Thursday, August 16, 2018

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

Een ONgelovig geslacht - Henk Moorman

Mattheüs 17:14-21, Marcus 9:14-29
En toen zij (Jezus, Johannes en Petrus) bij de schare gekomen waren, kwam iemand tot Hem, knielde voor Hem neer, en zei: Here, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. En ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen. En Jezus antwoordde en zei: O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem Mij hier. En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit en de knaap was genezen van dat ogenblik af. Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen ze met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? Hij zeide tot hen: vanwege uw kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn. Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten”.

Ik wil het eens hebben over geloof en ongeloof, want daar gaat het hier om. Iedereen heeft het verhaal waarschijnlijk al meer dan eens gehoord. Maar wat is nu de les? Want je kunt wel alle bijbelse vertellingen uit je hoofd kennen, maar ze zijn natuurlijk met een bepaald doel geschreven.

Wat heeft Mattheüs bedoeld toen hij het opschreef? Waarom heeft hij het opgeschreven? Waarom deed Jezus dit? Het is vaak gelezen als een soort recept: Hoe pakken wij zware ziektemachten aan? Een beetje verkoudheid of lichamelijk ongemak is nog tot daar aan toe, maar zoiets ernstigs als epilepsie (want het lijkt erop dat dàt het geweest is).

Maanzieke knaap, wordt die jongen genoemd. En als je hetzelfde verhaal in Marcus 9:14-29 leest, staat daar dat hij met het schuim op de mond neervalt, dat hij soms in het vuur gedreven wordt en dat hij helemaal verkrampt. Je hoeft niet eens een dokter te zijn om te zien dat dit niet gering is; dit is ernstig!

En dan wordt dit nogal eens gelezen als soort remedie, voor als we echt met zware ziektemachten te maken hebben, wat moeten we dan doen? En dan lezen we: Bidden en vasten. Want dit is niet het eenvoudige werk. Dit is echt het zware werk waar je geestelijke spierballen voor nodig hebt. Dus je snapt wel dat is niet een kwestie van even bidden en in Jezus’ naam een geest binden en dan is het gepiept. Nee… bidden en vasten jongens! En dan zie je inderdaad dat mensen bidden, hele bidstonden organiseren, liefst ’s nachts, dat schijnt beter te bidden en inderdaad eten en drinken laten staan.

En op zich maakt dat helemaal niet uit. Als je denkt dat dat beter bidt moet je dat rustig doen, en als je denkt dat je er baat bij hebt om eens heel sober te zijn met eten en drinken, wel…. laat je niet tegenhouden door iemand anders die dat onzin vindt. Doe dat rustig, alleen hou wat dat betreft het geloof wat je hebt voor jezelf, zou ik dan zeggen. Maar volgens mij gaat het daar niet over in dit stukje.

Je moet al die verhalen goed lezen en in hun context en in hun verband lezen. Dat hele gesprek over: “waarom is dat nou niet gelukt, en hoe zou dat dan wèl lukken, door bidden en vasten”. Dat is het gesprek tussen de discipelen en Jezus. Er staat ook: als de mensen weg zijn, als ze met de Heer alleen zijn, dan zeggen ze tegen de Heer: nu moet je ons toch eens uitleggen, hoe kan dat nou in vredesnaam?

Ik vind het op zich een hele goede vraag. Dat ze niet zeggen wat was er nou mis met die vader of met die jongen? Had die nou niet genoeg geloof dat wij dat niet konden? Nee, ze zeggen hoe kan dat nou dat WIJ dat niet konden, zij zoeken de oorzaak bij zichzelf, niet bij anderen.
Het is zo menselijk om te zeggen: hoe kan dat nou, dat is vast omdat de gemeente nog niet zo ver is, of dat is vast omdat er nog zonde zit ergens of dat is vast….. nou ja kijk maar om je heen…. Er is vast wel een oorzaak ergens anders aan te wijzen…
Nee, die discipelen zijn heel eerlijk. Zij kijken niet om zich heen, zij kijken naar zichzelf: hoe kan dat nou dat WIJ dat niet konden, Heer? En ik vind dat ook heel goed in die zin, dat ze niet net doen of er niets fout is gegaan en gewoon overgaan tot de orde van de dag. “Fijn Heer dat het U wel gelukt is en we gaan weer verder.” Het was dus iets waarvan zij zeiden: verdraaid het zou ons MOETEN lukken, hoe kan dat nou, dat het niet gebeurd? Heel eerlijk vind ik dat naar jezelf toe.

