Monday, June 24, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

Hagar - Duurt Sikkens
  
Ik wil het vanmorgen eens hebben over Hagar en ik denk dat jullie allemaal de verhalen wel kennen over Abraham, Sara, Hagar, Ismaël en Isaäk.
Ik bedoel vooral wat er geschreven is in Genesis 16 en 21. Hagar was een Egyptische slavin en zij werd vrouw nummer 2 van Abraham. Weet u waarom? Wel, Sara kreeg niet het kind dat beloofd was en Sara stelde voor aan Abraham: Er moet een kind komen, want Ik heb het geduld niet meer voor het kind van de belofte. Abraham, verwek maar een kind bij de slavin. De zoon van de belofte liet te lang op zich wachten. Dan maar naar het vlees op de puur natuurlijke manier.
 
Waar is dat nou een beeld van? Dat zal ik u vertellen. Je hebt namelijk natuurlijke gelovigen en geestelijke gelovigen. De geestelijke, wedergeboren christen is met andere dingen bezig dan de natuurlijke. Je hebt dus Isaäks en Ismaëls om het zo te zeggen. Natuurlijke gelovigen hebben het er altijd over hoe je je moet gedragen in de wereld. Altijd bezig met moreel gedrag op allerlei gebied en noemen dit dan hun christelijke levenswandel. In Rom 8:4 wordt gesproken over een wandel naar de geest. Je wandelt in de onzichtbare wereld, de hemel, en je bent met geestelijke dingen bezig. En doe je dat, dan ben je vanzelf een goed mens. Jezus heeft daar zo vaak op gewezen. Eerst het Koninkrijk Gods zoeken, de rest komt vanzelf. Je bent vaak nog veel te veel bezig met aardse dingen en je gebeden gaan ook altijd maar over die dingen, en je getuigenissen ook. Je bidt voor alles en nog wat, maar dat is écht niet nodig. Lieve mensen, wees asjeblieft bezig met die hemelse dingen. Weet je wat belangrijk is bij de natuurlijke gelovigen? De dienstbaarheid. Luther heeft er tijdens zijn leven veel over geschreven en dat was revolutionair in die dagen. Altijd klaar staan voor anderen betekent dat je jezelf verwaarloost. En wanneer je jezelf helemaal wegcijfert tel je niet meer mee….

Ik ben er zelf ook het slachtoffer van geweest en pas zo’n 10 jaar geleden heb ik dit slavenjuk van mijn schouders gegooid. Ik moest altijd ten dienste staan van de mensen. Ik dacht dat God dat van mij vroeg, maar je bent een slaaf. Of een slavin. En je glimlacht onder al je moeilijkheden want je moet toch de blijmoedige gelovige uithangen? Wat een ellendige manier van leven. En daarbij komt nog dat je denkt voor een loon te werken. Dat heeft met prestatie te maken en niet met genade. Maar er staat toch in de bijbel: “Mijn loon is bij mij.” Ken je die uitdrukking uit Openbaringen 22? Dat is de opbrengst van Jezus’werken. Dat zijn mensen. Mensen, losgekocht van zonde en dood. Het is de vrucht van zijn werk?
 
Slaven en slavinnen moeten altijd wat. Je kunt wel uit Egypte gegaan zijn, als u begrijpt wat ik bedoel, maar als Egypte nog niet uit je hart is, kom je ook niet in het beloofde land. Zulke mensen, en ik deed dat ook, vragen steeds aan God: “Wat wilt U dat ik doe! Heer, wat wilt U dat ik vandaag doe.” Stel dat mijn vrouw mij dat elke morgen vraagt, dan hebben wij geen goede verhouding. En Jezus is de geestelijke man en de gemeente is zijn geestelijke vrouw. De tweede Adam en de tweede Eva vormen een geestelijke huwelijksband. Het leuke van mijn vrouw is dat, als ik haar vraag: “Wat kan ik voor je doen?” ze altijd hetzelfde zegt: “Van me houden!” Prachtig!
 
