Tuesday, October 16, 2018

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

Uw koninkrijk kome - Psalm 139:13-18 - Duurt Sikkens

Psalm 139:13-18 daar wil ik eens wat gedachten over laten gaan. In Spreuken 8:22 en 30 staat het volgende: “De Heer heeft mij tot aanzijn geroepen, als het begin van Zijn wegen. Vóór Zijn werken vanouds af. Toen was ik een troetelkind bij Hem. Ik was één en al verrukking, dag aan dag. Altijd mij verheugend voor Zijn aangezicht”.

Voor het woord “troetelkind”, daar staat in het Hebreeuws een woord, dat ook “werkmeester” betekent, en zelfs “kunstenaar”. Dus kun je je voorstellen wat God in dat kind ziet. Mooi hè? Dat vind ik een mooi woord voor iemand die schept en herschept. En nu, Psalm 139. Die wandelt al een paar maanden door mijn hoofd. Die vind ik zó mooi! Het is heel wezenlijk dat je bezig bent met de onzichtbare dingen. We hebben een plek gekregen, zie Efeze 1 in de Geliefde, in de hemel. Die hemel is om je heen, die is in je. Daar ligt je werkterrein. Je hebt dan deel aan de gedachtewereld van God. En dat is wat!

Jezus zeg in Lucas 10:24: “zóveel koningen en profeten hebben er naar verlángd om te horen wat jullie horen. En ze hebben het niet gehoord”. Dus het is iets zeer kostbaars. Ja. En je merkt toch wel eens dat veel christenen de neiging hebben om toch maar weer terug te zakken naar de aarde, naar aardse zorgen en bezigheden, maar het grote geheim van het leven is dat je bezig bent met de dingen van je Vader, net als de 12-jarige Jezus in de tempel.

Pas dus op voor een aards christendom en je gebeden gaan vaak over vervullingen van aardse wensen, terwijl Hij je in Christus een plaats heeft gegeven en gezegend heeft met alle geestelijke zegen. Nou, wij hebben van Gods Geest ontvangen en een grotere zegen bestaat er niet. Dat vind ik prachtig hoor. Weet  je, veel christenen zijn erg veel bezig met zichzelf hoor, of met andere mensen. Maar wees nou eens bezig met dingen van Vader. Dan moet jij eens kijken, dan verandert je visie op je zelf en ook op de Vader. Nou, wat voor mij een grondgedachte is staat in Psalm 139, en als ik het begin van deze psalm lees kom ik maar tot één conclusie: Wat lig je de Vader na aan het hart. Als een troetelkind. Jouw allereerste begin ligt bij Hem, in Hem. Van Jezus vertelt Johannes dat deze aan de boezem des Vaders ligt. Het is zó vertrouwelijk, zo echt, zo geborgen.

Psalm 139:13 : De nieren zijn een beeld van je geweten. Hart en nieren, horen bij elkaar. Dat is een hele bijbelse uitdrukking, en wordt zelfs gebruikt in Openbaringen 2:23. “Alle gemeenten zullen inzien dat Ik het ben die hart en nieren doorzoek”. Dus door de Geest onderwerp je hart en nieren aan een toets. God is niet op zoek naar òngerechtigheid, Hij is altijd op zoek naar gèrechtigheid. Hij doorzoekt het. Dus de vraag is, hoe is het met je hart, dat is je inwendige mens, en je nieren, dat is je geweten.

Ik heb in mijn leven wel gemerkt dat mensen, die eerlijk zijn, christenen, die eerlijk zijn, het altijd redden, want er is niets zo mooi als een zuiver geweten.

De waterdoop, zegt Petrus in 1 Petr. 3:21 is een bede van een goed geweten. Wat  was ik blij dat ik dát kreeg! Dat m’n geweten weer in orde was. Dat moet je ook hartstikke zuiver houden, vandaar die nieren, dat is een  zuiveringsinstallatie. Wat niet deugt doe je weg. Het woord ‘geweten’ betekent letterlijk “samen weten”. Je toetst jouw overleggingen aan het geweten van Gods Geest. Dan weet jet het zeker. Dat vind ik mooi. Vers 13: “U hebt mij gevormd”. Wie is die ‘mij’?

