Tuesday, August 20, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size



De laatste tijd ben ik erg veel bezig met ‘het worden als een kind’ en wat daar allemaal bijkomt. Ik wou het vanochtend hebben over melk, moedermelk.
 
Ik lees eerst 1 Kor. 3, vers 1: “Ik broeders ik kon niet tegen jullie spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als vleselijke, doch onmondige in Christus. Ja melk heb ik jullie gegeven, geen vast voedsel want dat kon je nog niet verdragen”.
 
“Ja, dat kunnen jullie ook nog niet”, zegt Paulus, “want jullie zijn nog vleselijk. Want als er onder jullie nijd en twist is, ben je dan niet vleselijk? Leef je dan niet als onveranderde mensen?” Ja, als de één zegt: Ik ben van Paulus en een ander: Ik ben van Calvijn. Ik ben van…nou noem er een paar. En een hele vrome zegt: Ik ben van de Heer Jezus. Nou dit is duidelijk. De gelovigen maken dan onderscheid tussen de verschillende predikers die hetzelfde evangelie brengen.
 
Nu gaan we naar 1 Petrus. 1 Petrus 2. Daar staat in vers 1: “Leg nou eens af alle kwaadwilligheid en bedrog en huichelarij. En afgunst, jaloezie en kwaadsprekerij”. En nu komt het: “Verlang eens als pasgeboren kinderen naar de redelijke onvervalste melk, zodat je daardoor mag opgroeien tot zaligheid”. Wil je gelukkig worden? Ja? Nou zegt hij: vraag dan eens moedermelk. En daar staat iets heel moois achter. Als je geproefd hebt dat de Heer goedertieren is. Met die melk, goed. Via die melk wel te verstaan
 
En dan nog een stukje.
Ik lees Hebr. 5 : 11. De schrijver van deze brief zegt hier: ‘ik heb er veel over te zeggen’. Maar, zegt hij het is een beetje moeilijk uit te leggen, want jullie zijn traag geworden in je denken. Ik heb eens iemand horen zeggen: “Ik heb de laatste tien jaren niks nieuws in de gemeente gehoord”  Dan ben je geestelijk zo doof als een kwartel. Je hebt a.h.w.  geen oren waarmee je kunt horen. 
Hier staat traag. Een andere vertaling is: ‘hardleers’. Er staat eigenlijk een woord dat zoveel betekent “afgestompt”. Je weet het allemaal wel. Er zijn namelijk mensen die als je ze vraagt ‘noem het fundament’ dan weten ze alle onderdelen van het fundament keurig op een rij te noemen. Jammer, denk ik dan.. Heb je het beleefd? Heb je weer een stelsel geleerd, of heb je het beleefd? Maar, daar krijgen we het nog wel over.
 
