Tuesday, October 22, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

Gooi je brood uit op het water - Prediker 11:1-6 - Duurt Sikkens

Ik wilde graag wat gedachten doorgeveb aan de hand van een stukje uit Prediker - een heel boeiend stukje – Prediker 11:1-6: ‘Werp je brood uit op het water en je zult het vinden na vele dagen. Verdeel het in zevenen, in achten, want je weet niet welk kwaad er op aarde zijn zal. Als de wolken met regen gevuld zijn, gieten zij die uit over de aarde en als een boom valt, zuidwaarts of noordwaarts, ter plaatse waar de boom valt, daar blijft hij liggen. Wie steeds op de wind let, die zal niet  zaaien; en wie steeds naar de wolken ziet, die zal niet maaien.’

En dan de kerntekst: ‘Zoals je de weg van de wind evenmin kent als het gebeente in de schoot van een zwangere vrouw, zomin kent gij het werk van God, die alles maakt. Zaai uw zaad in de morgen en laat uw hand tegen de avond niet rusten, want gij weet niet, of het ene gelukken zal of het ander, dan wel of beiden tezamen goed zullen zijn.’
Nou, er staat nogal wat, maar ik wandel er maar doorheen.

Gooi je brood uit op het water.’ Nou, dat doe ik nog al ‘es voor de eendjes. Maar dat brood is natuurlijk vooral voor de vissen. En vissen zijn altijd een beeld van mensen die God niet kennen. Mensen die het evangelie vertellen zijn daarom vissers van mensen. Dus geef van je overvloed, want het is jouw brood en je hebt voldoende. Strooi dat maar uit naar de mensen. Jezus zou zeggen “Armen van geest heb je altijd”. Wees royaal voor mensen die helemaal niks hebben.

En denk eens aan de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester. Herinner je je die? Deze man behartigde zijn zaken niet zo goed en dan gaat hij allerlei schuldenaars  wat kwijtschelden. Wel eens gelezen? Ik kon er vroeger nooit mee uit de voeten, met dat verhaal. Pak maar eens even Lucas 16 als je wilt. Daar staat het wel. Ik ga dat verhaal niet helemaal voorlezen, maar die rentmeester zegt: “Ik heb geen zin in bedelen of spitten, dat doe ik niet”. En wat doet hij? Hij scheldt een heleboel mensen de schuld kwijt die zij hadden bij de rijke man. En wat staat er in vers 8? De heer prijst die man! Hoe vind je dat? Hij had met overleg gehandeld! Ik heb ook de titel veranderd die in de Bijbel erboven staat. Daar staat ‘de onrechtvaardige rentmeester’. Maar ik heb hem veranderd in: ‘de slimme’. Want de kinderen van deze wereld gaan ten aanzien van hun geslacht met veel meer overleg te werk dan wij, want wij noemen ons toch de kinderen des lichts? “Maak je maar vrienden” zegt deze heer  “met behulp van dat brood, die onrechtvaardige mammon.” En dan komt het in vers 9: “opdat –als dat geld, die aardse zekerheid- je ontvalt, men u opneemt in eeuwige tenten.”
Wie zijn die ‘men’? Dat zijn diezelfde mensen als de ‘zij’ in vers 4 die je in huis nemen. Dat is het vaderhuis. Dan staat die rentmeester voor de hemelse raad en als er gevraagd wordt: “Nou, wat heb je gedaan?” En dan zijn er een heleboel mensen die zeggen: “Hij heeft mij uit de ellende en de schuld gehaald. Hij heeft mijn last verlicht toen ik arm was.” Beloning? Eeuwige tenten! Want dat is het. Mooi hè? We weten niet half hoe goed God is.

Jezus heeft gezegd: “Zalig de barmhartigen.” Dit is een uiting van barmhartigheid. De rentmeester is heel slim. Hij denkt: “Barmhartigheid, dat werkt.” Het gaat hier over mensen van deze wereld. “Zalig de barmhartigen”, want wat staat erachter? “Hen zal barmhartigheid geschieden” en dat is het opnemen in die eeuwige tenten. Wij zijn als christenen al barmhartig en hoeven niet meer beloond te worden.
 
