Tuesday, December 18, 2018

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

(Ver)-oordelen - Mt 12:20 - Jan Fluit

Willen jullie met mij opzoeken: Mattheüs 12:20.
Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de walmende vlaspit zal Hij niet uitdoven voordat Hij het oordeel tot overwinning heeft gebracht’.
Wel bekend denk ik, die tekst. Maar het is een heel erg mooi principe waar ik het graag over wil hebben. En dan wil ik meteen maar zeggen: – als dat de manier van leven van Jezus was – dan in dit geval ook de manier van leven van ons. We houden er toch van om bezig te zijn met het evangelie van Jezus, meer nog dan met het evangelie over Jezus. Die keuze hebben we, hoop ik, met elkaar wel gemaakt. En anders is het goed om die keuze alsnog te maken. Niet dat er wat mis is met het evangelie over Jezus, maar als het steeds over Jezus gaat, dan gaat het uitsluitend over wat Hij gedaan heeft. En werk je met het evangelie van Jezus, dan is het Zijn manier van leven die jij praktisch maakt. Daar heb ik dan ook wat aan.
Dus ook in dit geval, dat principe van ‘een oordeel tot overwinning brengen’, dat is een basismanier van leven. En als je dat hanteert, dan gebeurt er nogal wat.
 
Er is ‘oordeel’. Daar hebben we allemaal mee te maken. En op zichzelf is er met ‘oordeel’ ook nog niks mis. Zolang het een juiste ‘beoordeling’ is, is er niks mis, maar oh als het gaat naar ‘veroordeling’, dan is echt álles mis. Dus gewoon praktisch: hoe breng ik nou ‘oordeel’ tot overwinning? Hoe doe ik dat in het leven van elke dag? Hoe leidt mijn oordeel tot overwinning? Misschien is er nog wel een vraag die eerder komt: Gebruik ik het oordeel wel en doe ik dat wel goed? Of leidt oordeel bij mijzelf misschien wel tot verlies? Mijn beoordeling van zaken, dat ik daar voortdurend verliezen door leid. Heb ik wel de regie in handen als het op oordelen aankomt? Als ik de regie niet in handen heb, dan ligt die in de handen van een ander, want geoordeeld wordt er toch. En dan hangt het er maar van af wie die ander is en hoe die ermee omgaat.
 
