Tuesday, October 22, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

De heerlijkheid van de Vader - Joh 17:22-23 - Henk van Pagée

Goede morgen broeders en zusters, ik wil vanmorgen met jullie nadenken over een tekst uit het evangelie van Johannes 17:22-23.
Dit is een gedeelte uit het hogepriesterlijk gebed. Dit is het gebed dat Jezus bidt tot zijn hemelse Vader, vlak voor zijn lijden en sterven. Na dit gebed komt de gevangenneming; het verhoor, geseling en kruisiging.
En in dat hogepriesterlijk gebed, bidt Jezus heel speciaal voor zijn discipelen, omdat Hij weet dat zijn discipelen door gaan met het werk dat Hij is begonnen.
Jezus besluit zijn gebed met de volgende woorden:
En de heerlijkheid die Gij mij gegeven hebt, heb ik hun gegeven, opdat zij één zijn gelijk wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één…
 
Nu wil ik vanmorgen speciaal stilstaan bij die bijzondere en fascinerende wonderlijke uitspraak van Jezus: “de heerlijkheid, die ik van de Vader ontvangen heb, heb ik hun gegeven. Wauw, dat is nog al wat. Kijk, dat de Heer de heerlijkheid van God heeft ontvangen, dat is voor ons vanzelfsprekend. Jezus had die belofte al, als knecht des Heren. In Jesaja 60 vers 3, proclameert God zijn belofte over Jezus: ‘Gij zijt mijn knecht, Israël, in wie ik mij zal verheerlijken’! De  uitdrukking’ Ik zal Mij verheerlijken komt dertien keer voor in het oude testament, waarvan negen keer in Jesaja’.
En naar mate Jezus, liefheeft en gehoorzaam is tot het einde, ontvangt Hij ten volle Gods heerlijkheid. Jezus getuigt in vers 22 van de heerlijkheid die de Vader hem gegeven heeft. En we eren en aanbidden onze Heer daarvoor en zingen blij het bekende koor: Hij is verheerlijkt als koning verheven zo groot …………….!!!
en daarna gaan we weer verder met ons dagelijks leven.
 
Maar er is veel meer dan dat, luister toch aandachtig naar wat Jezus over ons uitspreekt; de Heer dankt niet alleen voor de heerlijkheid die hij ontvangen heeft, maar hij bidt het ook u toe. Hij houdt deze heerlijkheid niet voor zichzelf maar wil deze heerlijkheid ook aan u doorgeven, Jezus proclameert over zijn volgelingen, dus ook over u: ‘De heerlijkheid die Gij mij gegeven hebt, heb ik hun gegeven!’
 
Heeft u zich wel eens afgevraagd wat voor soort christen u bent? Of wat voor soort christen u wilt zijn? Hoe denkt u over uzelf?
Waar bent u als kind van God, vooral op gericht? Waaraan kan men u herkennen als discipel van Jezus?  
 
Elke vorm van christendom heeft  zijn eigen kenmerken, ik bedoel daarmee: Er zijn zoveel kerken en kringen die allemaal een eigen identiteit hebben. Je zou kunnen zeggen: ze hebben allemaal hun eigen geestelijke cultuur, hun eigen manier om hun geloof in God uit te drukken.
 
Als je bijvoorbeeld op de televisie kijkt naar een uitzending over de Russische orthodoxe kerk, dat zie je direct dat hun ‘geestelijke’ cultuur gericht is op een uitgebreide en imposante liturgie. Mooie gewaden en hoofdbedekking, met goud beschilderde iconen, liturgische teksten en gezongen gebeden veel pracht en praal. Als je die beelden ziet dan, dan herken je daarin de Russische orthodoxe kerk.
 
Je hebt ook de meer Calvinistische richtingen, daar ligt het accent sterk op het woord van God, de juiste vertaling; uitverkiezing; erfzonde en genade. Ook het houden van de zondagsrust en sober gekleed zijn is een kenmerk van deze christenen.
 
Dan zijn er de moderne, liberale  kerken. Zij houden zich graag bezig met de medemens, ontwikkelingswerk en vluchtelingen hulp. Het begrip ‘’tolerantie’ is kenmerkend voor hen.
 
Daarnaast zijn er christelijke gemeenschappen die sterk wettisch zijn.
Zij vinden het belangrijk om de voorschriften van de Heer strikt op te volgen en zij zonderen zich vaak af van de maatschappij.
 
Als laatste voorbeeld noem ik de gemeenten en bewegingen die sterk gericht zijn op de aanwezigheid en de werking van de Heilige Geest. Zij spreken graag in tongen,
houden zich bezig met profetie en genezing. Dat is weer hún geestelijke cultuur.
Begrijp mij goed, het is niet mijn bedoeling om een beoordeling of een oordeel over al deze groepen uit te spreken. Jezus waarschuwt ons daarvoor in Lucas 6 vers 37, als Hij zegt: “oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt”.
 