Dan zegt Jezus: “dit geslacht gaat niet uit dan door bidden en vasten”. Welk geslacht is dat, zijn dat die zware ziektemachten, slaat dit nou typisch op die epileptische geesten? Of als je met kanker te maken hebt of met weet ik niet wat voor ziekte? Ja… als je misschien als mens en medisch gezien misschien je handen in de lucht moet steken, DAN wordt het een kwestie van bidden en vasten.
Het gaat over een geslacht. En dat slaat terug op dat geslacht dat Jezus net genoemd heeft.

Dat heb je kunnen lezen in vers 17: “O ongelovig en verkeerd geslacht”. Dààr heeft Hij het over, over dat geslacht. Ongelovig en verkeerd geslacht. Bedoelt Hij dan de discipelen?
Nee, natuurlijk niet. Van die discipelen zegt Hij niet dat ze ongelovig zijn. Die noemt Hij KLEINgelovig (vs 20). Waarom lukt het jullie niet jongens? Door jullie KLEINgeloof. Jullie zijn geen ongelovigen, maar KLEINgelovigen. Trouwens, zo denkt Jezus ook niet over zijn discipelen… zo van: Ach…leren jullie het dan nooit… hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Mijn geduld raakt zo langzamerhand op. Nou gelukkig nog een jaartje en dan hoef ik niet langer met jullie op te trekken. Zo DENKT de Heer toch niet over zijn discipelen.

Nee, maar zo denkt Hij wel over dit “ongelovig en verkeerd geslacht”. Ja... wat voor geslacht is dat dan? “Ongelovig en verkeerd”? En daar staat een woord, dat betekent: verdraaid, verdraaien, verbuigen. Een andere vertaling zegt: ontaard. En ik denk dat het dat wel aardig weergeeft.
Het is een geslacht in de geestelijke wereld, (want daar zijn krachten en machten werkzaam) wat ongelovig is en wat verkeerd is, wat de dingen verdraaid, wat alles ombuigt. Want daar gaat het om. Wat recht is maken ze krom. En wat waar, is draaien ze om, in het denken van mensen.

Het is een ongelovig geslacht en het slaat op boze geesten, niet op die ziektemachten, want die worden in datzelfde verhaal in Marcus door Jezus aangesproken met dove en stomme geesten. Zo noemt Hij ze daar. Jezus spreekt ze aan met: Gij dove en stomme geest ga uit. Dus dat is weer een heel ander “geslacht”.

Hier gaat het om dat “ongelovig geslacht”. ONgeesten, noem het maar machten, want het is een kracht van ONgeloof. En ONgeloof is véél meer dan het afwezig zijn van geloof. Heel veel mensen denken vaak van: ach ja, iemand is ongelovig, nou ja dat is jammer er is dus geen sprake van geloof in God. Het geloof is afwezig. Dat is natuurlijk zo, maar het is veel meer.

Je komt dat ON in onze taal wel meer tegen, bijvoorbeeld als je het hebt over een ON-mens. Daarmee zeg je niet: er is niemand, er is geen mens. Nee, een ON-mens is een heel misselijk iemand, een bruut, een geweldenaar weet ik veel. Laat ik zeggen: een heel negatief iemand. Als je last hebt van ongedierte, dan zeg je niet: dat treft, niets geen gedierte, lekker rustig. Nee ongedierte. Dan is er wel degelijk gedierte, maar dan ON. ON staat eigenlijk voor het negatieve.
Stel dat je midden in een onweer zit, dan zeg je toch niet: nou jongen dat treft, er is geen weer. Nee er is wel degelijk weer. Er is ONweer. En zo is het met geloof, en met ONgeloof ook. ONgeloof is niet: er is geen geloof. ONgeloof is geloof in ON, geloof wat de negatieve kant uitwerkt, als kracht. Geloof in ONmacht, geloof in ONmogelijkheid, geloof in Onheil, geloof in Onoplosbaar, geloof in… nou vul maar in, in ONbereikbaar: dàt lukt ons nooit. Dat is ONgeloof en dàt is een hele sterke kracht.