Als we eens kijken in welk kader deze tekst staat dan zien we dat er in vers 15 staat: ‘Jezus, die doorzag het’ en gaat daar weg. En dan volgen velen Hem en dan geneest Hij allen, met het verbod erbij om Hem bekend te maken opdat vervuld zou worden. En dat ‘opdat vervuld zou worden’ dus niet in de zin van: “Nou ja, dan moet ik het maar doen, want het staat nou eenmaal in de bijbel. Maar omdat het profetisch woord, omdat het woord van God zo’n waarheid is en als ik dat volg dan gebeuren de dingen die God geloofd heeft. Dan zegt Mattheus: Er is door de profeet Jesaja gezegd: “Zie, Mijn knecht die Ik verkoren heb, Mijn Geliefde in wie Mijn ziel een welbehagen heeft”. Ik vond het nog mooier in een andere vertaling staan: ‘Van wie Ik houd en in wie Ik Mijn vreugde vind’. Degene van wie Ik hou’ en waar Ik vreugde in vind, waar Ik plezier aan heb. ‘Moet je nou toch zien’, zegt God, ‘zo’n mens, wat heb Ik daar een behagen in. Wat hou’ Ik van hem.’ Dat kan ik me ook zo voorstellen. God houdt per definitie van de mens, maar wat houdt God ervan als een mens tot zijn recht komt. Als een mens ‘mens’ is. De Vader heeft het verschillende keren gezegd.  ‘Moet je nou toch eens kijken zegt Hij: ‘dit is nou een zoon waar Ik behagen in heb. Zó heb ik een mens bedoeld, zo vrij, zo levend, zo echt.’ En niet iemand met lawaai. Jezus, die komt niet met lawaai. Kenmerk van ons zal dus ook niet zijn dat we met een hoop geschreeuw komen. “Hij zal niet twisten of schreeuwen” staat er, “en op de pleinen zal Zijn stem niet gehoord worden.” Dus Jezus was niet iemand die het zocht in uiterlijk vertoon. Zijn leven leidde tot twist, maar Hij deed er zelf niet aan mee. Dat is ook knap! Als jouw manier van leven leidt tot twist, tot tweedracht en je doet er zelf niet aan mee! Want dat is ook een oordeel. Ik kan er voor kiezen aan twist mee te doen. En dan bedoel ik nog niet eens een ruzietje of zo hier en daar. Maar het kan bij jezelf van binnen ook twisten hè. Als je voortdurend je gelijk moet halen, dan ben je aan het twisten hoor. Want dan is datgene waarover je gelijk wilt hebben, dan is op dat moment datgene dat ontkent toch raak geweest. Dat heeft je geraakt, dat heeft je wat gedaan. Nou dat moeten we dan ‘rechtzetten’ zeggen we hè. Dat is zo’n term. Maar als iets al recht is, dan hoef je het toch niet meer recht te zetten, of wel? Je kunt elke keer alles recht willen zetten, maar dan heb je het ergens scheef laten zetten door een ander. Als het recht staat,-  als jouw rechtvaardigheid staat bijvoorbeeld - , blijf daar dan bij. Maak het niet nog rechter. Het is goed om zelf vast te houden aan wat recht is, want anders dan ga je ook dingen aan de Heer vragen, waarvan Hij zegt: ‘Wat Mij betreft is er niets veranderd. Ik denk nog net zo als van tevoren. Probleem was, doordat er wat over je gezegd werd, leidde dat bij jou tot veroordeling. Nou dat trok een waas, een mist, tussen jezelf en Mijn waarheid. Maar daarom staat Mijn waarheid nog wel. Het enige wat Ik doe, dat is de mist laten optrekken. Ik maak dingen weer helder die al waar waren en die nu waarheid voor jou worden.’  Want de waarheid die we nu ontdekken van God, dat is toch een waarheid die in alle eeuwigheid al bestaat. Punt was dat die waarheid je door leugen - dat is dan die mist - onthouden was.