Ja, hardleers. Dat is wat! Traag. Afgestompt. In de gelijkenis van de dwaze en wijze maagden betekent ‘dwaas’ ook ‘afgestompt’. Nou “hoewel jullie naar de tijd gerekend leraars behoren te zijn”. Wat is een leraar? Iemand die preekt? Vergis je niet, hóór! Dat is geen leraar. Iemand die je leert léven, dát is een leraar. Vindt die maar eens. Iemand die je leert léven. Daarin geven zij onderricht. Jezus wordt leraar genoemd. Hij was dagelijks in de tempel om te leren, maar de Heilige Geest wordt ook leraar genoemd en die is ook dagelijks in de tempel. Die zijn wij, om te leren leven. En zo leer je zoveel van elkaar. Ik leer altijd het meest in gesprekken. Zodat je een oor krijgt om te luisteren naar wat de Geest in de gemeente zegt. Dus niet alleen via iemand achter een katheder. Ik vind het mooi! De Heilige Geest is de leraar en die leert ons bidden en die leert je ook luisteren. Die leert je bezig te zijn met de dingen van de Vader. Eigenlijk leert hij je leven. En dan staat er: naar de tijd gerekend is het nodig dat jullie de eerste beginselen van de uitspraken Gods leren.
Wat betekent: ‘De eerste beginselen van de uitspraken van God’. Dat is de moeite waard om daar eens over door te denken. Wat heeft Hij het éérst gezegd? En wat heeft Hij daarvoor gedacht? Want voordat je iets zegt, denk je. En dat je dààr aan deel krijgt. Aan de gedachtewereld van God. Voordat er één berg was geschapen, voordat God een kring trok over het oppervlak van de zee. Staat er zo mooi in Spreuken 8 : 22: ‘Hij heeft mij tot aanzijn geroepen’. Eer de bergen geboren waren. Dat is geen poëzie. Dat is de waarheid. 
Een prachtige uitdrukking is het: ‘Tot aanzijn geroepen worden’. Dan heeft jouw bestaan zin gekregen, want je gaat leven.
Je wordt bevestigd in je bestaan. En wie is die ‘mij’? Voor mij is het de Christus. De partner Gods, de gemeente, waarvan Jezus het hoofd is. De nieuwe mensheid waaraan God als eerste heeft gedacht. Je bent met zulke mooie dingen bezig. In vers 12 staat verder: ‘je hebt nog melk nodig’. Melk. Geen vaste spijs. Want ieder die nog van melk leeft, die heeft geen weet van zuivere prediking, die is nog een zuigeling. Nou, ik kan je vertellen dat toen ik jaren geleden weer zuigeling werd,  toen pas voelde ik wat een geluk het is om te leven. Want toen ik mij bekeerde, in de zestiger jaren, ben ik intens gelukkig geweest maar ik bemerkte dat het wat sleet. Dat mooie, dat sprankelende was er af. Dat kwam omdat er weer een heel leerstelsel ontstond. Ik was, laat ik het maar zo zeggen ‘ik was eigenlijk nooit goed baby geweest, of peuter’. Ja. Een hoofd vol kennis kreeg ik, maar je hebt geen weet van de rechte prediking. En die dient erop gericht te zijn om de mens te leren leven in vrijheid.
 
Letterlijk staat er ‘je hebt geen ervaring met’. Je hebt het als kind nooit goed gehoord en begrepen. Dus, als ze zeggen ‘je bent nog een zuigeling’, dan is het geen verwijt. In de wereld wel. Als ze tegen mij zeggen ‘hé babe, is dat niet aardig. Maar in het Koninkrijk Gods wil ik het best weten. Dat is geen verwijt, het is een constatering. Het is heerlijk om na jaren te ontdekken hoe heerlijk, puur, onvervalste moedermelk is. Dan gaat jalousie weg, zegt Petrus. Nijd gaat weg en hypocrisie en hoogmoed. Het gaat allemaal weg. Wat een feest.  Je hebt dan nergens meer last van. Je proeft dat God goedertieren is, met andere woorden ‘God is liefde’. Als je dat nou eens indronk en indrinkt.
 
Ja, toen ik pas opnieuw geboren was heb ik met de moedermelk ook aardig wat angst naar binnen gedronken. Big brother is watching you. En dat hele oude religieuze verleden kwam weer terug. Bijvoorbeeld als je ziek werd dan zou er wel zonde achter zitten. De blijdschap gaat weg. En je gevoelens moest je ook onderdrukken.
 
Je zegt als vader tegen de baby die pas geboren is toch niet: ‘ we gaan bij jou eens een fundament leggen’. Dat is toch zoiets absurds. Dus laat het woord fundament nou eens even los, want dat is ontleend aan de bouwwereld. Pak het woord ‘eerste beginselen’, want dat staat er eigenlijk. Het eerste beginsel, het kleine begin, is liefde, want je bent een door God, jouw Vader, een gewenst kind.
 
Nou moet je eens kijken naar hoofdstuk 6 vers 1: “laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus”. Hier gaat het niet om en leerstelsel maar om een levensbeginsel. Daar staat letterlijk: “Het woord van het begin van Christus” Daar moet je eens over nadenken: “Het woord van het begin van Christus”...........
Dat is van voor de grondlegging der wereld, toen heeft God aan de Christus gedacht. Een geestelijk mensheid. Dus, dàt zijn nou de uitspraken Gods, waar we het net over hadden.
 