Het is veel belangrijker dat u uzelf afvraagt wat voor soort christen ú bent?
Wat is ùw persoonlijk geestelijke cultuur? Waaraan kan men u herkennen als volgeling van Jezus? Waar ligt bij u het accent?
 
Er zijn vele volken en koninkrijken op deze wereld met allemaal hun eigen cultuur en
eigen manier om hun Godsdienst te beleven. En zoals we gezien hebben, ook binnen het christendom zijn vele verschillen in geloofsbeleving.
 
Toch bid Jezus in zijn hogepriesterlijk gebed: En de heerlijkheid die Gij mij gegeven hebt, heb ik hun gegeven, opdat zij één zijn gelijk wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één…
 
Waar zit dan die eenheid in?
Mijn geliefde broeders en zusters, ik geloof dat elke christen niet alleen deel uitmaakt van de cultuur waarin hij is opgegroeid, ook wat betreft zijn Godsdienst.
Maar dat elke christen ook deel uit maakt van een ander koninkrijk: het koninkrijk van God!  En nu komt het grote geheim: de cultuur van het koninkrijk van God, is overal ter wereld gelijk!
 
Waar u ook bent op deze wereld, hoeveel verschillen er ook zijn in opvoeding of gewoonten. Gods koninkrijk heeft altijd en overal dezelfde cultuur, omdat het niet een aards koninkrijk is, afhankelijk van een wereldse cultuur, maar omdat het een geestelijk, een hemels koninkrijk is. Jezus prediking was dan ook: Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. (Mattheüs 3 vers2). Ook zei Jezus in Joh. 18 vs 36: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld!”
Wat zijn de universele kenmerken van het Koninkrijk van God?: rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest. (Romeinen 14:17).
 
Wat is de houding iemand die deel uitmaakt van dat koninkrijk? Waar is hij op gericht? Op liturgie, religieuze kleding, op leerstellingen, wetten, regels?
In het koninkrijk van God ben je niet gericht op iets maar op iemand, namelijk op de persoon van Jezus Christus, de zoon van God, niet alleen gericht op wat hij ons wil leren, maar ook op wat hij ons wil geven.
 
Hij is ons oriëntatiepunt, onze leidsman en ons voorbeeld. Onze kracht ligt helemaal in Hem. Hij wil door ons heen, elk mens tot zijn discipel maken.
Waarom is de cultuur van het koninkrijk Gods overal hetzelfde: Omdat het een geestelijke cultuur is, die sterk gericht is op Jezus Christus zelf!. We zijn afhankelijk van Hem. Hij is ons middelpunt, onze Heer zegt zelf in Johannes 15 vers 5:’ zonder Mij kunt gij niets doen!”
Dit is wat ons één maakt: ons gericht zijn op de Zoon én daardoor ook op de Vader.
 
Wij moeten het dus van Jezus hebben en in Hem zijn, en van Hem uit vloeit alles voort: ons geloof, onze liefde, onze plaats in Zijn Gemeente, onze bediening, ons vermogen om God te dienen.
En het mooiste: dat is onze bestemming: Johannes schrijft in eerste brief, hoofdstuk 3:2:
het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen, maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen, want wij zullen hem zien gelijk hij is!
De cultuur van het koninkrijk van God is er op gericht om ons, gelijkvormig te maken aan het beeld van Jezus Christus.
Jezus belooft ons in Johannes 14:21: “Wie mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en mijzelf aan hem openbaren”.
 
Nu, dat is wat Jezus deze ochtend doet door middel van dit woord. Jezus is geen historisch figuur, statisch, maar Jezus leeft en is dynamisch. Hij wil zich ook vandaag, nader bekend maken aan u.
 
Jezus openbaart zich aan u, als Hij u laat zien wat Hij voor u gedaan heeft, hoe groot het verlossingswerk van Hem is op Golgotha. U mag weten dat door zijn opstanding, duisternis en dood verslagen vijanden zijn. Dat u een leven mag leiden in het licht.
Het is de basis van uw behoud, halleluja.
 
Maar hiermee houdt het niet op! De boodschap van vanmorgen gaat verder dan alleen maar behouden zijn, want gericht zijn op Jezus betekend óók dat je hem wilt navolgen. 1 Petrus 2:21 zegt: ‘Want hiertoe zijt gij geroepen, daar Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, om in zijn voetstappen te treden’.
 
Wij zijn vooral op Jezus gericht om Hem na te volgen. Wij zijn niet alleen heel dankbaar voor in de positie waarin Hij ons gebracht heeft, “maar hiertoe zijt gij geroepen, Hij die voor u geleden heeft, opdat gij in Zijn voetsporen zou treden. “
En dat in het heden, dat is praktisch en dynamisch. Petrus zegt: “als Hij gescholden werd, schold hij niet terug. Als Hij leed, dreigde hij niet”. Leed en bedreiging kwamen op hem af, leugens en scheldwoorden deden Hem pijn. En wat deed onze Heer hiermee, hoe verwerkte hij dit allemaal? Er staat geschreven in vers 23: “Hij gaf het over aan Hem, die rechtvaardig oordeelt!” Dit is het aantrekkelijke van het evangelie: we zijn niet alleen behouden, maar ook geroepen om Hem na te volgen.
 