Maar die geliefde, die mens waar God zo van houdt, dat is een mens waar God zijn geest op legt, staat hier. Dus niet die infiltreert met geest, ook geen geest die langs zweeft zo nu en dan met wat waarheid. Maar die wordt op je gelegd als Geest van waarheid. En dan, als die Geest op de mens gelegd is - op de mens Jezus - , maar ook op jou zelf, dan gaat die mens, geleid door die Geest, aan heidenen het oordeel verkondigen. En dat is mooi werk! Aan heidenen oordeel verkondigen. Dus dat is de grote taak van de gemeente. Wij gaan de heidenen het oordeel aanzeggen. Dat betekent niet dat er afgerekend wordt met de heidenen, dat zij veroordeeld worden. Maar als ik aan heidenen het oordeel verkondig, dan bied ik scheiding aan, om naar een ándere kant te gaan en los te komen van het heidenschap. Los te komen van ‘heiden zijn’. Want ‘heiden’ is niet anders dan ‘los van God zijn’. Nou, die mens heeft nodig dat hem een oordeel, een scheiding verkondigd wordt. Dat er een mogelijkheid is dat je loskomt van die gedachte, de situatie, dat je het zonder God moet doen, dat je alles zelf moet doen. Maar jouw oordeel leidt ertoe, dat die ander verbintenis, verbond krijgt met God en dús gaat léven.
Waar reken je dan mee af? Niet met de heiden, maar met de verkeerde gedachte. En dat doe jij. Nou, mooi dat hier dan juist staat: “Niet door twisten of schreeuwen of door lawaai”. En dat spreekt me echt aan hoor. Ik moet er niet aan denken dat we als gemeente een buitengewoon lawaaiige club moeten worden die overal maar in naam van Jezus allerlei vreemde, rare dingen moet doen. Want hoe wil je nou echte mensen maken als je dat moet doen met dingen waar mensen zichzelf nou juist door verliezen, door kwijt zijn geraakt.
 
Ik had een dezer dagen een gesprek met iemand. Ze komt altijd heel vrolijk en gemakkelijk over. Door een omstandigheid kwam ze echt in moeilijkheden. We kregen een heel geprek en toen zegt ze: “Ja, bij mij staat alles in het teken van ‘bewijs jezelf’. Laat zien dat je er goed uitziet en dat je vrolijk bent en gemakkelijk, want dan willen mensen je misschien wel accepteren.” Ze zegt: “En ik weet dat het verkeerd is om zo te leven.” Maar hoeveel mensen hebben daar geen last van? Nou, die wereld wordt toch ook wel geschilderd, of niet? Als je er maar goed genoeg uitziet. Dan moet je alle aandacht aan je uiterlijk besteden om aantrekkelijk gevonden te worden. Ja, en als je er dan goed genoeg uitziet is een ander wel bereid om van me te houden. Dat is toch raar: veroordeeld worden op uiterlijk. En hoe vaak gebeurt dat niet? Ook bij jezelf. Dat mensen veroordeeld worden om hoe ze eruit zien. Nou, sommige mensen zien er van buiten leuk uit en van binnen niet. Die zien er niet uit omdat het een en al verwarring en ontkenning is. Omdat ze nooit geaccepteerd zijn. Of wat vaker nog het geval is: denken niet geaccepteerd te zijn. Dus krijg je aangepast gedrag en dan worden er nog meer veroordeeld. Ik weet waar ik het over heb. Ik heb het zelf meegemaakt. Je probeert je maar aan te passen. Nou ja, en dat aanpassen, dat is een imitatie van het gedrag van een ander en helemaal niet van jezelf. Allemaal uiterlijk vertoon op grond van oordeel. Van wat mensen van je zeggen, ten diepste van wat machten van je zeggen.
Als wij het vandaag samen eens kunnen worden dat het belangrijk is om het oordeel tot overwinning te brengen – daar zijn we het van harte mee eens en gaan die kant op - en vanmiddag of vanavond of morgen zegt je kind, of je collega of je buurman, of iemand anders     iets van je wat buitengewoon veroordelend is, is het dan weer geldig? Heeft dat oordeel dan weer geldigheid? Leidt het oordeel dan weer tot verlies? Gaan dingen dan weer mis, omdat je ook wel ziet dat er eigenlijk ook wel wat  mis is?
 