Het woord van het beginsel van Christus. Dat wordt beschreven in Psalm 139. Het allereerste begin. Het embryo. En hoe dat gevormd wordt, staat daar allemaal in. Dat slaat niet op een geboorte op aarde, maar het is een beeld van de werkelijkheid in Christus. Zò heb ik het bedacht, zegt Hij. Je wordt gevormd in de baarmoeder.
Het Hebreeuwse woord voor baarmoeder betekent: tedere liefde. Je wordt tijdens je vorming omringd door tedere liefde. Daarin ben je veilig en geborgen. Je koestert je a.h.w. in Zijn warmte
 
Het woord van het levend beginsel van God. Leven. Gods leven, in de mens gelegd. En moet je eens kijken wat daar uitkomt. Dat gebeurt in het geheim en in het verborgene, in de Christus. De Christus in ons. Dat is nou Zijn Koninkrijk.Dat zit ook zo diep in mijzelf. En nou springt mijn hart op. “Nou realiseer ik mij dat dat Koninkrijk in ons is gekomen en in verborgenheid en in stilte zich gaat ontvouwen”. Het krijgt gestalte. Je moet elkaar maar eens geestelijk goed aankijken, zal ik maar zeggen. En eens kijken wat er zich ontwikkelt. Dat is nou dat Koninkrijk. Welk koninkrijk? Ja, het Koninkrijk Gods. Oké! Mooie term. Een beetje versleten. Laat er nou Kolossensen 1 : 13 een andere uitdrukking staan. Daar staat: “het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde”.
Dat is van Jezus. En die heeft gezegd ‘mijn Vader heeft mij alles over gegeven. Ik mag het uitvoeren’. Ja! Dus de uitdrukking ‘Jezus woont in mij’ is niet bijbels. De Christus woont in je. Dat is het, het is het Goddelijke kind zijn. Maar Christus in ons, de hoop der Heerlijkheid:  dan ben je in verwachting. Van de Christus in ons. Ja. Door de Geest en die Geest is zowel van de Vader als de Zoon uitgegaan en die heeft plek gevonden, eerst in Jezus natuurlijk. En toen blies Hij op zijn volgelingen. Prachtig gebaar. Iemand ‘aanblazen’. Wat dat geestelijk betekent. En toen is de Geest ook in Johannes gekomen, Petrus, Paulus. Ik heb maar wat namen opgeschreven, hòòr. Thimoteus, Apollos. Maria heeft de Geest ook ontvangen. Abraham, inmiddels ook, en David en jij. Noem ons allemaal maar op. Want christen betekent ‘gezalfde’.
 
Wat mooi hè, dat je dus vanaf de beginne in de Christus bent. Het staat allemaal in Efezen 1. Daar staat geloof ik tien keer ‘in Hem” of ‘in de Zoon’. Paulus kon niet eens fatsoenlijke zinnen bouwen toen hij  Efeze 1 schreef. Hij stottert gewoon van opwinding. Zo mooi. En dus kan het mij ook niet meer schelen hoe ik het zeg. Ja, ik vind dat prachtig. “In Hem”, van voor de grondlegging der wereld. Dat is dus in de hemel, het onzichtbare koninkrijk van onze Vader, ons koninkrijk.
 
Melk. We zitten dus in het land van melk en honing. Nee je moet er toch niet aan denken dat je dat elke dag op je bord krijgt. Wat hebben we vandaag? Oh, melk. En verder nog iets? Ja, honing. Moet je eens proberen een week vol te houden. Het is maar een beeld. Het is een beeld van het Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde. En toen heeft God dat Koninkrijk aan de Zoon gegeven, want dan zijn ze in goede handen. En daarom wordt er van Jezus gezegd ‘Hij zit ter rechterhand Gods’. Dat is maar een uitdrukking. Hij ìs gewoon de rechterhand Gods. Hij ìs Zijn rechterhand. Nou, dan denk ik ‘dan willen wij Zijn handen en voeten zijn’. Dan voer je het werk uit. Mooi hè?
 