En nu terug naar Prediker 11:1-2 waar staat: “Verdeel het in zevenen en in achten.” Dat slaat op jezelf. Je kunt je kennis, je voedsel behalve dat je het kan delen met anderen, ook gedeeltelijk bewaren voor jezelf. Ja, een voorraad voor kwade tijden,’welk kwaad er op aarde zijn zal’. Denk bijvoorbeeld ook aan de 7 vette en 7 magere jaren van Jozef in Genesis 41.

De eerste de beste mier doet het, de eksters doen het, allerlei dieren leggen een wintervoorraad aan. Zouden wij het dan ook niet doen? En wat is nou ‘een voorraad aanleggen’?

Nou, denk aan de gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden uit Mattheüs 25. Het verschil tussen wijs en dwaas. Ze waren allemaal gedoopt met de Geest. Ze hadden allemaal een brandend lampje. Maar het duurde nogal lang wat de komst van de bruidegom betreft  - dat is nog een  heel verhaal apart- .

Voor ‘wijs’ staat er in de grondtekst: ‘inzicht hebbend’ en voor ‘dwaas’ staat er ‘afgestompt’. Dus je kan 40, 50, 60 jaar meelopen en denken dat je het weet en je zingt eens wat en je roept eens wat en je juicht eens wat en je springt eens wat, maar wat is ‘inzicht hebben’? Dat is inzicht hebben in de bedoeling van God, hoe Hij die herschepping is begonnen en uiteindelijk voltooit.
Dat betekent niet dat je het boek Openbaring uit je hoofd leert, maar dat je de Vader leert kennen.

Er is een lied dat luidt: “Geef mij olie in mijn lamp”. Nou, dat hadden die dwaze maagden niet. Wat is dan olie? Dat is simpel. Ja, dat is Geest. Ja, maar wat wil de Geest? Ons alleen maar de Vader doen kennen. Dàt is uiteindelijk de bedoeling van de Geest. En zo kunnen wij de mensen de Vader doen kennen. Zo eenvoudig is het. Jij overtuigt de mensen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Dat is je priesterfunctie: de denkwereld van de Vader doen kennen. Dat is hèt item geweest van Jezus.

Ik vind het laatste avondmaal zo’n ontroerende scène, elke keer weer. Eigenlijk springen de tranen me in de ogen als ik dat steeds maar weer lees dat Hij zegt tegen een groepje mensen, dat Hij ze de Vader doet kennen. “En ze geloven me” zegt Hij, “ze geloven dat Ik van U ben uitgegaan. Ze geloven me dat U goed bent” (Johannes 17). Het heeft Hem zó diep geraakt dat Zijn woord ingang vond. Blijer kun je mij ook niet maken.
Maar nu die dwaze meisjes. Ze waren gedoopt met de Geest maar verder hadden ze geen inzicht, geen kennis gekregen. Wat gebeurt er dan? Ja,  dan dooft het licht! Dat is erg.

 
Prediker 11 vers 2: ‘Als de wolken met regen gevuld zijn’. Wolken, een prachtig beeld van de gemeente. Weten jullie wat al die druppeltjes bij elkaar houdt van een wolk? Die wolk blijft een prachtige compacte massa. Wat houdt dat bij elkaar, al die druppeltjes?

Iemand vertelde mij: “Dat is de onderlinge aantrekkingskracht.” Wat een prachtige gelijkenis. ‘De onderlinge aantrekkingskracht’. Dus het is de liefde die ons verbindt. Dan staat er: ‘Met regen vervuld.’ Dan zie je de wolken komen boven de aarde, want wij zijn van boven en je werpt een schaduw over de aarde. Prachtig toch! De mensen kunnen in die schaduw op adem komen. Je geeft schaduw aan de volken.
En wij zijn gevuld met regen, we kennen God. Dat is ‘gevuld’. Dus ‘vervuld met de Geest’ wil zeggen dat je deel hebt aan Gods gedachtewereld. Anders is het een holle kreet, een lege lamp. ‘Gevuld met regen’, de late regen. En dat is nou de leer van het koninkrijk der hemelen, waar Jezus altijd mee bezig was. Dagelijks in de tempel legde Hij dat uit. Ja, waar Jezus het altijd over had. En dan iets moois: ‘uitgieten’. Voor de aarde is dat. Wij zijn vol en wij kunnen uitgieten. Dat gaat van boven naar beneden.