Op een gegeven moment vraagt een man aan Jezus: “Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven.” Wat moet ik doen. Dan vraag ik u: “Wat moet u doen voor een erfenis?” Helemaal niks! Dat is ’t grote verschil tussen genade en beloning. Ik las eens in een overlijdensadvertentie: “Haar leven was werken.” Arme stumper. Ze heeft nooit geweten dat er van je gehouden kan worden.
Trouwens, dan ken je de Heer niet. En onze Vader evenmin, want zo gaan die niet met jou om. Je beperkt jezelf door je religieuze bezigheden, door jezelf van alles op te leggen. Je legt je zelf een juk op. Bijv. ik zal voortaan mediteren, ik lees mijn bijbel, bid elke dag en ik zal voortaan zus en zo. Waarom leg jij je dat zelf op? Heeft Jezus dat ooit van je gevraagd? En dat noemen ze dan discipelschap en dan moet je nog cursussen volgen. Je snapt helemaal niets van de liefde en van een relatie. En op den duur raak je verslaafd. Weet je waaraan? Aan waardering. Je raakt verslaafd aan waardering. Je bent constant bezig met je eigen ding, in plaats van bezig met de dingen van de Vader. Jezus was 12 en toen wist hij het al. “Ik ben bezig met de dingen van mijn Vader.”
 
Ik lees u voor uit Luc 17. Daar zegt Jezus het volgende: “Wie van u zal tot zijn slaaf die voor hem ploegt (daar heb je de slaaf), vee hoedt, als hij van het land thuiskomt, zeggen: Slaaf, kom terstond hier aan tafel. Zal hij niet veel eerder zeggen: Maak mijn maaltijd eens in orde, en schort je kleren op en bedien me totdat ik klaar ben met eten en drinken en daarna mag jij eten en drinken.” “Zo werkt het”, zegt Jezus. “Zal hij de slaaf bedanken omdat hij deed wat hem bevolen was? Nou dan moeten jullie als je alleen maar gedaan hebt wat je bevolen is, tot de conclusie komen: we zijn onnutte slaven. We hebben slechts gedaan wat we moesten doen.” Nou, dat is toch geen leven. Dat spreekt toch niet over een goede huwelijksband? Dan snap je er nog niks van. En daarom zegt Jezus dat zo scherp. Ja, duidelijker kan niet. Het heeft namelijk niks te maken met geloof en genade.

Nog een insteek, in Joh 8: 35. Daar zegt Jezus tegen mensen die eerst allemaal in hem geloofd hadden, (dat staat in de grondtekst: Die in hem geloofd hadden. Want een tijdlang vinden ze het wel mooi, vooral als hij geneest maar daarna, als hij gaat praten, gaan ze weg) dan zegt Jezus: “Ik zal jullie vrijmaken.” “Oh ja?” zeggen ze, “zijn wij soms slaven?” Logische conclusie. En Jezus zegt tevens: “Een slaaf blijft niet altijd in het huis, een zoon wel.” Andere vertaling: “Een slaaf heeft geen blijvende plek.”

Daar heb je het verschil. Een slaaf of een slavin is namelijk geen erfgenaam. Daar heb je het. Hij krijgt hoogstens wat geschenken. Dat deed Abraham. Hij gaf geschenken aan mensen die slaaf af waren of die weggingen bij hem. Je kunt ook geestelijk wat geschenken meekrijgen. Je hebt genezing ontvangen of iets dergelijks, maar wie erft ontvangt niks uit verdienste, maar je krijgt iets na iemands dood.
En Jezus stierf, die is echt dood geweest. Hartstikke dood. En dan krijg je zijn nalatenschap en dat is…….., wat is de nalatenschap van Jezus? Zijn Geest! Ja, waar de Geest is, is leven, en dat is nou het Koninkrijk Gods. We hebben het geërfd. Dus, je krijgt niet nog een erfenis. Je hebt het mooiste al gekregen wat er bestaat. Mooier kan niet. Dus, het natuurlijk christen zijn stel ik echt tegenover het geestelijk christen zijn. Je mag ook zeggen van: een Hagar tegenover Sara.