Even tussendoor: De antichrist bestaat ook. Die bestaat ook, hòòr! Die zit ook ter rechterhand van iemand, van de duivel. Die voert ook echt uit, straks, wat de duivel wil. Die geeft hem op een gegeven moment, Openb. 13 : 4, al zijn macht. Dat afschuwelijke beeld dat de duivel daar op het strand staat en dan dat monster oproept uit de zee, uit de diepte van het dodenrijk. En dan geeft hij hem al zijn macht. Dus de macht in de hemel en op aarde, die hij heeft. Dat betekent heersen over de mensen en politieke macht. En hij  wordt de rechterhand van de duivel. Met de mond vol over God en Christus, lees ik in
 13 : 11.
De liefde van God dat is het grondbeginsel. Het beginsel. Je bent toch uit liefde verwekt? Dat is toch die bevruchting? Je bent niet in zonde ontvangen en geboren. Je bent in liefde ontvangen. Dat is nou de agapè van God. Deze liefde ligt aan de melk ten grondslag. Dat is de eerste voeding. Denk eens aan het beeld van de moeder die het kind de borst geeft. Hè? Dat is wat! Zo geborgen. Als je dat ziet, dat kind, hoe geborgen dat is. Dat het kind ligt aan de boezem van die moeder. Ja, zoals Jezus zegt ‘ik lig aan de boezem van de Vader’. Ja en dichterbij kun je toch niet komen? Al deze fundamentele beginselen zijn doordrenkt van liefde en als je je dat realiseert en je bekijkt het met de ogen van liefde, dan kijk je er echt anders tegenaan.  Ik bedoel ‘als je je hoofd vol kennis hebt en je kunt de Openbaring van Johannes uitleggen, dan zit je hoofd zo propvol, dat er nauwelijks ruimte is om na te denken en om iets met die kennis te doen, dan wordt het dode kennis. Je kunt het niet hanteren. Dus het leeft niet en het brengt je geen leven. Dus je weet veel, maar leef je ook? Veel kennis, maar als ik de liefde niet heb. Ja, misschien kun je het wel citeren, maar wat is dat, “de liefde hebben”? Als je niet weet dat er ongelooflijk veel van joù gehouden wordt, ja, dan heb je niets aan je kennis. Er wordt zó veel van je gehouden. Je ligt zo na aan Gods hart. Aan Zijn boezem. Zijn geborgenheid. Als je dat niet ervaren hebt, weet je wat je dan ervaart: Ongeborgenheid. En dat is eng. Als een kind niet weet of mama of papa wel van elkaar houden, dan is dat slecht voor een kind. Dat is geen voeding en ook geen opvoeding. Het is zo wezenlijk dat die twee één zijn. Daar binnen voelt het kind zich één. Als die twee niet één zijn, dan voelt een kind zich ook niet één. Dan voelt hij zich ook, dubbel. Dus een relatie is zo wezenlijk en daarom is de duivel ook de grootste relatiebreker.
 