We kijken daar nog wel eens naar een programma waarbij hulp wordt geboden bij het opvoeden van kleine kinderen en  waar het dan niet functioneert tijdens die opvoeding, maar ook van tieners  en het is soms toch niet te geloven wat er gebeurt. Werkelijk niet te geloven! Als in elke zin een vloekwoord zit van die tieners dan is er ook echt wel wat mis. Als dat een manier van praten geworden is, vreselijk. En hoe ga je daar als ouder mee om. Dat iemand zich gedraagt op een manier die niet deugt, het is goed om dat te onderscheiden, maar schrijf de persoon, bijvoorbeeld je kind zelf niet af.
Nou staat dat programma ook niet in het teken van ‘afschrijven’. Wat mij heel erg opvalt, dat er weer teruggegaan wordt naar iets, naar een basis van mens zijn, jijzelf. En: wie ben je eigenlijk? En dat wordt ook voor een groot gedeelte duidelijk gemaakt door regels. Het valt me elke keer op, door duidelijk te zijn ten aanzien van regels, dat je iemand heel erg een goede kant op kunt helpen. En als dat kind ontregeld raakt, dan heeft dat vaak ook heel erg ermee te maken dat je inmiddels als ouder ook ontregeld bent. Je noemt de regels wel, maar het heeft eigenlijk geen consequentie. Het gaat gewoon langs het kind heen. Je kan van die standaard dingen zeggen die eigenlijk helemaal nergens over gaan. Je zegt ze wel en dat kind zegt wat terug, of die trekt zich er niks van aan. Die kent inmiddels alle standaard teksten ook wel die je als ouder verzint. “Dit is echt de laatste keer”, bijvoorbeeld. Nou, dan zeg je het nog tien keer. Dus dat is vast niet echt de laatste keer. Dat kind weet al lang, dat het nog wel een half uur duurt voordat écht de laatste keer komt. Dat voelen ze ook aan, want dan word je nijdig. Je zegt dan boos: “En nú is het afgelopen!”, dan denken ze: “Oei, nou is het echt afgelopen”. Maar een half uur daarvoor was het niet afgelopen, dat liet je gaan. Je had wel duidelijke uitspraken, maar je was verder niet duidelijk. Om het zo te zeggen, in dat verband: bracht je het oordeel helemaal niet tot overwinning. Je riep wel wat, maar daar deed je verder helemaal niks mee. Nou, dat kind ervoer dat niet als grens, dus ging die grens over. En dan werd jij kwaad dat het over die grens ging, maar je had zelf de slagboom van die grens niet dichtgehouden.
 
Dat is hetzelfde als een geestelijke wet. Als je zegt: “Ik praat Jezus na. Ik ben in alles meer dan overwinnaar en duivel, jij hebt niks te zeggen en je vindt in me niks.” Als er dan vervolgens iets naar je geuit wordt wat heel veroordelend is, dan bedenk je misschien: “Hij vindt in me niks, maar dit is wel erg giftig wat naar me toe komt. Daar heb ik toch echt wel last van.”  Dan leidt zijn veroordeling tot overwinning en niet mijn oordeel, want ik houd die grens niet gesloten. Waarom niet? Ja, dat wil ik wel, maar dan is de situatie waarschijnlijk lastiger dan ik gedacht had en dan wordt opeens het verkeerde onderwerp mijn onderwerp; want ik zie toch dat dingen niet goed zijn. Dan zie ik toch mezelf misschien wel, van: Ja, ik ben ook wel geknakt, of ik walm heel erg. Ik zou anders moeten functioneren en dat doe ik niet. Dat doe ik niet ten aanzien van m’n kind, ten aanzien van collega’s, ten aanzien van mezelf. Dingen lukken me gewoon niet en eigenlijk - zeggen we dan tegenwoordig – ‘zit ik wel heel erg kapot’. Dan heb ik eigenlijk ook niet meer zoveel te zeggen hè. Wat moet ik nou zeggen van een ander, hoe moet ik een ander nou helpen als er bij mezelf nog van alles kapot is? “Nee, dat kan pas als alles goed is”. Ja, hoe wil je het dan goed hebben? Want je wordt veroordeeld omdat het niet goed is. En je hebt pas recht van spreken als alles goed gaat. Dan ben je pas echt veroordeeld, want dan kan iets niet meer de goede kant op gaan. Zodra je een goede beweging wilt maken word je veroordeeld door datgene wat er nog niet is.
 