Paulus werkt dat uit, in een brief aan de gemeente in Galatië. Die zijn mooi begonnen hoor, die hadden het ook over het zoonschap en volmaaktheid. Maar…..ze waren volmaakt geworden in aardse bezigheden. De gemeente liep op rolletjes: Organisatie perfect, schitterende zangdiensten, mooie preken, het was allemaal prachtig, alles onder controle. Dan zegt hij: “Oh dwaze Galaten, hebben jullie je verstand verloren?” vraagt hij. “Zijn jullie gek geworden? Wie heeft jullie betoverd!” zegt hij. “Ik wil maar een ding van jullie weten: Hebben jullie de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven. Dat is het enige wat ik weten wil.” Hij zegt het nog een keer: hoor, jullie zijn begonnen in de Geest, maar jullie zijn volmaakt geworden in eigen kracht. In je bezigheden. Dat kan toch niet?! (‘k Heb verschillende vertalingen gemengd). Dat kan toch niet! Later zegt hij: “Je ligt onder een vloek, je bent niet vrij, je kent God niet en je kent de zoon ook niet.” Want een slavenjuk is een vloek. En dan maar bidden om kracht dat je het volhoudt. Een slavenbestaan! Stel dat mijn vrouw alsmaar bidt om kracht om het met mij vol te houden. Dan is er toch iets mis?
 
En dan komt Gen 16:8. Wil je dat eens opzoeken, in de bijbel?
Gen 16:8. Er is een jochie geboren, Ismaël. En nou doet Hagar een beetje vervelend tegen Sara. Zo van: Ik ben wèl in verwachting en jij niet. En dat krenkte Sara zeer, dat kan ik me goed voorstellen. Dan zegt Abraham: “Zeg maar wat ik tegen haar zeggen moet.” “Stuur haar maar weg”, zegt Sara, “hier kan ik niet tegen.” Afijn, Hagar wordt weggestuurd en dan gaat ze; 16:7. “De Engel des Heren trof haar aan bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur. En deze zei: ‘Hagar, slavin van Sara, waar kom je vandaan en waarheen gaat gij?”

Hoe vind je die vraag? Dat zijn de oervragen van je bestaan: Waar kom je vandaan, waar liggen je roots en waar ga je naar toe. Lieve mens, wat is jouw oorsprong en waar ga je heen. En dan staat er in vers 9: Ga naar je meesteres terug en verneder je. Dat betekent: bied je excuus aan, maar eigenlijk wordt hier geestelijk iets mee  bedoeld, namelijk onderwerp je natuurlijke slaafse christen-zijn nou eens aan het geestelijke, dat van de belofte. Dàt is de achterliggende gedachte. Paulus zegt dat anders, hij zegt: Je moet je er van reinigen. Lever dat nou eens in. Hou eens op met over alle natuurlijke dingen, je familie, je baan en daar overal voor te bidden. Het hoeft niet! Wees maar bezig met de dingen van de Vader, de rest komt vanzelf en ik ken hier verscheidene mensen, die dat gewoon doen. Zoek dat Koninkrijk eerst, de rest is toegift.
 