Laten wij nog eens kijken naar Hebr. 6 : 1-3, naar het eerste onderwijs. Vers 1. Bekering van dode werken. Als we nou de dingen die we nu zien even bekijken met de liefdevolle ogen van God. Het zijn de eerste uitspraken van Hem. Dus het woord fundament even loslaten, maar het begin met de ogen van de Zoon bekijken. Bekijk het maar met je eigen ogen, want omdat je liefhebt kijk je goed. Wie liefheeft kijkt goed. En wanneer heb je lief? Als je weet dat er van je gehouden wordt. Bekering van dode werken. Er staat in het Grieks “ech nekros”. Nou, dat is dood. Dode werken.
Ik zal een voorbeeld geven. Paulus deed zó zijn best voor de Heer. Toen heette hij nog Saulus. En Jezus zag dat en denkt ‘Ach.Wat wìl hij graag goed en wat doet hij het fout’. Het goede wat hij wil dat doet hij niet en het kwade wat hij niet wil dat doet hij. Mensen vervolgen en de gevangenis in trappen, dood slaan. Ik denk dat Jezus denkt ‘zo’n pracht vent’. Ja. En dan gaat Hij als het ware naast hem staan, als een vader. “Saulus, hé, Saulus waar ben je mee bezig man! Waar ben je mee bezig? Ach, ik vind het zo verschrikkelijk voor je. Je wilt zo graag goed en je doet het niet, met al je werken voor kerk en samenleving.” Hollen door de gemeente en voor de Heer. Straks dan brand je nog eens af. Kijk uit. Je bent niet tot rust gekomen. En Hij verschijnt aan Saulus. Die werd blind, want hij was verblind. Dat is het beeld van ‘een slaaf’. Als je blind bent, dan ben je een slaaf en weet je ook helemaal wie jouw Heer is. Laat staan dat je weet wat hij doet. Je kent je heer niet. Zweten en zwoegen. En wat levert het op? Doornen en distels. Er zit geen werkelijk léven in. Je bent met dode werken bezig, Paulus! En hij komt in die overpeinzingen tot de ontdekking dat hij inderdaad, na drie dagen nadenken, met iets dóóds bezig geweest is. Al was het nóg zo vroom en religieus. Nou en dan geeft Jezus de opdracht aan Ananias, die zei ‘doe de ogen maar weer open, want geestelijk zijn ze alweer open gegaan’. Ja, wat is er door Paulus heen geráásd in die drie dagen. Hij zal vast niet geslapen hebben. Hoe heette die straat waar hij toen was? De rechte.  Eindelijk zat Paulus op het goede spoor, de juiste weg.
 
Ik heb ook eens een uitspraak gehoord van een meisje: ‘Mijn vader zei dat hij bekeerd was, maar ik heb er niets van gemerkt. Hij was een bevelhebbertje en dat bleef hij’. Hoezo bekering van dode werken? Als het een leerstuk is ‘ik ben bekeerd’, nou dan denk ik ‘dan zal ik het wel merken’. Als je het niet merkt, ben je dan werkelijk van gedachten veranderd? Want dat staat er in het Grieks, voor bekering ‘metanoia’ dat is: Veranderen van gedachten. 
Tweede: geloof in God. Daar staat letterlijk en dat vind ik veel mooier: toward God, naar God toe. In het Grieks ‘epi’. Dat is niet geloof in God. Het is naar Hem toe. Daar zit wel wat in hè? In de richting van. Het betekent zelfs ook ‘bij’. Geloven bij God, naast Hem. In zijn richting. Je wendt je dus tot iets beters.
Kijk, als je versleten gedachten hebt lever je die pas in als je eerst beters, iets nieuws hebt. Dus bekeren van dode werken, is dan in de richting van God gaan. Ik vind het één vloeiende beweging. Dat iemand achter je staat en zegt ‘Duurt, waar ben je mee bezig, man?’ Dat vraag ik mijzelf ook wel eens af. Nou laat het eens los en keer je in één beweging naar diegene die dat aan je gevraagd heeft. Ga eens in Zijn richting geloven, want dan heb je rust. Je behoeft niet meer over rust te preken. Je hèbt rust. Ja, mooi! Geloven is vertrouwen.
 
De waterdoop. God heeft altijd geloofd ‘ik krijg jou weer boven water’. Het geloof van God en van Jezus. Dat wordt vaak vertaald met ‘in’, maar er staat ‘van’. Dus ze hebben allebei er geloof in gehad dat ze jou konden redden. Hoe vind je dat? Dan zit die liefde van hen toch wel diep, hè. En ze hebben het allebei geloofd. En het enige wat ze vragen is ‘geef ons maar een hand, dan trekken wij je overeind’. Dat was het enige wat ze vroegen.
Het kan best zijn dat je zegt ‘ik kan het zelf amper geloven dat het kan’. Nou zeggen ze ‘wij geloven het wel, hòòr!’ Hoe vind je dat? Dat je zo’n Vader en zo’n broer hebt. Ik geloof dat het mogelijk is, dat heeft mijn Vader gezegd. Wat een uitspraak. Ik geloof jou ook, zegt Hij. En de geestesdoop? Dat is het liefste, het meest innerlijke van God dat Hij schenkt aan een mens. Dat heeft toch niets meer met lawaai te maken. Met gigantische aanbiddingdiensten. Dat vind ik overdreven. Zo beleef je toch geen huwelijk. Dat is toch iets van twee mensen. Van God en mens. Van Jezus en zijn vrouw, dat is zo stil, dat is ingetogen. Het meest intieme van God, Zijn Geest. Ontroerender moment kan ik mij niet verzinnen, want de Christus wordt in je geboren. Een diep geheim. God heeft het nóóit losgelaten vanaf het allereerste begin. En dat legt Hij dan in je. Daar wordt je stil van. De derde doop, de vuurdoop laat ik maar even rusten.
 