Maar hier staat een principe van Jezus, dat Hij wat geknakt is niet verbreekt. Wat is geknakt? Wat een geweldige klap gehad heeft en daardoor niet meer overeind staat. Dat is geknakt.  Dus je hebt zulke klappen gehad in je bestaan, dat je zegt: “Ik kàn hier niet tegen, ik ben kapot. Ik ben echt helemaal kapot door wat er gebeurd is.”  Dan komt Jezus, de échte mens en die zegt: “Dat ga Ik niet verbreken, maar Ik richt op.” Hij zegt niet: “Dan schrijf Ik het ook maar af, het is immers geknakt. Dat hoor je Jezus niet zeggen. Nou, zeg het zelf ook niet! Het feit alleen al dat je gaat zien dat het geknakt is, dat het dus teveel op z’n kop gehad heeft. Teveel geweld heeft meegemaakt. Als hier staat: geknakt riet…. Riet knakt nooit door de wind hè. Heb je wel eens riet in een zware storm gezien? Dat buigt en dat golft, dat gaat niet kapot. Nee, dan is er wat anders aan de hand geweest. Dan is er echt op ingeslagen. Als je dat ziet en je bent degene die het niet verbreekt, maar die ervoor kiest om het weer op te richten, dan ben je een grote. Dan zit je niet in een sfeer van veroordeling. Dan constateer je dat iets écht, misschien wel dramatisch mis is. En je conclusie is, samen met God: dat ga ik helpen herstellen. Maar God begint op die manier bij jezelf. Als Hij jou ziet, helemaal kapot door wat er gebeurd is, dan denkt Hij een andere kant op.
Ik hoor zó vaak mensen die kapot zijn met een verwijzing naar het verleden. “Het is gekomen doordat…”. Nou, dat is vaak ook zo. Maar daar wordt zo op door geconcludeerd, dan is mijn verleden altijd leidend naar de toekomst. Wat ik ben in de toekomst is bepaald in mijn verleden. En in mijn verleden, bijvoorbeeld wat mijn kind-zijn betreft, daar hebik toch niet voor gekozen om kind te worden. Maar goed, ik ben wel als kind geboren en ik ben in een bepaalde omgeving opgegroeid en dat is dan vervolgens leidend voor mijn hele bestaan. En dan kom ik een God tegen die daar ánders over denkt. Hij zegt: Ik bekijk je niet vanuit je verleden. Ik bekijk je vanuit Mijn éigen principe, vanuit Mijn éigen basis. En dát wordt de basis voor toekomst.
In het programma waar ik over sprak, wordt op een gegeven moment tegen die tieners gezegd: “Je kan wel voortdurend wijzen naar oorzaken van je negatieve gedrag. Jij kiest zelf! Je hebt zelf verantwoordelijkheid. Maak zelf keuzes, laat je geen slachtoffer maken van dingen die allemaal verkeerd zijn gegaan. Want een deel van de dingen die allemaal verkeerd zijn gegaan, die zijn helemaal niet zo verkeerd gegaan. Maar je hebt aangehaakt bij een verkeerde gedachte. Dus stap daar nou eens uit dan. Stap daar nou eens uit en wat zijn jouw mogelijkheden?” Of als je ouders er een puinhoop van gemaakt hebben, dan hoef jij per definitie niet diezelfde puinhoop te maken toch? Als je vindt dat het een puinhoop is, moet je er zeker niet in doorgaan. Wees origineel en kom tot een ánder oordeel. Breng oordeel nou eens tot overwinning, in de zin van: wat zijn  mijn mogelijkheden? Nou is het mooie dat ik dan niet als uitgangspunt heb: hoeveel mogelijkheden bieden mensen mij? Maar wat gelooft mijn God waar het mij betreft, wat mijn leven betreft, wat gelooft Hij ten aanzien van mijn toekomst? En onlosmakelijk daaraan verbonden: welke rol speel ik daar zelf in? Want het principe van overwinning dat was er altijd al, want wat uit God geboren wordt, dat overwint de wereld. Ja, dus het principe van overwinning, dat ligt er. Het hangt ervan af of mijn gedachten uit God geboren worden, óf uit de situatie, óf uit het verleden, óf uit wat van me gezegd is. Waar worden dingen geboren? En om het heel direct te zeggen: daar worden dingen geboren waar ze bevrucht worden. Dus: door wie laat ik mijn gedachten bevruchten? Wie laat ik toe in mijn geest? Wie is bepalend voor mijn zijn? Met wie trek ik op? Wie is mijn relatie, mijn geliefde, mijn beminde? Aan wie vertrouw ik mij toe? Want dat is zó van levensbelang. Anders wordt er misschien alleen maar geconstateerd dat de wereld vol zit met geknakte rietstengels en walmende vlaspitten, maar dan als een soort eindconclusie. En het wordt steeds erger. Daar krijg je zo’n  sombere visie, die – mag ik dat zeggen? -  helaas christenen nog eens een keer delen. Misschien wel heel erg prominent naar voren brengen: “Het wordt moeilijk op deze wereld. Moeilijk en zwaar.” En dat zou dan onze boodschap zijn. En dat heet dan ‘evangelie’, blijde boodschap’. Ja hoor, het wordt zwaar, maar het is een blijde boodschap, want  uiteindelijk….. Uiteindelijk wordt het nog wel een keer leuk, als we maar lang genoeg wachten. Of je moet een visie hebben van: “Nou ja kijk, als het echt zwaar wordt, dan zorgt God wel dat wij, uitverkorenen, weggevoerd worden en de rest, die zoekt het maar uit. Maar dan wel zonder ons.” Zonder mensen met een goed oordeel. Nou, geloof het maar niet, geloof het maar niet. Als de zon wil gaan schijnen op deze wereld, dan gebeurt dat echt door mensen die De Zon in hun hart gesloten hebben. Wil het warm worden op deze wereld, dan komt het door mensen die een intense, warme relatie hebben met de Vader. Wil er genezing komen op deze wereld, dan gebeurt dat door mensen die zichzelf hebben laten genezen, ook diep van binnen, door de gedachten van de Vader, door die mensen. Nou, daar gelooft God álles van dat het op die manier gebeurt.
 
