merkwaardige vers. Jezus heeft rondgekeken, en deze schitterende beloften van Gods barmhartigheid uitgesproken en in eens kijkt Hij naar Zijn eigen mensen.  En dan zegt Hij: Zalig zijn júllie als je jullie vervolgen en smaden en liegen en allerlei kwaad van mensen spreekt om Mijnent wil. Die anderen die verklaar ik allemaal zalig, zegt Hij. Maar jullie zijn om een andere reden in en in gelukkig. Want kijk, smaden, vervolgen, liegen dat is al die mensen overkomen daar. Maar als ze het over jou doen, zegt Jezus, zalig ben je. Wees blij als ze over je liegen. Kijk, als ik kwaad doe, en moet lijden, ja eigen schuld, dikke bult. Ja, laat niemand van u moeten lijden als een dief, zegt Pertus, want dat is geen lijden om Christus wil. Je hebt gewoon zelf stom gedaan. Maar als  je ergens van beschuldigd wordt wat niet waar is. Ken je dat? En dan zegt Jezus: wees gelukkig. En ik vraag me af of je daar dan wel zo gelukkig mee bént. Als ze liegen over je, wat helemaal niet waar is, wat dan? Als jij nou vals beschuldigd wordt, vlieg je overeind? Onmiddellijk in de verdediging? Hoe zit dat? Wat had Jezus dan wel niet allemaal moeten zeggen toen het Hem overkwam? En de apostelen. Altijd vals beschuldigd! Valse getuigenissen. Word je kwaad? Dat is eigenlijk de cruciale vraag. Blijf je kwaad of blijf je goed. Ja, ik vraag maar hoor. Ja. Het was het lot van Jezus. Wat is er veel over Jezus gelachen. Wat hebben ze de spot met Hem gedreven. Ken je die vent uit Nazareth die denkt dat Hij Messias is? Zoiets. En wat is er over God al niet veel gelachen. Je kan geen cabaret zien of het gaat er over. Ja, over God en Jezus. Echt! Ja bespottelijk dus. Vals beschuldigd. Dan is dus de vraag:  hoe reageer jij daar op? Dat is de vraag. Als jij altijd goede bedoelingen hebt, of het nou over het evangelie is of niet, en je geweten is in orde en ze zeggen iets van je wat helemaal niet waar is, ja dan blijft, dan zeg ik altijd maar, dan blijft je eigen integriteit goed. En die houdt jou overeind! Want we zingen wel: God kent me, maar je zingt het soms veel te  makkelijk. Het gaat om jóuw integriteit. Daar wordt je op beoordeeld. Ook in de wereld. Hoe ben je als buurman, als werknemer, als werkgever. Hoe ben je?Ja.  Dus niet altijd bezig met: hoe kom ik over? Nee, hoe bén je! Anders sta je nog je best te doen om in een goed blaadje te komen. Zonde val al de energie. Er staat 1 woord in de bijbel, in Handelingen, komt ook maar 1 keer in de bijbel voor. Apokatastasis. Uit m’n hoofd geleerd. Naa, m’n best voor gedaan.  Weet je wat dat betekent? ’t Is vertaald met: de wederoprichting van alle dingen. Alle? Dat is zóó  veel. Alle dingen worden een keer opgericht. En die dingen, dat begint bij de mens.  Dat zijn de mooiste dingen. Alle mensen worden een keer opgericht. Alles wat verloren is, wordt opgezocht. Al waar je over getreurd hebt, waar je verdriet over hebt, waar je over in rouw bent, wat je ontstolen is. Het wordt allemaal weer opgezocht en gevonden!  Vind je dat niet prachtig? Alle dingen! Dat verruimt je blik. Man, man, zó mooi. En in het woordenboek heb ik dit woord ook opgezocht, en daar staat: terugkeer tot de oorspronkelijke toestand. Dan word ik stil. God wat mooi, zei ik tegen Hem. Ja.  Terugkeer naar de oorspronkelijke toestand. Dáár heb je de Schepper en de Herschepper.
 