Het beeld van de vorming van een kindje in de baarmoeder is een beeld van de allereerste geestelijke ontwikkeling van de mens Gods, de mensheid van God, de wedergeboorte van de nieuwe mensheid waarvan Jezus Christus het hoofd is en degenen die van Hem zijn vormen het lichaam. Dat is het grote geheim van God. De Christus is het hoofd plus het lichaam. De man én zijn vrouw. Wij zijn in Hem en Hij is in ons.
Met de ‘schoot’ wordt hier de ‘baarmoeder’ bedoeld.  Een geheim, want we zij in Christus. In de schoot van mijn moeder. De schoot. Het Hebreeuwse woord voor schoot betekent: “Tedere liefde”. En het betekent ook barmhartigheid. En wie is je moeder? Je moeder is degene die jou naaste is, die van jou houdt, die jou barmhartigheid bewijst. Die baarmoeder dat zijn  mensen,
mijn broers en zusters, degenen die de wil van God doen. Dát is de gemeente. Dat kan een mens zijn of een groepje.

In Psalm 110 wordt “de schoot van de dageraad” genoemd. Stel je dat eens voor. Waar ben je uit geboren? Voordat er een geboorte plaatsvindt,  heeft er eerst een verwekking plaats, en de dageraad is dan je moeder? Dat moet de eerste scheppingsdag zijn, de eerste scheppingsdaad van God.  In Gen. 2:4 staat: Daar heb je die eerste dag weer. De eerste scheppingsdag.

In Genesis 2 vers 4 staat: “Dit is de geschiedenis van de hemel en aarde” Voor het woord ‘geschiedenis’ staat er een woord dat zowel “verwekking” als “geboorte” betekent. Dat maakt het voor mij veel levender dan een dor stuk historie. Alles wat uit God geboren is, is tot léven gekomen. Het is een gebóórte van hemel en aarde. Want het is toch uit de Levende voortgekomen? Je moeder: dat zijn dus al die gelovigen die gewoon van jou houden, het zijn je naasten. God woont in hen en dat maakt ze tot moeder, tot een woonplaats, een stad in de Geest (Gal. 4:26).

Jezus  zegt: “Als je nou groeien wil, hebt elkander lief, hebt elkander lief zoals Ik jullie heb liefgehad”. Dan moeten jullie eens  kijken wat of er uit die baarmoeder te voorschijn komt.
De uitdrukking: “kom te voorschijn” uit Jesaja 49:9, is héél mooi. Het gaat om dat nieuwe wezen. Als je dié tevoorschijn kan roepen.
Een kind van God. Dat is het verlangen van God. Als je die liefde aan mekaar kunt geven, moet jij eens  kijken wat er gebeurt. Een kind omringd met zóveel liefde. Dus dan stel ik mij zelf de vraag: Ben ik een goede moeder? Ben ik een goede baarmoeder? De gemeente is jóuw moeder. Jíj wordt gevormd. Gezegend is de vrucht van deze schoot. Die bevruchting, die is vrijwillig, dat heeft deze vrouw gewild: “Mij geschiede naar Uw woord”.

Jezus zou zeggen: neem dit woord aan. Dat is de conceptie. Neem het aan. Want dat woord, is het zaad van God. In dat zaad van God zitten ook de eigenschappen van God. Dus, in den beginne was het zaad, het woord, en het zaad was bij God en het zaad wás God. Ja dat klopt. Dan wordt het allemaal heel duidelijk. Als ik dat aanneem, dan vindt er een bevruchting plaats. Dus laat ik het eens anders zeggen: Het gen van God en het menselijke gen, bij elkaar, dat levert een nieuw mens op. De nieuwe mens. Niet meer vanuit de aarde, maar vanuit de hemel. Een uniek mens!  En dát is nog eens Genesis. Dát is nog eens een wordingsgeschiedenis. Dát is nog eens een geboorte. Het woord zoekt aansluiting bij iets in de geest van de mens. Het zaad zoekt een eicel.
Weet u wat die eicel is? Dat staat in Prediker 3:11, dat is het eeuwigheidsverlangen. Dat zit van nature in elk mens. “God heeft de eeuw in de harten van de mensen gelegd”.. Maar d’r staat eigenlijk: eeuwigheidsverlangen.  Anders zou nooit het evangelie aansluiting vinden. Ik ken geen evangelie dat zo prachtig is: God, die aansluiting zoekt bij Zijn eigen schepsels. Mooier is er niet.  Die twee worden één. De zaadcel en de eicel. De herschepping begint in de geest met het woord “licht”, want licht is leven, is liefde. Als er over licht geprofeteerd wordt, dan wordt er over óns geprofeteerd. Jezus zegt dan ook: “Jullie zijn het licht der wereld. Dát eerste licht uit Genesis 1:3. Wij met Hem in Hem. Een hele mooie uitdrukking staat in Jacobus, 1: 17. God wordt daar  “de vader der lichten”genoemd. Hier zitten al die lichten, jullie zijn eerstelingen. En daar staat in het Grieks een woord:[ aparche] en dat betekend letterlijk: “Vanaf het begin, de oorsprong”.