In Handelingen 13:6 kom je een aardig voorbeeld tegen hoe dat werkt. Paulus is met Barnabas op Cyprus aangeland, en na het hele eiland doorgetrokken te hebben, komen ze in Pafos. Daar troffen ze een zekere tovenaar aan, een valse profeet een Jood wiens naam was Bar-Jezus. Hij hield zich op bij de landvoogd Sergius Paulus, een verstandig man. Deze begeerde het woord van God te horen, en liet Barnabas en Saulus tot zich roepen. Maar Elymas, dat is die tovenaar, want zo wordt zijn naam vertaald, verzette zich tegen hen en trachtte de landvoogd van het geloof afkerig te maken.

Maar “Paulus, vol van de Heilige Geest, zag hem scherp aan en zei: Zoon des duivels, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zul je niet ophouden de rechte wegen van de Heer te verdraaien? En nu, zie, de hand des Heren keert zich tegen u, en gij zult een tijd lang blind zijn en de zon niet zien. Er terstond viel op hem donkerheid en duisternis, en rondtastende, zocht hij iemand om hem bij de hand te leiden. Toen de landvoogd zag wat er gebeurd was kwam hij tot geloof, zeer getroffen door de leer des Heren” (Hnd 13:9-12). Niet door wat er gebeurd was met die tovenaar, maar door de léér des Heren.

Hier zie je duidelijk hoe dat geslacht werkt. Want hier staat: hij trachtte die landvoogd van het geloof AFKERIG te maken. Dat is precies het woord wat vertaald wordt met verkeerd, ombuigen, precies hetzelfde woord. En dat komt nog een keer: ”Zul je niet ophouden de rechte wegen van de Heer te verdraaien”? Verdraaien is weer precies hetzelfde woord wat ook vertaald wordt met verkeerd. Een ongelovig en verkeerd geslacht.

Hier heb je dus een duidelijke vertegenwoordiger van dit geslacht. Zelfs in de persoon van een mens zou je kunnen zeggen. Maar die wordt geïnspireerd door zo’n verkeerd geslacht, en die doet niets anders dan zich te verzetten tegen dit evangelie, en in dit geval die landvoogd proberen tegen te maken, door te verdraaien. Je zult zo iemand naast je hebben! Die landvoogd die zegt: ik wil, en het is een oprecht en verstandig man, hij begeerde het woord van God te horen, en meteen staat er iemand naast hem en die zegt: “niet doen, niet doen…”. Hoe zo dan niet? Wat zou die hem hebben voorgehouden waarom niet?

Ik denk allerlei onheil: “Als je daar aan begint, dàn is het natuurlijk afgelopen met je baan. Of dan tart je de goden en dan zul je eens zien, hoeveel ongeluk je over je afroept. Als jij naar die mensen luistert, als jij met dit evangelie in zee gaat, denk er goed om dat je het DAN goed te verduren krijgt! Dat loopt helemaal verkeerd”.
En zo zit die hem als het ware op de schouder. Een verkeerd geslacht, wat voortdurend de dingen zo draait, dat je bang wordt, of je heel onmachtig en nietig doet voelen; dat je denkt: “Ik kom nooit onder de vloek uit, ik zit toch altijd in de hoek waar de klappen vallen. En dan denk je: Oei, met dit evangelie bezig zijn, in een onzichtbare wereld bezig zijn, krachten en machten aanspreken, nou…. dat doen we maar liever niet, want wie weet wat ons dàn allemaal overkomt aan onheil. En ’t is een sterke kracht hoor!