Van Ismaël wordt gezegd in vers 13 dat hij woont “ten aanschouwen van zijn broeders.” Merkwaardige uitdrukking. Letterlijk staat er: “Hij woont tegenover zijn broers.” De natuurlijke christen woont tegenover de geestelijke christen. Snap je wat ik bedoel? De christenen naar het vlees (Esau’s) zullen ook de christenen naar de geest vervolgen. Dus waar komt jouw grootste tegenwerking vandaan? Uit eigen kring! Het is alle profeten overkomen. Het is Jezus overkomen, het is de discipelen overkomen. De grootste tegenwerking komt van mensen die zèggen dat ze in God geloven. Dan volgt er iets heel ontroerends. Toen noemde Hagar de naam des Heren die tot haar gesproken had. In een andere vertaling staat: zij noemt het karakteristieke van God, want, zegt ze, U bent de God van het zien. U zag me en het heeft me ontroerd en geraakt. Ze werd weggestuurd en dan ziet God haar. Dan komt ze bij de put en dan staat er letterlijk: “Bron van de Levende die omziet naar mij.”
Sara stond wel in haar recht, maar ja, God trekt zich toch wel het lot van Hagar aan. En waar ontdekte Hagar dit? Bij een bron. Bij een bron word je ontdekt. De bron van de Levende.
 
Ik heb een vraag aan u: Kijkt u met de ogen van God naar de mensen? Er zijn nog te veel mensen, natuurlijk denkende christenen, die letten op uiterlijkheden. Die beoordelen je op je gedrag. Die kijken er niet doorheen, nee, die letten op de dingen die voor ogen zijn. Ze roddelen veel, weten veel van allerlei natuurlijke omstandigheden, over huwelijken en scheidingen. Ze weten precies wat mag en niet mag en kunnen urenlang praten over normen en waarden. Allemaal dingen van de aarde. Ik noem het maar christelijke soapserie. Òf, kijk je naar elkaars innerlijk, net als in een goede relatie. Naar elkaars innerlijk kijken, da’s mooi. God ziet het hart aan, zeggen we, maar doe ik dat ook? Want dat wordt bedoeld met “verlichte ogen”. Ze zijn verlicht door de liefde van God en dan worden je ogen lampen. Dan kun je mensen beschijnen met de liefde van God.

Ik kan je vertellen hoe genezend dat werkt als iemand echt naar je luistert. Je hebt ook van die christenen die hebben, zo heet dat in de sociale psychologie: een ‘me-too-button’. Ken je dat? Een button waarop staat: me too. Weet je wat dat betekent? Ik zal een voorbeeld geven. Jij vertelt bijvoorbeeld over een jeugdervaring en die ander zegt dan: Ja, dat heb ik ook een keer gehad, en ze beginnen hún verhaal te vertellen. Ze luisteren niet meer naar jou. Er zijn mensen in de wereld die beter kunnen luisteren en barmhartiger zijn dan christenen. En Jezus heeft deze mensen gezien en benoemd. Hij zegt: Zalig de barmhartigen. Daar heb je ze, want hun zal barmhartigheid geschieden. Zo van: je bent barmhartig geweest, kom maar binnen in mijn koninkrijk hoor. Da’s de barmhartigheid Gods.
 
Wie ben je? Wil je dat jouw identiteit aan het licht komt of speel je nog steeds een rol. Het gaat om je ziel hoor, je kunt je eigen identiteit niet ontlopen. Daar moet je eens goed over doordenken: wie ben ik? Je kunt vluchten in allerlei bezigheden maar de kernvraag blijft: Wie ben je, waar kom je vandaan en waar ga je heen.
Ik hou niet van mijn vrouw om wat ze allemaal doet, maar om wie ze is. Als je vlucht loop je grote kans dat je jezelf verliest maar dan nòg zoekt God je op. Hij verliest je niet uit het oog en dus ook niet uit zijn hart. Kijk maar naar Hagar. God ontfermt zich altijd. Dat is zijn aard. En mijn vraag is: Is dat ook ònze aard? Ontferm je je altijd of zeg je: het houdt een keer op?
 
Zoekt u eens op Gen. 21. De tweede keer over Hagar en Ismaël. Ismaël is 12 jaar. Isaäk is geboren, die is 3 jaar. Ze hebben een feestje daar in die tent en Ismaël gaat spotten met Isaäk. Wat hij precies zegt staat er niet. Hij spot met hem. Hij moet iets raars gezegd hebben ten nadele van het kind van de belofte.
 