Dus wij zijn van de beginne, van dát allereerste begin, dat is wat ! De tijd speelt geen rol meer. Dan ben je dus eeuwig. Jezus was de eerste, en wij zijn vanaf die eerste, het begin ook een eersteling. Jezus was het allereerste begin, De eerste, de enige, het eerste licht. Wij zijn de halm en een aar vanuit  de allereerste korrel.  En op den duur komen er uiteindelijk korrels in die aar, gelijk aan die allereerste. Dat zijn de kinderen Gods. Je hebt je leven te danken aan die allereerste. Hierin is m’n vader verheerlijkt, dat jullie veel vrucht dragen, zegt ie, en dat slaat ook op Hemzelf. Wat is trouwens de kracht van een halm? Wat denk je? In de worteltjes.  En waar zijn die nou in uitgeslagen? Dat is de liefde van God.  Daar had Jezus zijn wortels in uitgeslagen. Als het stormt in je lijkt het soms zó kwetsbaar hè, maar als ik zie wat halmen kunnen doorstaan, dat is ongelooflijk. Hij beweegt wel, maar hij blijft staan. Wat houdt jou overeind als jij het moeilijk krijgt? Dat zijn toch die worteltjes? Dat God zegt: “Ik ken je hoor! Als je het moeilijk hebt, dan geef ik jou niet de schuld,  ik kijk wel uit. Het is jouw schuld niet dat jij het moeilijk hebt, je wórdt bewogen. Daar heb je niet om gevraagd”. Zijn liefde houdt jou overeind en dát  is de kracht van God. ’t Is ook de kracht van een goed huwelijk. De kracht van een vriendschap. Ja. Wij stammen dus af van die eerste korrel, en wat  daar uit voort komt, dat is de oogst. Ken je de uitdrukking in Openbaringen 22:12 “Mijn loon is bij mij”? Veel christenen denken: “Ik krijg een soort uitkering vanwege goed gedrag. Want ik heb zó m’n best gedaan voor de Heer”. Nee, maar dat staat er niet! Zìjn loon is bij Hem. Wat Híj verdiend  heeft. Wat Híj geoogst heeft. En dat zijn wíj. Dus als Hij verschijnt, verschijnen wij met Hem. Zíjn loon is bíj Hem. We zijn Z’n oogst. Maria was een vrouw aan wie God Zijn kostbaarste geheim kon toevertrouwen. ZIjn levensbeginsel en zoals dat in Maria plaatsvindt, vindt het ook in  jóu plaats. Je vormt met z’n allen een moeder om dat kind in die baarmoeder te doen opgroeien. Een kind van het licht. Toen God “licht”zei, wat zag Hij? Hij zag dat het goed was. In het Hebreeuws kun je ook lezen, Hij “constateerde”, dat het goed was. Dan kun je zien wat je zegt. Kun je zien wat je schept. Dat, het licht is goed. Dus willen we nooit meer ons best doen? God zegt het is goed zoals het nu met jou is, is ’t goed hoor!  Dus ín het verborgene, van de baarmoeder,  wórdt de Christus gevormd. Als jij dus bidt, “Uw koninkrijk kome”,  wat bid je dan? Dat er iets van buitenaf, met fanfaregeschal, over de mensheid komt? Nee je bidt eigenlijk voor elkaar dat datgene wat God in jou verwekt heeft, tevoorschijn komt. Het ontroerende geheim van God. Dát is nou parousia. Het komt, èn het ìs er.  “Het heeft mijn Vader behaagd”, zegt Jezus, en dan kijkt Hij naar dat kleine groepje volgelingen, “om jullie het Koninkrijk Gods te geven”. En als het binnenin je is, dan zal het op een goede dag, al groeiend, een keer vanzelf naar buiten komen. Door de tegenstand heen, dat zijn de weeëm. Maar heb je ‘t geloof dat het in jóu aan het ontstaan is? God wel. Hij gelooft in Zijn eigen diepste wens: Kinderen die op Hem lijken, zodat Híj aan het licht komt, in de kinderen van het licht.
 