De vroege en de late regen, waar ze in het Midden Oosten altijd op zaten te wachten. En de vroege regen dient om de allereerste beginnetjes te doen ontkiemen. ‘De beginselen’, die worteltjes. Onzichtbaar gebeurt het haast. Het gebeurt wanneer er regen op valt. Dat heet de ‘vroege regen’. En later komt de ‘late regen’ en dat is de vruchtzetting. En daarna komt nog een poos zonneschijn en dat heet dan ‘verdrukking’ want dan rijp je.

En dan staat er ineens in vers 3 iets over een omvallende boom. Wat heeft dat er nou mee te maken? Dat is een waarschuwing. Mocht je een boom zijn - prachtig hè - , maar sla dan  je wortels uit in Gods liefde, in wat Hij voor jou voelt, in wat jij als Zijn kind voor Hem betekent. Hij is zo gek op je. Wortel daar nou maar eens in (zie Ef. 3:17). Dàt is de bodem van je bestaan. Langzamerhand word je je dat steeds meer bewust en hoe meer je je dat bewust wordt, hoe meer je groeit.  Paulus zegt tegen de gemeente Korinte  -want daar wisten ze het zo goed- in 1 Kor 10 vers 12 : “Wie meent te staan, kijk uit dat je niet valt.” Je hebt van die mensen die denken dat ze iets zijn. ‘Wie meent te staan…’ “Kijk uit” zegt hij “dat je niet valt” en dat zegt hij in verband met afgodendienst.  Die Korintiërs lieten zich meeslepen door allerlei rondreizende predikers en religieuze praatjesmakers. Schijnapostelen noemt Paulus ze. Mensen die van zichzelf vinden dat ze een zéér speciale bediening hebben. Het gaat maar door. Ze lieten zich zo makkelijk op sleeptouw nemen. En de rondreizende showapostelen worden er rijk van…  Ik zeg wéér: Ze maken van het lam van God een gouden stierkalf.
 
Prediker 11 vers 4: “Als je altijd maar op de wind let…..” Als je altijd wacht op gunstige gelegenheden om het evangelie te vertellen kun je lang wachten. Dat zijn mensen die niet durven. Die hebben hun vrijmoedigheid prijsgegeven. En lees nu eerst eens vers 6: ’zaai het maar in de morgen en ’s avonds. Je weet het toch niet.’ En zo is Jezus bezig geweest. Prachtig hè! Ja, je hebt zaad zat. Strooi maar uit. Onverstoorbaar, vertel het maar. Als ze het niet waard zijn, dan is dat hun verantwoordelijkheid. Of  je het nou op platgetreden paden strooit  - die mensen die alles al weten – tussen dorens of distels; er valt allicht iets in goede aarde.  En zo ging Jezus. Uit Zijn hand komt het woord en daar gaat het. Wat een mooi gebaar. Gewoon doen. Waar het valt, die is zelf verantwoordelijk. Mijn verantwoordelijkheid is dat het goed zaad is. Dat ik niet zomaar wat sta te roepen, maar dat mijn woorden inhoud hebben, dat ze leven bevatten.
Ik heb naast het huis een berk staan. Hoeveel zaadjes daar niet afkomen in één seizoen, dat wil je niet weten, zó verschrikkelijk veel. Honderdduizenden. Maar hoeveel nakomelingen ik van die berk heb gezien? Eéntje, in al die jaren. Maar goed, het gaat mij erom dat de natuur al zo overweldigend rondstrooit.  Het gaat erom dat wij goed zaad zaaien. Daar zit het geheim.

En nou kom ik tot de kern van vers 5. Merkwaardig hè dat hier de wind wordt gecombineerd met een zwangerschap. Dat is frappant. Wie heeft daar in het Nieuwe Testament over gesproken? Johannes 3 vers 8. Lees deze uitspraak van Jezus eens zéér aandachtig. Ik vond die uitspraak in mijn puberteit toen  het meest boeiende gedeelte van Johannes. ‘Wind’ en ‘geboorte’. Zie je die combinatie? Ik denk dat Jezus aan Prediker heeft gedacht, want daar ligt die combinatie ook. ‘De wind blaast’. Ik ben zo blij dat er ‘blaast’ staat en niet ‘waait’, want bij ‘blazen’ zit er iemand achter. Wie blaast? De wind, dat is Gods adem, dat is zijn Geest uit Hem. ‘De wind blaast waarheen hij wil en je hoort zijn geluid’.