We hebben dus in het koninkrijk van God twee belangrijke ontdekkingen gedaan.
Ten eerste: Jezus Christus is de levende Heer waarmee we één mogen zijn en daardoor ook één met de Vader en één met elkaar. En ten tweede: we hebben gezien dat het mogelijk is om Jezus na te volgen, in zijn voetstappen te treden. Beiden het gevolg van: gericht zijn op Jezus.
 
Wellicht zult u tevreden zijn met deze twee zaken: behoud en navolging. Want het is geweldig als christenen deze geestelijke kwaliteiten in hun leven praktiseren.
 
Let op: ook nu kunt u een lijn trekken en zeggen: als deze twee zaken een plaats hebben in mijn leven, ben ik meer dan tevreden. Dit is voor mij het volle evangelie!
 
Geliefde broeders en zusters, Johannes 17:22 leert ons dat er nog méér is dan:
‘gericht zijn op Jezus en hem navolgen’. Er is nóg een dimensie die velen van ons niet ontdekt hebben, namelijk de belofte die Jezus geeft in zijn hogepriesterlijk gebed: ” Vader de heerlijkheid die Gij mij gegeven hebt, die heb ik hùn gegeven’.
 
Dit is een kostbaar geheim dat ons gegeven is: Het ontvangen van de heerlijkheid van Jezus!  Ik ben ervan overtuigd dat deze belofte van Jezus, ook voor ons geldt, vandaag! Jezus bad dit niet alleen voor zijn discipelen die toen bij hem waren, maar ook voor al zijn volgelingen door de eeuwen heen. Dus ook voor u!
Jezus wil ons de heerlijkheid van de Vader geven, niet als een aureool maar als een kracht om daar vanuit te leven!
 
Mijn vraag vanmorgen aan u is: Wat voor rol speelt de heerlijkheid van Jezus in uw leven? Heeft u die ontvangen van Hem? Leeft u daar uit?
Of twijfelt u of zo’n geweldige toezegging van Jezus ook voor u geldt?.
 
Zekerheid kunnen we alleen krijgen als we Gods woord laten spreken, laat de bijbel zelf u het antwoord geven. Als u uw bijbel pakt kunt u met mij meelezen Romeinen 8:14-17. Het stuk dat we nu gaan lezen is een regelrechte uit werking van de woorden van Jezus in het hogepriesterlijk gebed.
Paulus zegt in vers 14 van Romeinen 8 het volgende :
‘Want allen die door Gods geest geleid worden, zijn zonen Gods. Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te  vrezen, maar gij hebt ontvangen de geest van het zoonschap door welke wij roepen “ABBA Vader”.
Die Geest getuigt met onze  geest dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen dan zijn wij ook erfgenamen. Erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus’.
En nu komt de tekst waar het in deze boodschap om gaat: “Immers, indien wij delen in Zijn lijden is dat om ook te delen in Zijn verheerlijking”.
 
Daar heb je het, kent u dat mooie lied: ‘Hij is verheerlijkt, als Koning verheven zo hoog, ik zal Hem prijzen”. Natuurlijk denkt u daarbij aan Jezus Christus, als de verheerlijkte zoon van God, halleluja. Maar als we vers 17 van Romeinen 8 tot ons door laten dringen, dan blijkt dat Jezus tot ons zegt: ”Ik  wil in die verheerlijking niet alleen blijven, ik wil niet de enige zijn die verheerlijkt is, Ik wil die verheerlijking met jullie delen! Wat een geweldige genade, wat een voorrecht, wat heeft hij ons lief!
Hij is verheerlijkt, amen!. Maar…hoe is het met ùw verheerlijking?
Heeft u uw armen vol verwachting uitgestrekt, om Zijn verheerlijking te ontvangen?
 
Misschien vraagt u zich af of dit niet te hoog gegrepen is voor ons mensen, misschien wel hoogmoedig? Laat er geen misverstand zijn, lees de bijbel nauwkeurig, er is in vers 17 geen sprake van “eigen verheerlijking”, maar sprake van ‘delen in Zijn verheerlijking’. We blijven gericht op Jezus, we ontvangen van Hem! 
 
Het is nu denk ik goed om eens wat dieper in te gaan op het woord “heerlijkheid”.
Het bijzondere van dit begrip is, dat je het niet exact kan omschrijven. Het is niet in een formule te vangen, volgens mij komt dit omdat de heerlijkheid die God ons wil geven zo groot, zo wonderlijk is, dat het niet helemaal in menselijke woorden is te vangen.
Als je het woord opzoekt in het Griekse woordenboek dan staat er, dat het woord ‘heerlijkheid’ is afgeleid van het woordje ‘doxa’ en het betekent zoiets als: ‘Goddelijke lichtglans’. U zegt misschien: dit is voor mij vaag, wat moet ik me daarbij voorstellen?
 