Jezus heeft er op een gegeven moment ook mee te maken, en hij kon er zelfs eigenlijk niet eens tegenop. In zijn eigen geboortestad, staat er, dat Jezus weinig krachten kon doen vanwege hun ONgeloof. Ja. Het was niet zo dat die mensen zeiden: we geloven niet. Die mensen zeiden: Dit KAN nooit! Het bestaat niet! Jezus, dat is toch die jongen van hier om de hoek? We hebben nog met hem gespeeld en gevoetbald. Wat verbeeldt hij zich wel, weg met die vent! ’t Kan nooit. ONgeloof, en Jezus kon weinig krachten doen. Niet omdat er geloof ontbrak, maar daar was zoveel TEGENkracht dat er geen ruimte was voor het woord van God.

En dan staat er: DAT geslacht, dat mensen zo onder druk zet, dat mensen geloven in ONmacht en in

ONvermogen en in ONheil. Dat geslacht kan er wel uit, maar alleen door bidden en vasten. Ja!

Wat is bidden? Bidden is in de eerste plaats ruimte maken in je eigen bestaan voor de gedachten van God. Want dat is een heel ander denken. Dat is het denken in heil, dat is geloof in opstanding in MIJN leven. Dat het mogelijk is, om OP te gaan staan in alle aspecten van mijn leven. Dat ik NIET langer als slaaf, als voortgejaagde door het bestaan hoef, maar dat het mogelijk is om te STAAN op vaste grond, BEVEILIGD voor alle verschrikkingen van het onheil. Dàt geloof, dié gedachten die bij de Heer horen Zégen in plaats van vloek. En dat brengt wel strijd mee, natuurlijk. Niets gaat vanzelf. Heel concreet in je leven brengt dat strijd mee, want ONgeloof is een kracht die werkt naar de afbraak en naar de dood. En als je er niets tegenoverstelt, eindigt het in de afgrond. Kijk maar wat ze met Jezus wilden doen, daar in zijn geboorteplaats; ze drongen Hem naar de rand van de berg om Hem van de steilte te storten!

Daar moet je dus een kracht tegenoverstellen. Het is kracht tegen kracht in de geestelijke wereld. En dan is het dus zaak om de goede strijd te strijden. Een strijd voeren op zichzelf is onvoldoende. Niet voor niets zegt de bijbel: strijd alsjeblief de GOEDE strijd (1 Tim 6:11), want anders ga je OF tegen elkaar vechten OF tegen jezelf, OF je gaat je alleen maar lopen uitsloven.
Strijd de goede strijd, en dat begint ermee, dat je WEET dat je niet meer een speelbal bent, niet meer slachtoffer bent.

Ik grijp in dit verband even helemaal terug naar Genesis, waar de tegenstander zich voor het eerst openbaart en waar God na de zondeval zegt: dat is fout gegaan, maar wat NU…? En wat staat er dan in Gen 3:15? Ik zet vijandschap tussen de vrouw en de slang, tussen het zaad van de vrouw en het zaad van de slang. Ik stel jou, mens, aan tot vijand, van die slang. Ik stel jullie aan tot zijn tegenstander.

Als mens ben je niet het slachtoffer, waardoor je zo gemakkelijk de houding aanneemt van: “o jee, daar komt weer zo’n enge tegenstander, wat komt er nou weer op me af, dàt kan ik nooit aan. Zoek dekking“. Nee, jij bent gesteld tot zijn tegenstander. En dat brengt een hele andere houding mee. Dan loop je niet altijd vanuit de onder-positie naar boven toe te knokken, om de ergste ellende een beetje uit je bestaan te houden. Dan kun je als het goed is, initiatieven nemen, om te zeggen: Oké er is een hoop ellende en ongerechtigheid, in de wereld en om mij heen. Maar wat doen we eraan, hoe gaan we ruimte maken in die geestelijke wereld? Dan kom je uit die slachtoffer rol en dan wordt je inderdaad tegenstander. En dan komt de boze erachter dat hij een tegenstander heeft en niet een slachtoffer, dat hij als speelbal kan gebruiken.