Wie zijn die ‘gij’? Dat is de aarde, de mensen die het geluid horen, want jij maakt namelijk dat geluid. Want dat staat er toch achter: ‘Zó is ieder die uit de Geest geboren is’. Hoe? Nou, evenals iemand die ergens vandaan komt en weet waar ‘ie heengaat. Je weet toch waar je vandaan bent gekomen? Als je op zoek gaat naar je roots, dan moet je bij God beginnen én je weet ook waar je weer naartoe gaat, het einddoel van je leven.
 
Maar ‘de wind blaast waarheen hij wil, je hoort zijn geluid en je weet niet….
Nicodemus, jij weet niet vanwaar hij komt of waar die heengaat. “Nou”, zegt Jezus: “Zó is iedereen die uit de Geest geboren is.” Natuurlijk moest Nicodemus wel even slikken. Hij denkt: “Waar gaat dit over?”  En dan zegt hij: “Moet je dan opnieuw de baarmoeder in?” En dat is mij vroeger verteld als: “Die domme Nicodemus”. Het was helemaal niet zo dom van Nicodemus. Hij dacht goed na! Hij zegt: “Opnieuw de baarmoeder in?”  Ja Nicodemus, je hebt gelijk. Je ziet het Nicodemus. Want later staat er dat hij een discipel is geworden van Jezus. Het landde bij hem. Opnieuw geboren worden, opnieuw in een baarmoeder tot ontwikkeling komen in het hemelse Jeruzalem, “want dát is onze moeder” zegt Paulus. En anders vind je het allemaal geprofeteerd in Psalm 87. Wat onmogelijk lijkt bij mensen is mogelijk bij God.
 
Goed, ‘blazen’, daar zit iemand achter. Dus eigenlijk staat er: jij bent als die wind. Uit Gods mond ben je voortgekomen, het begint in Hem. Je bent uit Hem, dat is je oorsprong. ‘Toen Hij sprak, was je er’. Toen Hij jouw naam riep - dat ontroert mij steeds -  toen Hij je noemde, was je er. Vind je dat niet mooi? Hij heeft je tevoorschijn geroepen. Ja, Hij noemt je bij je naam… en daar stond je, ineens, als een kleutertje. Je bent als die wind, tot leven gekomen door de adem van je hemelse Vader.