Maar het begrip ‘Goddelijke lichtglans’ spreekt mij bijzonder aan, het is iets waar mijn hart naar hunkert, waar mijn ziel naar verlangt, wat mijn leven rijk maakt.
Wat een voorrecht is het, dat je in alles wat je meemaakt; strijd; moeite; lijden en teleurstelling ook mag belijden: ‘Prijst de Heer, er is ook een Goddelijke lichtglans in mijn leven die niet te doven is.
Mensen ik kan het woord doxa niet precies omschrijven, het is de sfeer van het Koninkrijk van God, en ik verlang er naar dat deze “doxa” steeds sterker in mijn leven mag worden. Ondanks alles’.
 
Hoe leren we begrijpen wat het begrip ‘verheerlijking” inhoudt? Wat betekent het concreet, om deel te hebben aan de heerlijkheid van Jezus Christus?
Hoe komt het tot mij en hoe houd ik het vast?
 
Wel als we het bijbelgedeelte van Romeinen 8 goed lezen, valt ons op dat Paulus begint met te zeggen: ‘Want allen die door de Geest geleid worden zijn zonen Gods’
En even later zegt hij dat die zonen erfgenamen van God zijn en mede-erfgenamen van Christus. Dit is veelzeggend! Dit stukje gaat dus eigenlijk over zoonschap. Verheerlijking, heerlijkheid, heeft dus met zoonschap te maken.
We krijgen dus nu een scherper beeld van de heerlijkheid van God, het heeft met zonen en erven te maken.
 
Voordat Paulus daarmee verder gaat, gaat hij in vers15 eerst vertellen op welke manier wij de heerlijkheid van God in ieder geval niet kunnen ontvangen, hij schrijft daar: “Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij  om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de geest van het zoonschap door welke wij roepen “ABBA Vader”.
 
Dus je innerlijke houding, je geestesgesteldheid , is zeer belangrijk als het gaat om het ontvangen van de doxa van God.
Mag ik u een vraag stellen: Dient u God vanuit slavernij of vanuit de houding van een  zoon?
 
Mensen, wat is er veel slavernij in deze wereld. Vooral geestelijke slavernij!
Juist in deze tijd! Als er één generatie is die in slavernij leeft dan is het de generatie van onze tijd. Waar zitten de mensen niet allemaal aan vast? Slavernij aan de afgoden, en er zijn vele afgoden die gediend worden: bezit; geld; macht; traditie; religie; occultisme in vele vormen, genot, vermaak en eigen imago en vele dingen. Eén ding staat vast: er is in deze wereld een enorme geestelijke slavernij.
De bijbel noemt het slavernij aan de zonde en slavernij aan de dingen van de wereld, waarvan Jacobus zegt in zijn brief: ‘Vriendschap met de wereld is vijandschap met God’. Ook vriendschap met de occulte wereld is vijandschap met God.
 
Maar er is nòg een vorm van slavernij. U kunt ook een slaaf zijn van wetten, van een Godsdienstig systeem. En dit is nu juist waar Paulus over spreekt, hij heeft het dan over de joodse Godsdienst, waar hij zelf uitkwam. Deze mensen waren voortdurend bezig met geboden, verboden en offers om op deze manier God te dienen en wellicht iets van de heerlijkheid van God te ontvangen.
 
Paulus kent uit eigen ervaring dit Godsdienstig streven en ook het resultaat daarvan. Daarom zegt hij ook, vanuit deze ervaring: “in een geest van slavernij,  zul je nooit de heerlijkheid van God ontvangen”. Slavernij leidt tot vrees, niet tot ontvangen.
 
Als je een slaaf bent van een strenge heer, dan is het je plicht om je meester te dienen dag in dag uit, zonder dat je er een cent voor krijgt (werk je een dag niet, dan ook geen geld). Je innerlijke houding is vrees. Je zou wel weg willen, vluchten naar vrijheid, maar als ze je te pakken krijgen, dan hang je, vaak letterlijk.
Je dient je Heer omdat je bang bent voor de gevolgen, als je niet dient.
 
Als je nagaat wat een vreselijk bestaan dat is: Slaaf zijn. Altijd maar leven in een houding van vrees. Bang zijn dat je tekort schiet tegenover je meester.
Geliefde broeders en zusters, herkent u deze houding? De vrees dat u, ondanks uw al, inspanningen tekort schiet tegen over God. Dat het toch nooit genoeg is wat u ook doet? In welke geest dient u dan God?
 