 In Johannes 5:28 staat: Verwondert u hierover niet, want de ure komt, het moment betekent dat, zegt Jezus, dat allen die in de graven zijn, en de graven dat zijn de cellen in het dodenrijk, en niet de kerkhoven overal in de wereld. De graven die gingen open, als dat ergens staat, dan zijn dat de graven in het dodenrijk. Ja.  En Zijn stem zullen horen, Jezus stem, maar die komt uit ónze mond. Ja. Want wij mogen aan het eind van het 1000-jarig rijk,  en we hebben de sleutels van dood en dodenrijk, dan staan alle mensen op en dat zijn er nog al wat. Miljarden! Hoe het precies gaat, dat zien we dan wel. Maar ze staan allemaal op. Je kan het niet verzinnen. De reinste en de grootste boef. Alles staat op, want wij hebben de gevangenisdeuren, want we hebben de sleutels, opengegooid, en jongens, kom maar. Jullie lijden is afgelopen. Het is voorbij. Al jullie wonden, waar niets aan gedaan is, we zullen jullie troosten. We kunnen je troosten, want we hebben de trooster in ons: kom, kom binnen in het koninkrijk van onze Vader. Hele categorieën. Honderdduizenden mensen die stromen d’r uit, het koninkrijk der Hemelen binnen. Wát een dág zeg! Als iedereen opstaat. En, en daar staan ze dan en daar zitten ze dan, en dan, dan gaan de boeken open. Hoe vind je dat? Kijk, wij staan in het Boek des levens. Wij vallen echt niet meer onder het oordeel. Weet gij niet, zegt Paulus, dat júllie de wereld zullen oordelen? Nou, staat ergens in de Corinthebrief. 1 Corinthe 6:2”weten jullie niet, dat júllie de wereld zullen oordelen”? Met andere woorden, dat is het laatste oordeel. Daar zijn lugubere schilderijen en verhalen van gemaakt. Over het laatste oordeel, het vagevuur en hel. Het is verschrikkelijk. Geen greintje barmhartigheid. En daar staan ze. En d’r staat heel simpel, ze zullen d’r uit gaan, wat zal dat een opluchting zijn. Uitgaan. Eindelijk! Na zoveel eeuwen gevangenschap. Tot de opstanding ten leven, die het goede gedaan hebben. Ze worden allemaal zalig verklaard. Kom binnen! Kom binnen! Wat hebben we daar nou voor gedaan? Joh, wat kan dat nou schelen, je bent een goed mens geweest, kom maar. En jij hebt zoveel geleden, kom maar. En jij bent, je hebt niet geleefd, je bent een dag oud geweest, kom maar. Alles wat beschadigd is, wat onderdrukt is, ze stromen naar buiten. De opstanding ten leven. Ja. Ga maar leven. D’r zitten ook kwaaien tussen. Nou, díe worden beoordeeld. Maar al die biografieën, al die boeken, ze gaan open! En jij mag ze lezen, en jij zegt: mens wat heb je meegemaakt, kom binnen . Jij hebt geen leven gehad op aarde, kom binnen! Mooi hè? Hunker je daar nou naar, naar die dag? Dan ben je wat minder met jezelf bezig, en meer met medemensen. Ja, ik hoop dat dit je een klein beetje kan prikkelen. Dat je bezig bent met déze dingen, want anders komt er nooit een end an. Anders zeg je, ja na m’n dood zullen we wel zien. Zonde man! Hier gaat het om. Ik wou maar zeggen, van Jezus wordt gezegd dat Hij de Koning der Koningen is en de Heer der Heren, nou hier zitten dan die koningen en die heren en dames, maar je mag ‘m ook de rechter van de rechters noemen. Wij mogen ze beoordelen. Het lijkt  me heerlijk om al die mensen zalig te kunnen verklaren. Gelukkig te maken. Te troosten. Bij te staan. Het kruikje te pakken en te zeggen: vertel eens joh, waar ligt je verdriet? Vertel. Dan kun jij van hun ogen de tranen afwissen. Mag jij doen. Verhaal voor verhaal. Met andere woorden, wat is het blikveld van Gods barmhartigheid oneindig ruim.
En daar zit de hele schepping, de zichtbare wereld en de onzichtbare wereld, reikhalzend naar uit te zien. Naar de dag van God in Zijn mensen wanneer Zijn heerlijkheid in ons wordt geopenbaard.
Daaraan gaat lijden vooraf want we hebben een gruwelijke tegenstander, maar aan elke vervulling van een belofte gaan weeën vooraf. Dat heb je met de geboorte en de openbaring van de Christus in ons. Blijf vurig van geest, geduldig in de verdrukking, want God heeft Zijn hoop op mensen gevestigd.
 
Amen.
 
 
Gebed:
Vader, leer ons te zijn zoals U. Barmhartig en genadig, zodat Uw wil geschiedt en Uw koninkrijk komt.
 
Amen.