Ik las in een encyclopedie: winden, die bepalen juist in die bijbelse landen het klimaat en de seizoenen. Nou, dat leidt tot deze vraag: Wat voor wind waait er in jouw leven? In je gezin en in de gemeente, ons gezin. Die noorden-  en die oostenwind waren voor Palestina en ook de landen daaromheen vreselijk, onaangenaam. Echt niet leuk hoor, schroeiend heet vaak. Nou, als er een schroeiend hete wind waait in je leven, in jezelf, uit jezelf, dan verdort de boel. Dat is duidelijk hè. Daar zijn zelfs bij die winden ook zandstormen. En bij een zandstorm zie je niks meer. Je ziet niet meer wie je broeder of je zuster is. En je hebt zelf ook geen adem meer. Hoe overleef  je een zandstorm? De westenwind werd gezien als weldoener, want hij bracht dauw en regen. Dat is toch heerlijk voor de gewassen op het land. Dat is toch mooi zeg als jouw leven zó is. Jij brengt dauw en regen. Dan waait er een mooie wind in je leven. Je verkwikt de boel.
En de zuidenwind? Ach, dat is zo iets teers. In Hooglied 4 vers 16 zegt dat verliefde meisje: “Zuidenwind doorwaai mijn hof opdat de balsemgeuren stromen.” Zij vergelijkt zichzelf met een hof. Dat doen wij ook; het paradijs Gods, waar we in de Geest wonen. Die zuidenwind, die waait helemaal niet hard. Dat is een hele tedere, verkoelende wind en die neemt de geuren mee. En wat voor geuren zijn dat in je leven? Balsemgeuren. En wat doet balsem? Het geneest de ziel, het heelt, het doet je zo goed. Dus als jouw woorden balsemend zijn, hoe vind je dat? En bovendien: Je gaat lekker ruiken. Dat noemt Paulus in  2 Kor. 2 vers 15: ‘een geur van Christus’. En anders staat er iets heel moois in Johannes 12 vers 3. Dat is een mooi beeld hoor. Het is een tedere, verkoelende bries. Daarvan is ook sprake  in Genesis 3. Het geluid van God in de hof. Daar is sprake van in het boek van Koningen, in 1 Koningen 19 waar Elia God ontmoet in een zachte stilte. Gewoon een koel briesje. Dat is zo goed voor je ziel, ja. Weet je dat dat geluid, dat dat ook in het Hebreeuws kan vertaald worden met ‘een zachte, stille stem’? Dat is de stem van de Geest. Als jij dus dingen verteld uit de Geest, dan doe je dat met een zachte, stille stem zal ik maar zeggen. Het geluid van God die het gesprek zoekt. Het gesprek zoeken om met iemand ergens over te kunnen praten. Je brood kunnen delen, samen die wijn drinken van het leven van Jezus. Je hoort Zijn geluid, Zijn stem. Jij geeft dus – en daar komt wat ik bedoel vandaag -  jij geeft stem aan de gedachte Gods. Want God zoekt stemmen, ja. God zoekt stemmen, dat is nou het geluid van de wind. En die wind die loeit niet, die huilt niet.  Maar dat is zo’n koel briesje, die zo heerlijk is na de hitte. Wie reageert daarop? Dat zijn mensen die fijngevoelig zijn hiervoor. Een steen reageert niet op zo’n windje. Als jij een keihard figuur bent, mis jij enige vorm van fijngevoeligheid. Als jij een geloof hebt als een blok beton, merk je niets van dat windje, nee. Wie reageren? De fijngevoelige gewassen: het gras, wuivend in de wind; het graan en ook van die grote stoere bomen, al die bladeren. Daarom klinkt het geluid van die wind in de bladeren zo mooi. Je wordt bewogen met de wind, je bent bewogen met elkaar. En die wind die waait waarheen hij wil. Dus ik moet weten waarheen ik wil, want ik ben gelijk die wind. Dat is de windrichting. Dat is het doel waartoe God het zendt.  Jezus noemt zichzelf ‘Woord’. Hij zegt: “Ik doe altijd wat mijn Vader behaagt”. Dat woord doet wat God behaagt, want woord en geest horen bij elkaar. Ik heb de uitdrukking ‘door Zijn woord en Geest’ nog nooit ergens in de bijbel gevonden, alsof het twee aparte dingen zijn. Nee hoor, waar zijn woord wordt verkondigd is zijn Geest; waar zijn Geest is hoor je zijn woorden. Dat staat niet los van elkaar. Je kan het leven toch niet los zien een zaadkorrel? Probeer je het toch met een hamertje, dan gaat het woord dood. Woord en Geest vormen één geheel, net als de Vader en de Zoon. Die kun je toch ook in één adem noemen. En in diezelfde adem worden wij ook genoemd. En Genesis 1spreekt over zon, maan en de sterren. Zon, een beeld van God; maan, een beeld van de Zoon en de sterren, dat zijn wij. Geen superstars maar lichtdragers.  
 