Nogmaals Paulus zegt: Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen. 
Heel veel mensen komen uit zo’n religieus systeem van slavernij en vrees. En Paulus
zegt vanmorgen tot ons: Kijk nou uit, dat je weer niet opnieuw in zo’n systeem van vrees terecht komt, want op die manier zult je nooit de heerlijkheid van God kunnen ontvangen.   
 
Trouwens, wat moet het God verdriet doen als Hij ontdekt dat Zijn kinderen bang voor Hem zijn. Als u zelf kinderen hebt: stelt u zich dan eens voor, dat u er achter komt dat uw zoon of uw dochter bang voor u is. U zou het toch verschrikkelijk vinden als  uw kinderen u alleen maar gehoorzamen uit vrees?
 
Mijn broeder en zuster, er mag, in ons dienen van God, geen enkele vrees in zijn! Het hoort niet bij het koninkrijk van God.
Colossenzen 1 vs 13 proclameert krachtig: “Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis (dus uit de macht van vrees), en ons overgebracht in het koninkrijk van de Zoon zijner liefde”.
Het koninkrijk van God kent geen mix van liefde én vrees! Zij verdragen elkaar niet. Alleen liefde bepaalt het klimaat in dat heerlijke koninkrijk.
 
De apostel Johannes zegt in zijn eerste brief, hoofdstuk 4 vers 18: “Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde”.
Wilt u volmaakt zijn in de liefde ? Wilt u deel krijgen aan de heerlijkheid van Jezus?
Dan moet u in ieder geval breken met de geest van slavernij.
 
Duidelijk is nu, op wat voor manier u géén deel krijgt aan de heerlijkheid van God.
 
Maar op welke wijze dan wel? Wat is verheerlijking en hoe krijg je daar deel aan? Hierover gaat het laatste gedeelte van deze boodschap.
 
De heilige Geest bepaalde mij, bij de gelijkenis van de verloren zoon in Lucas 15 vers 11 tot 32. Ik mocht daarin ontdekken dat deze gelijkenis ons laat zien wat verheerlijking inhoudt en hoe het tot ons komt.
De meesten van ons zullen deze gelijkenis kennen. Het verhaal van de verloren zoon, de jongste zoon die vroegtijdig zijn erfdeel opeist en bij zijn vader weg gaat.
Al is de handelswijze van die zoon niet juist, hij begrijpt wel wat zoonschap inhoudt, want hij zegt tot zijn vader: “Vader, geef mij het deel van ons vermogen, dat mij toe komt.”.
Hij spreekt van ons vermogen, hij weet dat hij in principe deelt in de bezittingen van zijn vader. Hij heeft er niet voor gewerkt, hij heeft er niet voor gediend, maar hij beseft: omdat ik een zoon ben, ben ik erfgenaam.
Toch begrijpt hij niet écht wat zoonschap inhoudt, want hij verlaat de vader!
De sterkste band die de vader en zoon kunnen hebben is dat ze bij elkaar zijn, een eenheid vormen. Jezus toont ons in Johannes 10 vers 30, de vervulling van zijn diepste wens, hij belijdt daar ”Ik en de Vader zijn één”.
De jongste zoon echter, ruilt de nabijheid van zijn vader in, tegen de bezittingen van zijn Vader. Hij was dus niet verloren toen al zijn geld op was en hij bij de varkens werkte, hij was al verloren toen hij zijn vader verliet.
 
Dit geeft ons te denken, wáár zijn wij in de eerste plaats op gericht? Op de bezittingen van de Vader of op de nabijheid met de Vader? Hierin ligt het geheim van het ontvangen van de heerlijkheid van de Vader.
 
Hoe het verhaal verder gaat is bekend: Als de zoon eenmaal los is van zijn vader, verliezen de bezittingen van de vader hun waarde voor hem. En er vindt wéér een ruil plaats, nu worden de bezittingen geërfd van zijn vader, ingeruild voor geld!
 
Wat een diepe les is dit voor ons: als u uw dagelijkse gemeenschap met God loslaat, zult u uiteindelijk de geestelijke rijkdom van de Vader, verruilen voor aardse zaken.
De gelijkenis van de verloren zoon laat zien, dat het uiteindelijke resultaat is, dat je alles kwijtraakt. De zoon vindt hij zichzelf terug, als varkenshoeder bij de varkens.
Er staat geschreven: “en hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen die de varkens aten, maar niemand gaf ze hem” (Luc. 15 vers 16).
 
De jongste zoon gaat steeds meer beseffen wat er van hem geworden is en doet de volgende uitspraak:‘Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten, stel mij gelijk aan één uwer dagloners! “
 
Het is duidelijk dat de verloren zoon geen hoge verwachting meer koestert, hij is daar  reëel in. Maar een ding valt me op: ”Hij is niet bang voor zijn vader !!, Hij denkt niet van: ‘Ik zal naar mijn vader gaan en dan zal ik eerst een zware straf krijgen”. Zo van:
Ik zal gegrepen worden door een paar sterke knechten en in een hok gegooid worden, ik zal eerst moeten boeten voor mijn slechte daden. En daarna mag ik misschien dagloner worden”.
 