De leer van handoplegging. Dat is geen ritueel, het is een daad van liefde, want zò kan God mensen aanraken. Als we dat nou eens met nieuwe ogen bekijken, met nieuwe verlichte ogen. Dan denk ik ‘wat zijn verlichte ogen? Dat zijn ogen die kijken met liefde naar een ander. Dus als er geen liefde aan ten grondslag ligt, en het niet is geborgen in die liefde, dan functioneert de handoplegging niet goed.
 
En dan staat er nog de opstanding van alle mensen. De opstanding der doden. Je bent opgestaan, toch? Weet je dat alle mensen een keer opstaan? Wright and wrong! Alles, want de opstanding is begonnen bij? Bij God! Bij God is het begonnen. Toen Hij tegen de werken aankeek die allemaal doodgeslagen waren door de tegenstander, toen dacht Hij ‘Ik wek dat weer op’. Opwekking begint bij God. Hij maakt je wakker. En welke hand strekt Hij uit? Om je op te tillen uit de shit! Zijn rechterhand. En die rechterhand dat was toch Zijn Zoon? De rechterhand Gods. En via de Zoon zegt Hij ‘Pakt hem maar beet. Pak die man maar beet’. Wie in Hem gelooft die gelooft Mij. En zo wordt je opgetild. Uit de shit, uit de ellende, uit de dode werken. Mooi hòòr!
 
En dan het laatste, dat is het eeuwig oordeel. Nou, laat ik het maar heel kort zeggen, daar staat ‘krima’, scheiding. Het woord oordeel heeft een hoop angst aangejaagd. Het begint bij het huis Gods. En het eerste huisje Gods was Jezus. Daar woonde God in. Nou, daar vond de scheiding plaats tussen goed en kwaad. Ja toch? Je wordt vrijgesproken, want het is een rechterlijke uitspraak, dat woord komt uit de rechtspraak. Eeuwig oordeel, een eeuwig geldig vrij zijn. Je bent vrij. Vrij van schuldgevoelens, vrij van zonde, vrij van je slechte zelfbeeld.
 
Vrij! Wat wil je nog meer?
 
Nu heb ik even geprobeerd om in een paar zinnen samen te vatten wat dat nou eigenlijk is. Die levensbeginselen. Als ik deze genoemde beginselen eens samenvat in de volgende gedachten en in de volgende gelijkenis.
 
Lieve mensen. Zie je God staan achter jou? Lief mens, wat ben je verdrietig en aan het modderen en aan het ploeteren. Kijk Mij eens aan. Ik ben het. Ik omarm je en ik trek je op uit de dood en ik breng je in Mijn leven dat ik eeuwig met jou delen wil. Ik geef je, omdat ik zoveel van je houd, van Mijn Geest. Mijn liefdevolle Zelf. Kom je? Ik leg mijn hand om jouw kwetsbare bestaan. Sta op met Mij. Je bent vrij. Je bent werkelijk vrij om mens te zijn. En dat is ons leven. Eeuwig in liefde voor elkaar.
 
Amen
 
 
 
Broeders en zusters, Ik sluit niet af met een gebed, maar ik lees en psalm voor die je evengoed een gebed kunt noemen. Het is psalm 131.
 
“Here, mijn hart is niet hovaardig, mijn ogen zijn niet trots; ik wandel niet in de grootse dingen, noch in dingen die te wonderbaar voor mij zijn.
Immers heb ik mijn ziel tot rust en stilte gebracht als een gespeend kind bij zijn moeder; als een gespeend kind is mijn ziel in mij.
Israël hope op de Here van nu aan voor immer”