Bidden is ook kiezen. Kiezen tussen zegen en vloek. Ja het speelt zich in feite steeds in je gedachten af. En dat is de onzichtbare wereld. Wat wil ik geloven, welke gedachtengang wil ik in me toelaten? Bijvoorbeeld: Ik heb zo’n pijn in mijn buik, o help, volgende gedachte: als er maar niets ergs aan de hand is, nee toch, straks heb ik kanker, en nog een stap verder en je bent in je gedachten je begrafenis aan het regelen.
Maar je kunt ook zeggen, wacht even, die gedachtengang gaat de kant van het ONheil uit. Dat wil ik niet. Dan moet je kiezen. “Bergafwaarts” geloven gaat als vanzelf, daar wordt je door de boze wel bij geholpen. Maar de ANDERE kant uit, naar boven toe geloven en zeggen wacht: ik laat mij niet intimideren. Ik laat mij niet de kant van ON uit dwingen en dringen. Ik kies voor de kant van geloven in heil, en opstanding!

Dat vraagt een voortdurend kiezen. Je lijdenstijd, zegt Jesaja aan het eind van die ballingschap, je lijdenstijd is volbracht hoor! Troost, troost, mijn volk, spreek tot het hart van Jeruzalem. Je lijdenstijd waarin er maar met je gedaan kon worden, is volbracht. Dat is voorbij. Dan hoef je niet langer ineengedoken door het leven te gaan, in de hoop dat de boze jou zo over het hoofd zal zien en met rust zal laten. Nee, je mag, met fierheid in het leven staan en met opgeheven hoofd je weg gaan.

Als de boze jou zò ziet, dan schrikt hij, want – zegt Paulus in Fil 1:28-29: hierin ziet hij de aanwijzing, het bewijs van zijn ondergang. En zo worden dan de rollen omgedraaid. Niet meer slachtoffer maar tegenstander. Niet meer de opgejaagde, maar degene die STAAT en blijft staan en vervolgens op de vijand af gaat in de wetenschap dat God naast je staat en dat zijn zegen met je is. Je bent niet meer lijdend voorwerp. Dat is het grote verschil denk ik. Er is best lijden. En de bijbel is er best nuchter over.

Ze hebben Mij veracht, gesmaad en vervolgd, zegt Jezus, en ze zullen jullie ook verachten, versmaden en vervolgen. Betekent dat dan dat ze je de ramen komen inslaan en ons hier een kop kleiner maken? Nou in dit land nog niet gelukkig. Maar in de geestelijke wereld is toch sprake van vervolging. Of wordt je nooit onder druk gezet? Heb je nooit het gevoel van pffft, wat wordt het mij benauwd gemaakt? Het leven wordt mij niet gegund?

In zo’n situatie kun je eindeloos gaan piekeren: hoe komt dat, wat doe ik fout, enzovoort? En ik zeg helemaal niet, stop de kop in ’t zand, kijk nooit eens is of er oorzaken zijn, die te maken hebben met je handel en wandel. Maar vergeet niet om de geestelijke zaken goed in de gaten te houden. Het is een geestelijke tegenstander die jou het leven niet gunt.
En ook als het van belang is om er achter te komen, wat dan oorzaken zijn eventueel, is het wezenlijk dat je, met je hoofd rechtop in de hemel kan lopen, om je heen kan kijken, zodat je ook bereikbaar bent voor God, voor zijn gedachten, voor zijn oplossingen, voor zijn aanwijzingen. Dan moet je niet weggedoken door het leven gaan, maar met fierheid.