De zoon weet dat zijn vader rechtvaardig is, daarom is hij niet bang voor hem, hij vertrouwt erop dat hij zijn vader hem zal geven waarnaar hij vraagt: het onzekere bestaan van een dagloner.
 
Maar waar had de verloren zoon helemaal niet op gerekend?  Hij had het nooit voor mogelijk gehouden dat zijn vader hem ging verheerlijken!!!
Want dat is precies wat er gebeurt! De terugkeer naar de vader en wat er daarna plaats vindt, is een uitbeelding van wat God de Vader ons wil geven.
 
Voordat ik dit ga uitwerken, richten we de blijk eerst op de Vader, want we hebben  geleerd: ‘de Vader zelf is belangrijker dan zijn bezittingen’.
 
Het eerste wat we van God mogen weten is dat Hij elke dag naar ons uitkijkt, nog voor wij Hem zien. Lucas beschrijft het zo mooi in 15 vers 20: “Zijn vader zag hem in de verte al komen”. Wat er na volgt ontroert me nog meer: ‘Hij kreeg medelijden en rende op hen af!! We hebben in de bijbel veel uitbeeldingen van God zoals: Hij is de  Schepper van hemel en aarde of de Almachtige die zit op zijn troon, maar hier in deze gelijkenis, wordt God uitgebeeld als een: liefdevolle rennende vader, die verlangend naar zijn kind toeloopt!
 
In openbaring 2 vers 4 wordt de gemeente van Efeze verweten dat zij hun éérste liefde verzaakt hebben. Hoe herkenbaar voor ons, ook wij kennen allemaal het proces dat onze eerste liefde voor God verflauwt, minder wordt, aan slijtage onder hevig is, omdat we er wereldse zaken of teleurstelling tussen laten komen. We verliezen onze eerste liefde ! En nu denken we vaak, dat als God teleurgesteld is in ons, zijn liefde voor onsook verflauwt , ja dat hij zijn eerste liefde voor ons verliest.
 
De gelijkenis van de ‘terugkeer van de zoon”, bewijst dat Gods liefde niet aan slijtage onderhevig is. De vader die op zijn diep gezonken zoon afrent, heeft hem nog steeds lief met zijn éérste liefde, ondanks alles wat er gebeurd is!!  Prijst de Heer!
Mijn broeder en zuster, spreek toch elke dag deze belijdenis uit:
‘God houdt van mij, intens, onafgebroken, en altijd met zijn éérste liefde’
 
En vanuit deze heerlijke situatie, komen we in de eerste fase van het verheerlijkingsproces, het is een ervaring die wij allemaal mogen ondergaan.
We volgens nog steeds de gelijkenis in vers 20: De vader heft zelf de afstand op die er tussen hem en zijn zoon is ontstaan. En hoe! Het kan niet inniger: Hij valt hem om de hals en kust hem!! Een totale blijk van liefde, warmte en aanvaarding, want zoiets doe je niet bij dagloners: dat gebeurt alleen bij zonen!
Kent u zelf deze ervaring van heerlijkheid, heel dicht bij God zijn, voelt u zijn omarming, zijn aanvaarding, geniet u van zijn liefde? en o, dit is nog maar de éérste fase.
 
Voor we verder gaan is het goed  om ook het aandeel van de zoon in het verheerlijkingsproces te zien. Hoe is het gekomen dat de verloren zoon deel kreeg aan de heerlijkheid van de Vader? Waar ligt het initiatief?
Het is begonnen bij de bekering van de zoon, de vader wilde altijd al geven en vergeven, hij stond iedere dag op de uitkijk.
Maar de zoon moest de keuze maken om naar de vader te gaan en hij spreekt dan ook uit in  vers 18: “Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan !!” Prijs de Heer!
En….. hij deed het ook!  Het bleef niet bij een heilig voornemen, hij kwam in actie en ging!
Heeft u deze belijdenis al uitgesproken? Bent u geestelijk opgestaan en bent u ook daadwerkelijk naar de Vader gegaan?
 
De tweede stap in het verheerlijkingsproces is, dat God iets aan uw status gaat doen. Kijk maar eens hoe in deze gelijkenis, de vader het aanzien van zijn zoon gaat veranderen. Er is in zijn ontferming geen enkel verwijt, integendeel hij roept tot zijn knechten: “’ Haal vlug het mooiste gewaad….”!
En even later is het aanzien van de verloren zoon veranderd: van een berooide, gebogen, in vodden geklede zwerver in een rijke, recht opstaande, prachtig geklede zoon!!!
De geestelijke betekenis is duidelijk: die prachtige mantel is de uitbeelding van de mantel der gerechtigheid uit Jesaja 61. Het is het witte kleed dat we krijgen, omdat  wij totaal gereinigd zijn door het bloed van Christus. Het kleed beeldt uit dat al onze zonden vergeven zijn, de zondeschuld is weggenomen, en dat wij ons door zijn genade rechtvaardigen mogen noemen.
 