Weet je wat geluk is? Verlangen naar wat  je hébt. Ik dacht dat het was: verlangen naar wat je níet hebt. Nee, daar word jij echt niet gelukkig van. Ken je die mensen? Die alsmaar lopen te verlangen naar wat ze níet hebben? Die zijn ongelúkkig hoor! Maar verlang nou eens naar wat je hébt. Net als een zwangere vrouw. Ze heeft iets levends in zich. Ze hééft het en ze verlangt ernaar om het te zien. Ze verlangt naar wat ze heeft. Wat heeft God? Kinderen. Verlangt Ie daarnaar? Jezus Zijn vrouw, verlangen ze naar elkaar? Die verlangen naar wat ze hébben. En moet je eens kijken, dan word je gelukkig! Dan héb je dat geluk. Jezus  gebruikt het woord ‘zalig’, maar dat betekent gewoon: ingelukkig. Nou, je moet eens weten wat er door Hem heengaat als Hij jou ziet. Dat zit zó diep bij Hem. Dus door de bevruchting met het woord, word ik een nieuwe schepping. En we groeien in de baarmoeder op. Hoe dat gaat? Ken je de uitdrukking: je moet naar je lichaam leren luisteren? Nou, hier zít ons lichaam. Daar luister ik ook goed naar . De één zegt dit, en de ander zegt dat, soms in een gesprek, een opmerking, iemand vertelt hier eens wat, een zangdienst, dan denk ik: wat wordt er veel aan onze opvoeding besteed. Je hoort veel hoor! Sommigen denken dat er alleen maar een preek moet komen. Dat zijn mensen die zitten ónder het woord en nooit erín. Sorry dat ik het zo hard zeg, maar ik meen het wél. Als je niet gelooft dat het woord de mooiste dingen in een mens wakker roept, dan zit je hier kerkje te spelen. Naar het lichaam luisteren. “Luister maar”, staat er geschreven, “naar wat de Geest tegen de gemeente zegt”. Dus wat de Geest ín het lichaam zegt, dient tot opvoeding van wat er in die baarmoeder plaatsvindt. Daarom streven wij naar het ontwikkelen van die geestelijke gaven. Als je góed luistert, dan hoor je zóveel. Jezus, gaat zover dat Hij zegt: “Op een gegeven moment is het zover, dat  wie jou ontvangt, wie jou woord ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt de Vader”. Dus, dat licht gaat verder Dat heet “schijnen” Je bidt voor de ontwikkeling van de Christus in ons allemaal. En zo ben je ook in staat om de geheimenissen te verstaan. Als jij niet met je spullen om  kunt gaan, of met geld om kunt gaan,  hoe moet God jou zijn schatten toevertrouwen? Het spreken in tongen heeft tot doel dat je over geheimenissen in de Geest spreekt met God (1Kor. 14:2) Jouw geheimen, want je hebt soms geheimen die je, met je intiemste vrienden wel kan delen. Maar je wilt ze ook delen met God, en dan zeg je ze in die taal, want je aardse talen schiet vaak tekort, of je valt in herhaling. Maar God deelt Zijn geheimen ook met jou! Sinds die tijd ben ik heel wat wijzer geworden. Ik heb een jaar of 10 geleden eens gebeden: “Vader, wilt U eens een geestelijke scan van me maken? Wil U mij eens doorlichten? “Mijn hart en mijn nieren doorzoeken?”  En toen kreeg ik een vraag: “Jongen,  durf je alles eens te herzien van wat je tot nu toe geloofd hebt”? Toen heb ik gezegd: “Graag, want ik loop tegen sommige dingen op.” Toen kreeg ik de gedachte dat er van wat  je tot nu toe geloofd hebt, een heleboel dingen prima zijn, niks mis mee. Maar er zijn ook dingen, die jou op een verkeerd spoor hebben gezet. “Wil je het herzien?”  ”Gráág”, heb ik gezegd. En het vreemde is, dat mijn vrouw en ik héél zwaar onder druk zijn komen te staan. ‘k Heb d’r wel eens iets van verteld, maar we vreesden voor ons leven. Geestelijk was die druk haast niet te dragen maar het had te maken met die kostbare dingen waar we nu over denken. Het mocht niet tevoorschijn komen. God mag Zijn lieve gezicht niet laten zíen. Ik ben toen zó zwaar geestelijk onder druk komen te staan, dat ik makkelijk te oordelen was, haast te véroordelen was. Maar dankzij het moederlichaam, is deze vrucht niet afgestoten. Barmhartigheid bleek sterker te zijn dan het oordeel. Heerlijk! Wat voel je je dan veilig, als er mensen zijn die je barmhartigheid bewijzen Anders was ik écht een miskraam geworden hoor! En die hebben geen levensvatbaarheid. Het is toch ongelofelijk wat ons de laatste jaren gegeven is. Het wordt