En wat deed Jezus nou? Hij zei: “Ik wil dat Zijn wil gebeurt.” Daar heb ik veel over nagedacht. Wat wil jij? Wat is volgens jou vrijheid? Nou, dat ik kan doen wat ik wil. Dan is de volgende vraag: “Wat wil ik?” Het is afgeleid van een werkwoord  dat ‘lopen’ betekent, bewegingsvrijheid. En toen heb ik dat ingevuld met: “Ik wil wat God wil.” Nou, weer een vraag: “Wat wilt U?” Ja toch?  Je kan heel veel nadenken en filosoferen over vrijheid  - nou praat ik alleen voor mezelf- ik ben vrij sinds ik mij aan Jezus heb verbonden. Want Hij zei: “Ik ben vrij.” Toen zei ik: “Nou, dan verbind ik mij aan U, dan ben ik het ook.”  De werkelijke vrijheid bestaat uit een verbinding, wonderlijk hè. En punt twee: “Wat wilt U?” “Nou”, zegt Jezus “Ik ben bezig de schrift te vervullen. Ik had het ook niet kunnen doen, maar Ik heb het gedaan. Want daar zat Ik nou niet naar te verlangen om dood te gaan, echt niet.” Er moet iets zijn wat Hem overtuigd heeft. Hij zegt toch duidelijk: “Niet Mijn wil geschiedt.”  Dus die was een beetje anders, liever niet. Maar toen heeft God Hem overtuigd en toen zei Jezus: “Ja, Uw wil geschiedt. Ik doe het uit liefde voor de mens.”  Er zijn nog heel wat profetieën die nog op hun vervulling wachten, ja. Daarom zijn we er ook zo mooi mee bezig. Er moet nog heel wat vervuld worden. Wil jij dat? Of zeg je gewoon: “Nou eh, God is met en dat is het dan.” Je bent bijvoorbeeld zo langzamerhand uit je slaafse denken verlost en ‘uit het diensthuis uitgeleid’. Niet meer eindeloos vragend: “God wat wilt U, wat wilt U?” Je gaat nu zelf maar eens denken, ga zelf maar eens leren lopen. En dan ben je daaruit verlost en waar sta je dan? Voor een woestijn! “Nou” zeiden de Israëlieten “leuk is anders. We dachten dat we direct in het beloofde land zaten, halleluja. Staan we voor een woestijn!” Jezus werd gedoopt met de Geest. Het éérste wat de Geest tegen Hem zei was: “De woestijn in.” Daar moest Hij stage leren lopen en alle verzoekingen doorstaan. Nou, ga er maar aan staan. Trouwens, weet je wat de grootste verzoeking is ? Dat je God verzoekt. “Wat een volk” zegt God ergens. “Ik heb er 40 jaar verdriet van gehad. Ze hebben me meer dan 10 keer verzocht.” En dan komt Paulus met de waarschuwende mededeling in 1 Kor. 10: “Het is ons allemaal tot voorbeeld geschied.” Dan mogen wij ook wel uitkijken dat we niet afdwalen. “Precies” zegt Jezus. “Zie toe dat je niet in verzoeking valt en wacht u voor de mensen en kijk uit en bewaar je geloof in Mij. Want Ik bewaar Mijn geloof in jou.” “Dus ik moet ook eerst de woestijn door?” “Ja, anders red je het niet.” Je wordt opgeleid in die zin.
Toen Jezus alle verzoekingen had doorstaan, toen kon Hij ze later ook allemaal  afweren, want er is wat op Hem afgekomen.
 