Mijn beste broeder en zuster, heeft u ook deze fase ondergaan in uw leven? Heeft u die keuze gemaakt, heeft zijn genade ontvangen?
Zo ja, dan is ook uw geestelijke statuur veranderd, is uw aanzien veranderd, prijst de Heer! Of heeft u ondanks die mooie mantel, nog steeds de geestelijke houding van: slaaf zijn en gebukt door het leven gaan. Is uw innerlijke houding echt veranderd?
U mag fier en rechtop het kleed dragen dat bij een zoon hoort!
 
Ook hier is het op zijn plaats om te letten op de schuldbelijdenis van de zoon die onontbeerlijkheid is voor zijn rehabilitatie, hij spreekt uit:” Vader ik heb gezondigd tegen u en tegen de hemel, ik ben niet meer waard uw zoon te heten”.
Zonder ootmoed geen verheerlijking. Maar het is niet de zoon die bepaalt  wat zijn status is, de wil van de vader bepaalt het aanzien van de zoon, voor de nieuwe naam die hij zijn zoon geeft. Lees openbaring 2 vs 17 daarover.
 
U bidt wellicht het gebed dat Jezus dat ons geleerd heeft: “Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, zo ook op de aarde (dus in de mensen). Mag dat ook gelden voor de naam die God u wil geven? Mag ook daarin Zijn wil geschieden?
  
U zult misschien zeggen: stop nu maar, wat ik nu heb gehoord is meer dan voldoende: In de nabijheid van de Vader zijn en bekleed met de mantel der gerechtigheid voor mij, dit is al genoeg. Mijn broeder en zuster doe dat toch niet!
God houdt niet van half werk, hij wil  u nog meer schenken!
 
Na de mantel der gerechtigheid krijgt de zoon een kostbare ring aan zijn vinger geschoven: de derde stap in het verheerlijkingsproces. Het ontvangen van deze ring is van grote betekenis. Die ring, eigenlijk een zegelring, was voor de vader het instrument waarmee hij zijn autoriteit bekrachtigde. Als hij bijvoorbeeld, een bevelschrift rondstuurde, deed hij er daar een speciale lak op en drukte daar zijn zegel in. Iedereen kon aan de afdruk van de zegelring zien, wie met wie hij te doen had. En deze ring, deze autoriteitsring kreeg die verloren zoon. Let op, hij kreeg niet eerst een proeftijd van drie maanden om zijn goede gedrag te tonen, de ring hoorde gewoon bij de zoon. Alleen zonen kunnen die ring van de vader ontvangen, alleen zij kunnen namens de vader spreken.
 
Is dit nu alleen maar beeldende taal, uit  een oud verhaal? Nee, het is heel concreet voor vandaag. Als Jezus ons laat delen in de heerlijkheid van de Vader, betekend dat, dat we ook delen in zijn autoriteit: Verheerlijking is, dat Jezus ons zijn naam geeft, zijn autoriteit . In Marcus 16:17 zegt hij onder meer: “In mijn naam zullen de gelovigen demonen uitdrijven, in nieuwe tongen spreken, op zieken zullen zij de handen opleggen enz.
Het machtswoord dat u uitspreekt in de naam van Jezus, zal gezag en uitwerking hebben, omdat u spreekt vanuit de heerlijkheid van de Vader. Deze geestelijke ring bekrachtigt de status van de zoon.
Mijn broeder en zuster, de zegelring die u om uw vinger krijgt geschoven is niet voor de sier, maar om hem te gebruiken! Hoe vaak past u de autoriteit van Jezus toe?
 
De vierde stap is, dat de zoon schoenen, eigenlijk sandalen aan zijn voeten krijgt.
Ook weer van grote betekenis. Het is het beeld van de vrijheid van gaan en staan waar je wilt in huis van je vader. Het doet mij denken aan psalm …”gaat met een loflied zijn poorten in, zijn voorhof met lofgezang. Dagloners mochten doorgaans alleen maar op het erf komen, in hun vertrekken, de stallen, maar niet in het huis.
Ook dit valt u ten deel, u krijgt in het koninkrijk van God niet een afgesloten hokje om in te verblijven, maar u mag de profeet Habakuk mee belijden: “Hij maakt mijn voeten als der hinden, zodat ik op mijn hoogten treed!” God stelt u in de ruimte van zijn koninkrijk, uw wandel is in de hemelse gewesten, uw verblijf is in het huis des Heren.
Halleluja!
 