DAT is waar je toe geroepen bent. Ja, zeg de tegenstander het oordeel maar aan hoor. Van Sion gaat de wet uit staat er, ja toch? En Sion zit hier, dat betekent dat van HIERUIT gezegd moet worden, en NU gaat het ZO!
Natuurlijk moet je waken voor grootspraak. Ik zie er niets in om te zeggen: vanaf NU beslissen wij dat in het hele land, alles wat duisternis is verdwijnt, dat iedereen zich bekeert en daar gaan wij eens even voor bidden… Ja waar ben je dan mee bezig denk ik. Ik zie Jezus zo niet te werk gaan. Je kunt wel wat roepen, maar je moet weten wat je doet. En wat DAT betreft is het goed afgestemd te zijn op de Heer. Heer waar opent U deuren? Heer waar voorziet uw plan NU in?

Bidden is ook: je veilig weten. Ik zei het net al, want je bent Zijn eigendom, je bent van Hem, hoor, van niemand anders. Je bent van Hem: gekocht en betaald!! Dat ligt ons niet zo om dat te zeggen: we zijn van iemand, want wij zijn van niemand en wij regelen zelf ons leven, en we kiezen zelf wel wat we doen en niemand hoeft ons iets te vertellen.

En toch zegt de bijbel: “Je bent van Hèm” gekocht en betaald. Op de keper beschouwd ben je zelfs slaaf als je iemands eigendom bent. Ja. En dan is het mooie dat deze Heer zegt: “Ja, Ik heb jou gekocht, maar ik noem je geen slaaf, Ik noem je mijn vriend.” En tegelijk is het héél wezenlijk dat je eigendom bent van Hem. In die tijden, dat wisten de mensen heel goed, als iemand een slaaf was van een machtig Heer, dan bleef iedereen wel van die slaaf af. Want kom ik aan die slaaf, dan kom ik dus aan die Heer, dan krijg ik dààr onmiddellijk mee te maken. Dat is het wezenlijke van het eigendom zijn van iemand. En dat is ook een belangrijk besef, hoor, dàt bewustzijn, dat je Hèm toebehoort.

Prediker zegt, voor alles is er een tijd. Er zijn tijden dat je zegt en nu op de barricaden en nu er tegenaan en nu het zwaard uit de schede. En er zijn tijden dat je zegt en nu moet ik gewoon eens wegkruipen, wegkruipen in die veiligheid, in dat besef van Heer uiteindelijk wordt alles gedragen door de kracht van Uw Geest en hoor ik U toe. DAT is mijn veiligheid.

Wat is vasten?
Ik denk dat vasten, een kwestie is van loslaten. Loslaten van alles wat jou dwingt tot een laag-bij-de-gronds leven, een leven in het platte vlak. Loslaten: de zorgen om je eigen bestaan, om” huisje boompje beestje”, de zorg over hoe moet dat allemaal goed komen. Of loslaten de bezorgdheid om, de mensen die je na staan, de mensen die om je heen staan. En ik bedoel niet het begaan zijn met elkaar en het met elkaar meeleven en het samen bidden. Maar gewoon dat je sappel zit te maken over dingen waar je eigenlijk moet zeggen: heb je er ook nog wat aan als je dood gaat? Als dit leven ophoudt?

Nee? Is het dan eigenlijk nog wel zo zinvol om je daar druk over te maken, of om daar zo driftig voor te bidden? Misschien niet dus… Het platte vlak: gehechtheid aan geld en bezit, laat het maar los. De drang om iets te willen betekenen in ogen van mensen: dat ze toch vooral niet denken dat ik niemand ben. En dan heb ik het niet over dat hele gewone menselijke verlangen om er bij te behoren. Natuurlijk, dat is een goed verlangen en dat moet ook vervuld worden.

Maar om iets te willen zijn in de ogen van mensen, dat je toch vooral meetellen wil; laat dàt maar los, en ga maar vasten. Gewoon loslaten, de jacht naar een leven wat een beetje vol zit met genot, een beetje comfort. De misvatting dat het goed met je gaat als het allemaal een beetje lekker is en lekker een beetje plezierig gaat, tot je misschien, als je eerlijk bent, moet constateren: eigenlijk wordt mijn leven aangestuurd door mijn buik, misschien wel mijn onderbuik.
Er is niets mis met lekker eten en drinken, en neem er voor mijn part een glaasje wijn bij, als je dat goed kan hanteren. Tenslotte is één van de eerste dingen die Jezus doet, is water in wijn veranderen op een bruiloft. Dus daar gaat het niet om, maar, als je buik je afgod is geworden.