aan Zijn kinderen geopenbaard. Terug naar Psalm 139:13: “U heeft mij in de schoot van mijn moeder geweven”. Ik las gisteravond in een Zuid-Afrikaanse vertaling, “U heef ons aanmekaar geweven”. Ik denk wat lief, wat mooi: aan elkaar. Dat geldt dus niet alleen voor de broederschap algemeen onderling, maar ook Gods identiteit met de jouwe. Eicel en zaadcel. Ik vond ’t prachtig. Vers 14, mijn ziel weet dat zeer wel; ik besef dit heel goed, tot in het merg van mijn botten. Je bent samen geweven met het begin van alle dingen, met het beginsel van het eeuwige leven van God, de enige oorspróng: De Bron. Je hebt er één slok van gehad, en het wordt in je tot een brón. Een fontein.  Je hoeft niet “met vreugde water te scheppen uit aan de fonteinen des heils”. Zoals Jesaja zegt in 12:3, want jeJe bent zélf een fontein des heils geworden. En daar kunnen anderen met vreugde water uitscheppen.  Mijn Vader dat ís dé oerbron. Je bent een bron als er water uitkomt. Uit Jezus kwamen woorden van levend water. Dat water is uit God zelf, en die oerbron, is het meeste eigene van je. Je kan ook spreken van een ‘lichtbron’. Denk eens aan Martha, de zus van Lazurus. Zij zegt op een gegeven moment: “Ik weet dat ie opgewekt zal worden op de jongste dag”. Een heleboel mensen denken dat de jongste dag, heel ver in de toekomst ligt, maar dat is niet de jongste dag! De jongste dag is de alleréérste! Wie deel heeft aan de jóngste dag, heeft eeuwig leven. En Jezus zegt dan ook tegen haar, nadat zij dit prachtige opmerking gemaakt heef: “Ik bén de opstanding”.”Ik bén het”. Wat had Hij ook kunnen zeggen in plaats van: “Ik ben de opstanding”? Ik denk van:”Ík ben de jongste dag.Dus wie in Mij gelooft, lééft”! Wij zijn kinderen van de jóngste dag. We zijn opgestaan, kinderen van dát licht. En ook al zou je aardse tent sterven, je blijft een kind van de dag, geboren uit de schoot van de dageraad. Dát is het evangelie van Jezus Christus. We worden bij daglicht gevormd. “Uw koninkrijk kome”,  bid dat maar, dat heeft Jezus gedaan, en toen kwàm het koninkrijk in Hem. En nu begin ik éindelíjk een beetje door te krijgen dat het koninkrijk Gods zich binnen in ons zelf aan het ontwikkelen is. Geloof je dat? Dus, toen Jezus , merkte dat velen heel slecht naar Hem luisterden komt Hij tot een verdrietige constatering. Hij zegt in Matth. 23:37 : “Jeruzalem, Jeruzalem, jullie dóden de profeten”.  Ze zeiden de mooiste dingen tegen de kerk. En verder: “Wat heb Ik er naar verlangd om jullie als kuikentjes onder Mijn vleugels te vergaderen, maar je hebt niet gewild”. Jezus heeft het geprobeerd, aan álle kanten. Verder zegt Hij: “Jullie zullen Mij niet meer zien totdat je zegt: “gezegend is hij die komt namens Mij”. En dat ‘hij’ staat met een kleine letter. Dus als jullie Mij óóit weer eens willen zien, ontvang dan degenen die in Mijn naam tot jullie komen, en eerder zien jullie Me nóóit meer terug. Dus dat is een profetie over jóu! Wat een evangelie hè? Een kostbaar geheim binnenin je, en als je mekaar aankijkt, merk je dan ineens hoeveel je van mekaar gaat houden. Dat je gaat denken: “Mijn leven, mijn vorming is afhankelijk van ons állemaal”. Mooi hè? Dus als je goed naar mekaar  luistert, wórden we gevormd. Langzamerhand wordt  Gods droomwerkelijkheid in heel gewone mensen. Zijn beeld en gelijkenis komen tot ontwikkeling in ons. Dat is Zijn dag. Amen
 
Gebed:
“Vader, ik bid, we bidden, dat Uw koninkrijk komt. We wisten niet dat het zó dichtbij was, dat het ín ons aan het wórden is. Al die dingen wòrden. Ik bid U, dat we geloven wat U gelooft, dat het gebeurt, dat U met zóveel tederheid ons te samen weeft, in de geest, zodat wij worden wie we eigenlijk waren vóór de grondlegging der wereld. Dat we troetelkinderen zijn, spelend voor Uw aangezicht. En  dat U van Uw troetelkinderen kunstenaars maakt. Mensen die de mogelijkheid hebben om te herscheppen. Dank u wel voor dit prachtige, levende evangelie dat van ons mensen maakt die op U lijken omdat U Zich, door Uw zoon Jezus, Uw levende woord, aan ons hebt verbonden". Amen
 
Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!