Ik vond een mooi woord in het woordenboek.  We worden ‘inherent’ aan elkaar. Letterlijk betekent het: ‘Van nature innig verbonden’. Dat is mooi! God is van nature innig verbonden met de Zoon en andersom. En als wij inherent raken aan elkaar - en dan wordt niet de  menselijke natuur bedoeld - , maar de goddelijke natuur waar Petrus het over heeft. Voor eeuwig verbonden.
In vers 5 staat:  ‘Het gebeente in de schoot van een zwangere vrouw’. In het Hebreeuws staat helemaal niet ‘een zwangere vrouw’. Er staat: ‘een volle’. Maar natuurlijk zal dat wel een vrouw zijn. ‘Het gebeente in de schoot van een volle’. Vraag: Waar ben jij vol van? Want waar je vol van bent daar loopt je mond van over. Vul zelf maar in waar jij vol van bent. Familie? De rampen van deze tijd, hoe slecht het gaat in de wereld? Nee, waar ben jij nou vol van? En voor ‘gebeente’ staat er in het Hebreeuws - ja, dat geloof je niet – ‘lichamen’. Nou, dat is meer dan een tweeling denk ik. Je moet er toch niet aan denken dat je in verwachting bent van duizend mensen. Dan moet je een grote vrouw hebben. Maar vind je het niet mooi: lichamèn. Al die christenen, zoals wij, in de baarmoeder. Want we vormen ook een moeder, een baarmoeder, met elkaar. En  we worden ook in de baarmoeder opgevoed totdat we volwassen worden. Dat gebeurt allemaal in de baarmoeder. Want die vrouw uit Openbaringen 12 vers 5, die baart een volwassene . Dat staat er in het Grieks. Of je nou man of vrouw bent, we zijn allemaal in verwachting. Als je het niet gelooft dan lees je Psalm 110 nog maar eens na.
‘Uit de schoot van de dageraad stijgt de dauw van uw jonge mannen op’. Nou, zijn dat vrouwen? Je zal toch uit de schoot van de dageraad komen, de baarmoeder van het licht. Dan is die vrouw ook licht, als haar baarmoeder ook zo is. En het mooie woord voor ‘baarmoeder’ dat is ‘liefelijkheid’ in het Hebreeuws. Je bent uit liefelijkheid geboren. Er wordt zóveel  van je gehouden dat je dáárin volwassen wordt. Wat een mooi proces. Kinderen van het licht, Zijn licht. Kinderen van de dag, die zijn ‘de dag’. Dat is nou ‘de dag des Heren’, het morgenlicht. Want de schepping is ook op een morgen begonnen natuurlijk. Zo gauw God zegt: “Er zij licht”, is het ‘morgen’ uit Zijn mond. Wij zijn kinderen van de morgen, het aanbreken van de herschepping.
In de baarmoeder word je gevormd. Daar hebben we het wel eens over gehad; Psalm 139. Maar de vraag is: Laat jij je vormen? Verander je? Kun je het merken? Langzamerhand krijgt dat wezen Gods binnen in je handen, voeten, ogen, oren. Het begint vorm te krijgen. De Duitsers zeggen: ‘Bildung’. Dat is: het wordt een beeld ergens van. Het lijkt op z’n vader en z’n moeder. De Christus krijgt gestalte in je. En dàt is nou het koninkrijk Gods, binnen in je. Dàt is het grootste wonder waar alle profeten naar uit hebben gekeken van het Oude Testament. Waar God mee begonnen is met Zijn belofte in Gen. 3 vers 15. Het zaad van de vrouw komt eindelijk tot zijn recht! En zo worden Gods woorden  weer vlees. In jouw menselijk bestaan krijgt de barmhartigheid gestalte, de nederigheid krijgt gestalte. De kracht van God om mensen weer gelukkig te maken, dat is Zijn grootste kracht, krijgt in jou gestalte. Vertel het ze maar in al je eenvoud. De vrouw is in verwachting. Het is er en het moet ook nog komen. Maar God had het allang van tevoren bedacht. En nou begrijp je het zinnetje: ‘Die was en die is en die komen zal’. Het was bedacht, het is in de gelovige en het komt tevoorschijn. Het Griekse woord voor dit proces heet Parousia.  Een mooi woord hoor. Merk je het bij jezelf? Dus niet alleen de eerste zoon – want bij een bevalling komt altijd eerst het hoofd –  maar ook wie inherent zijn aan Hem. Innig met elkaar verbonden zijn we. We zijn eigenlijk één.
Ik kreeg een hele mooie gedachte, het is haast een geheim en wie het vatten kan die vatte het, maar de Geest maakte me duidelijk – en het is helemaal geen sensatie- dat het er eigenlijk op neerkomt dat ik hoorde zeggen: “Mijn Ik wordt wij”. In dat proces zitten we. Als Jezus zegt: “Wie Mij hoort, hoort de Vader.” Wij gaan langzamerhand naar het moment: “Wie ons hoort, hoort de Zoon en wie de Zoon hoort, hoort de Vader”. Deze drie zijn daarin één. Snap je? Dat is zo’n mooie gedachte, die wil ik nog eens uitwerken. Mijn Ik wordt wij. Als Jezus bidt: “Onze Vader”, dan heeft Hij het over zijn Vader en die van ons. 
‘Ons’; Hij is zo innig verweven met ons, onvoorstelbaar, ja.
 
Ik eindig nog met een vraag, ontleend aan Psalm 110. Daar staat : ‘Uw volk is een en al gewilligheid’. Wil ik het? Ben ik bereidwillig? Wil ik doen waartoe God mij zendt?  Nou, dat vind ik dingen om goed over na te denken. Wil ik?

Amen
 
Laten we bidden.
Vader, wij bidden dat we onze afkomst bewust zijn, dat we weten dat we uit U geboren zijn. Dat we worden gedragen op de vleugels van Uw adem en vliegen naar Uw eindbestemming. Ik bid dat we blijven geloven in wat U gelooft èn dat we ons, door Uw barmhartig innerlijk, laten vormen tot Uw beeld en we zó, langzaam maar zeker, op U gaan lijken. We hebben U zo lief Vader, want U hebt ons zo lief.
Amen

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!