Met seksuele verlangens is niets mis, God heeft ze zelf bedacht. Maar als je in alle eerlijkheid moet constateren: eigenlijk wordt ik dààr wel door aan het lijntje gehouden, in mijn denken en in mijn gevoelsleven, ja, dan moet je je eens afvragen of dat lijntje misschien niet eens moet doorgeknipt worden, zodat je eindelijk echt vrij wordt.

Het gaat eigenlijk om dingen waarvan Paulus op een gegeven moment van zegt: laten nou zij die gehuwd zijn leven als waren ze niet gehuwd en als je bezit hebt, leef als had je geen bezit. Leef als had je het niet. Je hoeft het niet allemaal weg te doen; er staat niet doe afstand van je bezit, kap maar met je huwelijk, maar leef als mensen die weten dat er dingen zijn die daar er bovenuit gaan. Die zich dààr op richten en ter wille dààrvan van andere dingen zeggen: ik besteed er niet zoveel tijd en aandacht en energie aan.

Vasten: kom los. Zo stijgt die ballon wel op. Ik las in de krant over een dagblad, dat in de oorlog begonnen is als verzetskrant. En meteen na de oorlog kregen de mensen, die in het verzet daar geweldig veel voor gedaan hadden en hun leven er voor gewaagd hadden, een oorkonde, waar opstond: “ Wie vrijheid zegt, schrijft het leven af, en kiest de strijd, God en vaderland toegewijd”. Dat sloeg dan op de tweede wereld oorlog.

Maar ik dacht daar zit wel waarheid in. Wie zegt: ik wil vrijheid, ik wil leven, ik wil écht leven, voor mezelf en voor anderen, die schrijft het leven af. Dat klinkt tegenstrijdig, maar die schrijft dat leven af, wat vooral in het teken staat van:” als het maar comfortabel is, een beetje lekker en soepel loopt, als ik maar mijn natje en mijn droogje heb”, ja dàt leven schrijf je af. In de zin van; dàt jaag ik niet na. “En kiest de strijd God en vaderland toegewijd.” Vul voor vaderland het hemels koninkrijk maar in. Het vaderland, waar je echt thuis bent en dan klopt dat ook denk ik. Kies voor die strijd. En waar zo ongeloof verdwijnt, daar kan geloof gedijen en. daar kan geloof groeien.

Jezus zegt immers in hetzelfde stukje: moet je luisteren, zo gek veel geloof is daar niet voor nodig hoor. Als je geloof hebt als een mosterdzaad dan lukt het al. Dus het is niet een kwestie van: nou laten we eens met z’n allen een geweldige krachtinspanning leveren. En dan zie je dat mensen zichzelf gaan zitten oppompen in speciale bidstonden in de illusie dat dat extra geloof is.

Nee zegt Jezus, héél gewoon geloof, zo eenvoudig als een mosterdzaadje. Het is klein, onopvallend, maar met een enorme groeikracht, begin daar maar mee, dat groeit wel. Want die kracht in die richting van ON, die altijd geloof afbreekt, die is dan weg. Laten we ons daar op richten, het zal ons wèl gaan.

Zullen we bidden?

Heer Jezus U bent niet voor niets gekomen, U bent gekomen opdat wij leven zouden hebben, echt leven. En niet een beetje dat we net het hoofd boven water kunnen houden, maar leven en overvloed. Daartoe bent U gekomen. Heer en U maakt van mensen die misschien zeggen: Ik voel me zo zwak, van die zwakken maakt U helden, die zelf niet zulke krachtpatsers zijn, maar die door U weten wie ze zijn, Weten wie hun Heer is. En die weten dat ze door U met gezag bekleed zijn. Vader ik dank U dat U zo vol zit met opstandingsdenken, en dat hoe meer we met U verbonden zijn, Hoe meer we daar zelf ook van doortrokken raken.

Amen.

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!