In de paralleltekst in Jesaja 42: 1-4 daar zegt God dus eigenlijk datzelfde hè. Hij zegt: “Zie mijn knecht”. Ik denk dan, dat hoor je Vader zeggen: “Moet je toch zien, Mijn knecht. Het is de knecht, die Ik ondersteun.” Dat is al zo’n zin die je in je hart mag schrijven.
Wat is het kenmerk van een christen? Nou, dat dat iemand is die ondersteund wordt door de Vader, die de Geest van de Vader krijgt. “Mijn uitverkorene in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb mijn Geest op Hem gelegd: hij zal de volken het recht openbaren. Hij zal niet schreeuwen noch zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen. Het geknakte riet zal hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven; naar waarheid zal hij het recht openbaren. Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden.”
Hij zal naar waarheid recht openbaren! Mooi hè. Kijk, die profetie, die staat al eeuwen in de bijbel en die werd geen waarheid totdat Jezus die waarheid ging ontdekken. Die waarheid was waarheid, maar toen er een mens was die zei: “Ik laat dat gebeuren.” Toen werd die waarheid zichtbaar. Want dat is belangrijk, dat je dingen laat gebeuren of niet. Kijk, soms maak je allemaal dingen mee die gebeuren en die je niet kunt voorkomen. Maar laat ik het van binnen ook gebeuren? Als ik veroordeeld wordt van buiten, laat ik me dan van binnen veroordelen? Ik zeg: “Nee, ik ga er niet in mee”.  Het is niet mijn gedachtenwereld, ook niet van de Vader. Ik ben nou juist bezig om me daar los van te maken. En ik leid dat oordeel van de Vader tot overwinning, in eigen bestaan. Ik vind dat een principe: als je dat doet in eigen bestaan, dan doe je dat óók ten aanzien van een ander. Toen de barmhartigheid van God dicht bij mij kon komen, toen ben ik barmhartiger geworden over mensen. Toen bleek dat God mij niet veroordeelde, heb ik in de steek gelaten om mensen te gaan veroordelen. En dat is zó goed, dat is zó goed om dat niet te doen. Want ja, de boze wil wel, dat je de laatste klap geeft aan die geknakte rietstengel, die mens die toch al kapot ligt. Dat je zegt: “Nou, ik had van jou beter verwacht hoor. Hoe lang ken je het evangelie al niet en dat je nog niet staat”.  Nou, dat is een knal! Vreselijk, die mens, die ligt al en jij stapt er ook nog een keer bovenop. In plaats dat je optilt, vernieuwt, tevoorschijn bemint.
 