Kijk eens naar vers 10. Sara zegt: “Jaag die slavin met haar zoon weg. Want die zoon van deze slavin die erft niet met mijn zoon Isaäk.” Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Ze is nijdig, hoor. Maar, Abraham denkt: Dat bevalt me niks. “Het mishaagde hem zeer,” staat er. Hij hield van Ismaël en hij hield ook van Hagar. “Nou,” zegt God tegen Abraham. “Nou niet kwaad zijn. Doe het nou maar.” Met andere woorden: “Ik hou Hagar wel in het oog hoor, want zo ben ik. Maar op hem rust niet de belofte. Ik zal hem een geschenk geven, hij zal een groot volk worden. Maar de belofte van Mij rust op jouw zoon Isaäk.” Daarom is Isaäk een beeld van Jezus. Isaäk is een beeld van Jezus. Zoals Abraham een vader is die op God lijkt, zo is Isaäk een beeld van de zoon.
 
Vers 14. De volgende morgen vroeg nam Abraham brood en een zak water. Wat is er door die man heengegaan? Stel het je even voor. Een brood, een zak water, gaf het aan Hagar, legde het op haar schouder, met het kind zond hij haar weg. Ik vind dit een heel verdrietige scène. Hij zond haar weg! Gelukkig staat er in een andere vertaling: Hij gaf haar de vrijheid. Ik denk, Abraham, je bent een prachtmens. Hagar, je hoeft geen slavin meer te zijn, ik geef jou de vrijheid, ga maar. Hij zal die twee wel nagekeken hebben, totdat ze uit zijn ogen verdwenen. Ze hebben nooit meer contact gehad.

En daar staan die twee, Hagar en Ismaël staan voor hun eigen persoonlijke woestijn. Verstoten, ontheemd, dus in ballingschap. En probeer in ballingschap en als verstotene je eigen waarde maar eens weer terug te vinden. Hebt u wel eens gesproken met mensen die uit de samenleving, uit een relatie of een huwelijk zijn verstoten? Het is heel moeilijk om hen hun waarde weer te doen ontdekken. En als je in zo’n woestijn leeft,betekent het dat je afhankelijk zult moeten worden van de Geest. Mozes leefde 40 jaar in de woestijn en toen mocht hij 40 jaar met een woestijnvolk optrekken. 80 jaar heeft hij zand en stenen gezien. De woestijn is een beeld van het natuurlijke leven waar geen eeuwig leven in zit. Geen werkelijk leven. En Jezus: 40 dagen, en vergeet de nachten niet, in de woestijn. Afhankelijk zijn van de Geest. Dat is een hele strijd soms maar ’t bewaart je ziel.

Vers 15: Toen het water uit de zak op was, wierp zij het kind onder een der struiken en ging op een afstand zitten, zo ver als een boogschot reikt, want zei ze: Ik kan het sterven van het kind niet aanzien. Terwijl zij op een afstand zat, verhief zij haar stem en weende.
Zie je het voor je? Het jochie van 12 bij de hand en het water is op. Een moeder geeft vaak het laatste water aan het kind en dan zegt Hagar: Ik kan het niet meer aanzien, het kind gaat eraan! En dan neemt ze het kind op, gooit hem onder een struik en gaat een eind uit de buurt. Ze kan het niet langer aanzien. Kent u dat? Dat je het kindschap Gods onder de struiken gooit? Want dit is een gelijkenis!
Je zegt: “Nou, ik heb zo mijn best gedaan, ik geef het op hoor. Ja, ben ik nog wel een kind van God, wat heb je eraan? Na zoveel jaar?” Het kindschap Gods wordt onder de struiken gegooid en je geeft het op.
 