Als het oorspronkelijke aanzien van de zoon helemaal hersteld is volgt de laatste fase van verheerlijking: het feestmaal. Dat daarvoor het gemeste kalf geslacht wordt, heeft ook weer een diepe betekenis, want er werden zo in de loop van een jaar heel wat feesten gevierd. Maar alleen voor het meest bijzondere feest, voor het grootste feest werd het gemeste kalf geslacht. De vader drukt hier mee uit, dat zijn diepste vreugde, niet een offerfeest of een oogstfeest is, maar het feest van de terugkeer van zijn zoon.
De vader vat de reden van het feest kernachtig samen: “Mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden”. Lucas 15:24.
 
De vader spreekt zijn diepste, meest intieme verlangen uit tegen zijn verongelijkte oudste zoon, die niet blij kan zijn met het eerherstel van zijn broer.
De vader zegt in vers 32: ‘Laten we vrolijk zijn en feest vieren’!
 
Mensen wat hebben wij een bijzondere God. Wij hebben vele voorstellingen van God: de God die aanbidders zoekt, de God die regeert, de God die recht spreekt, de God die oordeelt enzovoort. En al deze beelden worden ons door de bijbel aangereikt en ze zijn waar, maar ik geloof dat al deze dingen nodig zijn voor het  diepste verlangen dat God heeft: Feestvieren met zijn zonen en dochters!
 
Dit is wat God, uiteindelijk het liefste wil. Dit is waar Hij naar uitkijkt om daar samen met u te zijn! Ook geeft de Vader het klimaat aan waarin het feest gevierd wordt, hij zegt niet alleen laten wij feest vieren maar ook: ”en laten wij vrolijk zijn!’
We ontdekken weer iets over de cultuur van het koninkrijk van God: het is een cultuur van vrolijkheid. De psalmdichter zingt er over: “Gods vriendelijk aangezicht geeft vrolijkheid en licht”.
 
Misschien zult u nu zeggen: Ja, maar er is toch ook lijden? En dat is helemaal waar,  het is lijden dat wij als christenen moeten ondergaan in onze navolging van Jezus. Dat we door strijd en verdrukking dat koninkrijk binnen gaan is onontkoombaar. We hebben het gelezen in Romeinen 8:17: Je kunt alleen maar deelhebben aan de verheerlijking als je ook deel hebt aan het lijden”. Maar het lijden is niet het doel, dat is niet waar God naar uitkijkt. Het diepste wat God van u denkt, heeft te maken met intimiteit, vrolijk zijn, samenzijn met Zijn gezin.
 
We sluiten af, met een laatste blik op de afloop van deze gelijkenis uit Lucas 15.
Ik kan me zo voorstellen dat, na dat vrolijke feest, alle genodigden, naar huis zijn gegaan. Op een gegeven moment is iedereen weg en het wordt stil.
De enigen die over blijven, dat zijn de vader en zijn teruggekeerde zoon.
De jongen zit sprakeloos naast zijn vader, gelukkig, helemaal stil. En ineens bedenkt hij, wat hij allemaal gedaan heeft, wat hij voor een leven geleid heeft. Hoe hij zijn Vader verlaten heeft, zijn erfdeel verkwanseld heeft en alleen maar aan zichzelf gedacht heeft. En hij realiseert zich dat hij eigenlijk niets, helemaal niets van betekenis voor zijn vader gedaan heeft. Hij kan zijn vader geen enkele tegenprestatie aanbieden. Helemaal niets.
 
En dan in die stilte, stamelt de zoon deze woorden:’ Vader waar heb ik dit toch aan te danken? Waarom dit herstel, waarom deze liefde, waarom dit feest!
De vader glimlacht en zegt maar één ding: “Omdat jìj het bent, mijn zoon! “
 
Voor we gaan bidden, VRAAG IK U NOG DIT: Hoe staat u tegenover God?
Wat is uw verhouding met de Vader? Wat is uw geestelijke status?
Ik heb ontdekt dat er zoveel christenen zijn, die eigenlijk diep van binnen, de houding hebben van een dagloner en niet van een zoon.
U kunt daar tevreden mee zijn, maar dan mist u veel. Dagloners die worden niet omhelst en worden niet gekust. Dagloners die krijgen geen mantel en ontvangen geen ring. Voor een dagloner wordt geen feest aangericht.  
Voor zonen wel!
 
Mijn geliefde broeder en zuster, God heeft u niet gegeven: een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar de Geest van het Zoonschap, waardoor u het uit kan roepen: ABBA VADER !!
 
Gebed
Grote God en Vader, u ziet ons nu, waar we ons ook bevinden. U weet wat er nu in ons hart omgaat. U kent ons leven, onze omstandigheden, U kent onze strijd. U weet hoe wij ons van binnen voelen, U kent onze innerlijke houding!
Maar hemelse Vader, u kent ook onze hoop en u ziet ook ons verlangen naar die heerlijkheid van U!
En Heer, wij willen veranderen, openbaar ons uw heerlijkheid!
Niet ter ere van ons zelf, maar tot lof en eer van Uw heilige naam.
Amen

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!