Maar er staat dan een heel belangrijke tekst: “Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden.”  Dat is het. “Hij zal niet kwijnen.” Hoe kan dat nou? Want als er nou Iemand wat meemaakte, dan was dat toch Jezus zelf.  Het is zo jammer dat er soms gezegd wordt: “Ja, we hebben Jezus wel, maar we hebben het zo moeilijk en we komen er niet door.” Dan denk ik: “Als er één is die alles heeft meegemaakt en die wéét wat het is om tegenstand te verdragen dan is het Jezus zelf.” Maar Hij zal niet kwijnen. Dus Jezus leidt geen kwijnend bestaan. Kwijnen, dat doet me denken aan plantjes die wel ergens staan, maar waar nooit wat aan verandert. Die kwarren wat en die staan wat. Ze leven  wel, maar ze groeien niet. Ze gaan ook niet echt dood. Maar je hebt er ook helemaal niks aan. Als ik soms van zulke plantjes in m’n tuin heb, dan ga ik kijken van wat mankeert er nou aan de grond of aan de standplaats, zodat dat wel tevoorschijn komt hè. In principe heeft die plant wat anders in zich, want dat probeer je tevoorschijn te roepen door een betere verzorging, een betere standplaats, meer licht, meer vocht, meer voedsel. Dat is een prachtig principe. Maar als het je besluit wordt: ik wil net als Jezus zijn. Ik wil niet kwijnen en ik wil niet geknakt worden. Ik laat me niet meer knakken. En als ik geknakt bén, dan laat ik me verzorgen, zodat ik me kan oprichten, want dat is een keuze. Hij zal niet kwijnen. En dat zat ‘m niet in de hoeveelheid van aanvallen, maar dat zat ‘m in de relatie samen met z’n Vader. Hij zag voortdurend het aangezicht van Vader die goed over hem sprak.
Dan staat daarachter: ‘Tot hij op aarde het recht zal hebben gebracht en op zijn wetsonderricht zullen de kustlanden wachten.’ Jezus is doorgegaan tot het einde, die is zóver doorgegaan dat Hij zelfs zonder de Vader moest. Maar met wat Hij opgebouwd had, bleef Hij staan! Hoewel iedereen vond dat Hij op dat moment definitief geknakt werd, ook zijn discipelen. Want: “Ja, Hij heeft het wel lang hoog gehouden, maar Hij is gestorven. Wij echter leefden in de hoop dat Hij het was die Israël verlossen zou (Lucas 24 vers 21) …” . Het viel hen toch tegen. Want als het er écht op aankomt, dan trekt Jezus het ook niet meer, dáchten ze. Maar de wérkelijkheid was dat Hij het door en door trok, door en door kon maken.
‘En op zijn wetsonderricht zullen de kustlanden wachten’. Als het gaat over kustlanden, dat zijn de gebieden die grenzen aan de zee. Die te maken hebben met een zee die verder wil, maar waarvan je zegt: “Dit is mijn grens!; niet verder dan tot mijn kust, mijn zeewering. Niet verder dan de waarheid van God die Hij over me spreekt en over anderen.”
Vervolgens staat er in Jesaja 42 vers 5: ‘Zo zegt God de Heer, die de hemel schiep en hem uitspande; die de aarde uitbreidde met alles wat daaruit ontsproot; die aan de mensen die daarop wonen, de adem gaf en de geest aan hen die daarop wandelen: Ik, de Here, heb u geroepen in gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een verbond voor het volk, tot een licht der natiën; om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn.’ Elke keer opnieuw merk ik dat als God zijn woorden spreekt en als mensen dat weergeven, dat dat teruggaat naar schepping. Dat denken van de beginne, dat oorspronkelijk leren denken. Alles, álles wat ontstaat, dat ontstaat vanuit Zijn gedachtenwereld. Dat heeft Hij gesproken. Dat creëert Hij, daar geeft Hij vorm aan. En dan het mooiste wat er is, de mens, helemaal identiek aan Zijn eigen wezen, dat zet Hij in het centrum van dat geheel van wat Hij geschapen heeft. Dat is van den beginne. God zet je in het centrum van dingen die Hij schept. Hij plaatst je midden in de hof, midden in Zijn denken, midden in álles wat leven is. Hij zei: dát is een plek. Mens, daar kan je je ontplooien! Omgeven van alle kanten door allemaal vruchten waar je helemaal goed van wordt. Doe er je tegoed aan en heb een wandel, samen met Mij. Dat we samen kunnen overleggen, spreken over dingen die je tegenkomt op je ontdekkingsreis. Geef het een naam! Wat is God daar blij mee als jij dat gaat doen, ook als het niet meer één-richting-verkeer is. Dat God niet meer voortdurend zegt wat je moet doen. Maar dat je zelf mondig aan het worden bent.
God heeft er al lang voor gekozen om oordeel tot overwinning te brengen, maar Hij wacht op mensen die dat gaan doen. Doe datzelfde, constateer vanuit iets totaal anders. Als je ziet wat niet deugt, spreek dan woorden die wel deugen. Toen ik van de week dat gesprek met die collega had, die zo over haar uiterlijk inzat en tegelijkertijd zo verschrikkelijk onzeker was. Toen heb ik haar over mijn eigen leven verteld. Ik zei tegen haar: “Ik voel je voor een groot gedeelte wel aan. Ik weet bij benadering waar je het over hebt. Ik heb ook veel afwijzing meegemaakt, maar ik ben er helemaal doorheen gekomen en ik wil er ook heel duidelijk in zijn ook. Ik heb God zelf gevonden en Hij heeft mij uit de minderwaardigheid weggehaald.”
Hij zegt niet: “Als jij maar verandert en je best doet om er goed uit te zien dan ben Ik wel bereid je te aanvaarden.” Hij was bereid mij te aanvaarden, omdat Hij van mij houdt zoals ik ben. Dát heeft Hij naar mij toegebracht en dat heeft mijn leven totaal veranderd. Dus ik hoef ook steeds minder aandacht te besteden aan die andere dingen. Niks uiterlijk vertoon. Ik hoef dingen ook niet perfect te doen. Al doe ik dingen soms helemaal verkeerd. God laat me toch  niet vallen. Hij zal mij altijd helpen in de goede richting.”
 