In vers 16 schreeuwt ze het uit. Nou slaat God altijd acht op mensen die het uitschreeuwen. Waar luistert hij naar? Naar de stem van… wat staat daar in vers 17? Hij luistert naar de stem van de jongen! Hagar brulde het uit maar Hij luistert naar de stem van de jongen. Die kreunde natuurlijk ook. Want ik weet niet waarom Hagar jammerde. Wat denk je? Hoe zou jij het vinden? Weggestuurd door de vader van je kind, uit je leefomgeving. Je bent dakloos. Hoe zou je het vinden? Hagar jammerde natuurlijk van verdriet maar ook van frustratie door aangedaan onrecht. Aangedaan onrecht, wat kan dat je verwonden! Wat denk je van jaloezie? Ja, daar zal Hagar ook wel last van gehad hebben. Haat tegen die Sara. Waarom doet die Abraham niks voor me. Waarom springt hij niet voor me in de bres. Wanhoop. Wat gebeurt er met je als die dingen een rol spelen in je leven? Weet je wat er dan met je ogen gebeurt? Je wordt blind, je wordt verblind en je ziet geen exodus meer, geen uittocht, geen uitweg. Dan ben je blind en doof voor het levende water, blind voor een bron.

En wat gebeurt er in vers 18? Wat zegt God? Want dat kindschap was haast dood: Sta op, neem de jongen op! Hoe vind je dat? Wat is opstaan? Dat is opstaan uit je verdriet, uit je onrecht, ook uit je frustratie en sta ook eens op uit je christelijke gedoe. En til dat kind op! Want daar gaat het om. Het kind van God zijn. Geloof dat je een kind van God bent. Laat dat hele slavenbestaan nou los, dan laat het jou ook los. En laat je genezen en raap dan het kostbaarste op wat je bezit. Het kind van God in jezelf. Geef dat kind weer water. Hagar, je bent zo blind als een mol, heel begrijpelijk, maar je bent wel blind. Want waar was Hagar? Zonder dat ze het wist zat ze vlak bij een waterput!

Toen opende God haar ogen en zij zag deze waterput. Die zie je niet als je zwaar gefrustreerd bent. Dat is jammer. Til dat kind op, en wat staat er zo mooi? (vers 18): Sta op, til het kind op en houd hem vast met uw hand. Hoe vind je die uitdrukking? Dat je dat kind weer leert lopen. Hou hem vast met je hand. Ik vind dat zo teer, zo echt. Het kind van God, houd dat goed vast met je hand, want dat is het en dan opent God je ogen voor een bron in de woestijn. Je kunt dus vlak bij een bron zitten en die niet zien. Dat heeft Jezus ook meegemaakt. Hij zag al die geestelijke blinden om hem heen en die zeiden ook nog: “Ja wij zien het goed.” Maar ze zagen Hem, de bron des levens, niet staan. Hij was de bron les levens. Ze zagen het niet eens. Weet je hoe Petrus dat noemt? Je bent kortzichtig, bijziend. Maar God opent je ogen, als je dat toelaat. Je ziet de bron, je haalt water, je voedt het dorstige kind van God in je en jij, kind van God, komt weer tot leven. Leef je uit zijn Geest, dan leef je in zijn Geest.
Ik stop met een paar vragen: Waar ben je druk mee? Waar kom je vandaan, en waarheen ga jij? Ben je vlees of geest? Nog een vraag: Wil je dat je ontdekt wordt? En wil je dan ook zelf leren kijken? Wil je zelf genezen? Dan is de belofte: Dan word jij vol van genade! Wat is dat mooi hè.
Amen.

Zullen we samen bidden?
Vader, leer ons om het kostbaarste wat we zijn, uw kind, om dat heel goed te bewaren. Dat we onszelf bewaren in uw liefde. Dat we alles wat lijkt op een slavenbestaan achter ons laten en dat we als uw kinderen vrij en onbevangen kunnen leven.
 
Amen.

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!