Als ik God vind, vanuit dat begin, vanuit Zijn oorspronkelijke spreken, moet je eens kijken wat er dan gebeurt! Met jezelf en ten aanzien van anderen. God roept. Hoe? In gerechtigheid, altijd. Hij werkt altijd aan je gerechtigheid, aan de waarheid, aan een mens die tot zijn recht komt. Hij pakt je bij de hand, dus je wandelt samen door Zijn hof, door Zijn paradijs, door Zijn waarheid. Hij neemt je daarin mee. Hij zegt: “En nou heb ik jou gesteld – heb ik jou gesteld – tot een verbond voor het volk. Dus het verbond wat Ik met je gesloten heb, dat leidt ertoe dat het volk zich gaat verbinden aan Mezelf, aan Mijn leven. Dat ze dingen ánders gaan zien. Dat het niet de vraag is van: “Ja maar, ik ben toch geknakt, dus kan ik toch niet verder.”
Maar dat ze zeggen: “Wil je zeggen, geknakt als ik ben, dat ik nog opgericht kan worden?  Wat er bij mij misgegaan is, fout gegaan, welke kant het ook opgegaan is, dat dat nog weer goed zou kunnen komen? Heb jij daar geloof in?” “Ja.”  “Maar hoe kan dat dan? Alles is toch misgegaan.”  Ja, maar vanaf het moment dat je God vindt gaat alles goed. Misschien niet in dingen die je meemaakt, maar ten aanzien van de relatie met Hem gaan dingen goed. Dan ga je anders oordelen. Dan is de beoordeling niet in de trant van: Bij die geknakte, bij die kapotte mens, bij die jeugd die niet functioneert, dat wordt niks”.
Maar dan wordt je conclusie: dit is een ter genezing bestemde. Deze mens is voor herstel bedoeld. Hetzelfde wat Jezus zegt als Hij die blindgeborene ontmoet (in Johannes 9 vers 2). Dan komt er een vraag van: “Hij is blind? Nou, wie heeft nou gezondigd? Is het zijn schuld of is het de schuld van zijn ouders?”  Hij zegt: “Die ouders hebben niet gezondigd en de zoon ook niet!” Hij zegt: “Weet je wat het probleem is? Hier is geen gerechtigheid Gods geopenbaard. Dat is onrecht. Dan moet je niet gaan zeggen: wie heeft de schuld?”
Dat is misschien wel de meest gestelde vraag op deze wereld: wie heeft de schuld?  En dan hoeft er haast niks te gebeuren, of er ontstaat weer ruzie, onenigheid, rellen of oorlog. Dat ontstaat door dat principe. Van: denken in schuld. Wie heeft de schuld?
Jezus heeft de schuld betaald en Hij heeft ons geleerd om te leren denken vanuit zijn vergeving en heling. Hij denkt ook aan de geknakte mens vanuit liefde en altijd vanuit zijn genegenheid. Altijd vanuit die waarheid en óók vanuit duidelijkheid. Wat ik zei van de jeugd; nou dat heb ik zelf ook nodig: duidelijkheid. Ik heb er niks aan dat iemand zegt: “Ik zie dat je helemaal verkeerd wandelt, maar ik laat je lekker lopen, ik vind je zo aardig.”  Maar met mijn verkeerde wandel kom ik wel verkeerd uit. Dus duidelijk: wat deugt en wat deugt niet. Ik heb de regels van mijn Vader nodig, de wetmatigheid van dat leven. Nou, dat willen weten en dan ook anders in het leven staan. Mensen uit de duisternis te voorschijn halen. Het probleem van duisternis is, dat dingen er wel zijn, maar je ziet ze toch niet. Toen ik in duister zat, zág ik niet dat er iemand was die van me hield. Ik zag die lieve ogen van God niet en ook niet  van de mensen. Dat zag ik niet. Maar toen Hij mij eruit haalde, toen zag ik ze zowel van Hem als van mensen. Niet van iedereen. Maar wat is dat mooi om dat dichtbij te krijgen. Wat is het goed om een keus te maken, samen, dat je zegt: “Wij gaan oordeel tot overwinning brengen.” Dat is onze toekomst, dat is ons leven om daarin Jezus te volgen in dezelfde stappen, in dezelfde geest die Hij gekregen heeft. Dan sta je niet makkelijk bij iemand die geknakt is hoor. Dan zeg je niet: “Het valt wel mee. Dat is niet zo erg. Er zijn ergere dingen op deze wereld.” Dat is dan niet de tekst die je gebruikt. Dan ben je juist iemand die álle begrip heeft voor dat geknakt zijn. Alleen je conclusie is zó anders, is zó warm. Ik geloof in datgene wat mijn God gezegd heeft. En ik denk dat het belangrijk is, als je dat gaat ontdekken, dat je er voor kiest om niet meer te kwijnen. Ik heb niks aan een kwijnend bestaan. Kwijn ik, dan zijn er verkeerde gedachten die mij beneden de maat houden, dan sta ik niet in goede grond. Wil ik verplant worden? Wil ik aan die rivier staan waarvan het water uit de tempel komt, uit de troon van God. En dan eens opnieuw conclusies trekken. En bij het herijken wat we aan het doen zijn – wat hebben we al een heerlijke dingen ontdekt - En wat zitten dingen ánders. Wat is onze visie over mens-zijn een stuk veranderd. Daar hebben mensen ook recht op, dat ik ze anders ga bekijken. Dat ik ze plaats in eeuwig perspectief. In perspectief van God die gelooft. Nou, die weg gaan en daar blijvend uit leven. Dat is het mooiste wat er is. Roep het tevoorschijn. Verhef het tot levenskunst, doe maar. En láát het naar je toe komen. Als het niet waar kan zijn dat God je veroordeelt, doe er dan zelf ook nooit meer aan mee, aan geen enkele veroordeling. Heb je er last van ten aanzien van jezelf of ten aanzien van een ander? Laat God en mensen, die daar verstand van hebben, je hélpen. Een mens is veel te kostbaar om door te gaan met verkeerde dingen. Hoe staat dat in de bijbel? ‘Je hebt tijd genoeg doorgebracht met het volbrengen van de wil der heidenen’. Dus nu tijd doorbrengen met de wil van God. Dat doet de heidenen en ook de niet-heidenen zo enorm goed. Dus leef je uit!    
 
Amen.    

GEBED
 
Ja, U bent een hartelijk Heer. U zorgt voor ons hart. Met Uw geloof, maar vooral met Uw intense liefde komt U zo dichtbij ons staan om leven tevoorschijn te roepen waar we zo behoefte aan hebben. Ik bedank U Heer, ja dat U de gordijnen van onmogelijkheden wegtrekt en dat we zicht krijgen op echte werkelijkheid, op echt leven. Op toekomen van geluk en om weer op je voeten gezet te worden om ruimte te krijgen dat je je kan laten beminnen. Ik bedank U Heer, ja voor Uw trouw daarin, voor Uw liefde, voor Uw vermogen om het meest onmogelijke mogelijk te maken. Bedankt voor dat leven, voor Uw visie, waar wij voor kiezen. Ikzelf ook Heer om dezelfde visie, dezelfde missie, hetzelfde doel, hetzelfde leven te hebben. Bedankt dat U dat zó gedeeld hebt met ons dat dat ook mogelijk is. Bedankt voor  het heden en bedankt voor heel veel toekomst.
 
Amen. 
 
Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!