Friday, April 19, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

Geoefende handen - Psalm 78:70-72 - Henk Lijzenga

Ik lees met u Psalm 78:70 - 72. Het gaat daar over David.
Hij verkoos David, zijn knecht, en nam hem weg van de schaapskooien. Vanachter de zogende schapen haalde hij hem, om Jakob, zijn volk, te weiden en Israël zijn erfdeel. Deze weidde hen naar de oprechtheid van zijn hart en leidde hen met kundige hand.”
 
Hij leidde hen met kundige hand. David. Diezelfde David zegt in 2 Samuel 22:35a, “die mijn handen oefent ten strijde”.
Ik begin te lezen in 2 Samuel 22:31:  “Gods weg is volmaakt, des Heren woord is zuiver. Hij is een schild voor allen die bij Hem schuilen. Want wie is God behalve de Here, wie is een rots buiten onze God? Die God, die mijn sterke veste is en mijn weg effen maakt, die mijn voeten maakt als die der hinden en mij op mijn hoogten doet staan; die mijn handen oefent ten strijde, zodat mijn armen een koperen boog spannen.”
 
Die mijn handen oefent ten strijde. Ons bestaan is belangrijk voor God. Hij oefent mijn handen ten strijde. God oefent mijn handen. Daar wil ik vanmorgen de nadruk op leggen.
Wij weten heel veel van God. Hij doet grote dingen. Maar die God, die de mensen gemaakt heeft, wil dóór die mensen heen werken. Hij wil hen kundig maken, maar Hij heeft daarvoor wel die mensen zelf nodig.

God heeft de wereld geschapen, en er staat in Genesis 1 dat Hij rustte van al het werk dat Hij gemaakt had. Als God rust, dan is dat niet zoiets als lekker lui achterover liggen. Rusten betekent voor God: geloven dat de woorden, die Hij gesproken heeft, zullen uitkomen, precies zoals Hij ze gesproken heeft. Tegelijkertijd dráágt Hij ook de uitwerking van zijn woorden. Hij is er bij betrokken en Hij geeft kracht aan zijn woorden, zodat het werkelijk uitgewerkt wordt. Als vijanden daar tegenin gaan, dan worden die vijanden verslagen. Want de woorden die God gesproken heeft, daar gelooft Hij in en daar blijft Hij bij. Die woorden blijven altijd geldig en Hij verheugt zich over de uitkomst van zijn woorden.

God werkt terwijl Hij rust. De rust van God houdt in dat Hij helemaal betrokken is bij alles wat Hij gesproken heeft en daarin is Hij volkomen actief bezig. Jezus zegt het zelf; “mijn Vader werkt”. En Hij zegt erachteraan, “en Ik werk ook”. Als je dan ziet wat God allemaal uitgewerkt heeft, dan lees je daar in Psalm 8 prachtige dingen over. Ik wil dat even met jullie lezen.
Psalm 8:2–4  “O Here, onze Here,  hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde. Gij, die uw majesteit toont aan de hemel. Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, uw tegenstanders ten spijt, om vijand en wraakgierige te doen verstommen. Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt”.
Daar staat dat de vijand het zwijgen opgelegd wordt en dat doet God door de mond van kinderen en zuigelingen. Door de mens. Door de mens bevestigt God zijn werk.
Vers  –10:  “Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat gij naar hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond. Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd: schapen en runderen altegader en ook de dieren des velds, de vogelen des hemels en de vissen der zee, hetgeen de paden der zeeën doorkruist. O Here, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde.”
Wat geweldig groot!

Het werk van God! Het werk, waaraan Hij begonnen is, werkt Hij volledig uit. In die grote aanbidding van God, die David uitspreekt over alle heerlijkheid die God gemaakt heeft, lees je hier in Psalm 8: “wat is de mens dat U aan hem denkt, het mensenkind, dat U naar hem omziet. Toch hebt U hem bijna goddelijk gemaakt en hem met heerlijkheid en luister gekroond. U doet hem heersen over de werken van uw handen. Alles hebt U onder zijn voeten gelegd.”

David weet hoe het plan van God in elkaar zit. David zegt dat wij dat werk van God zijn. Wij mensen, wij, die het leven op deze aarde gekregen hebben, dat is leven dat uit God voortgekomen is. Het is goed om dat te gaan erkennen en toe te geven. Het leven dat ik heb, dat heb ik van U, God. Het is goed om dat uit te spreken. Dat zeg ik niet alleeen tegen de jongelui en tegen mensen die nog niet een duidelijk beslissing voor de Heer genomen hebben. Ik zeg het ook tegen die mensen, die al jaren met de Heer leven. Het is goed om iedere keer uit te spreken: ‘God, U hebt mij het leven gegeven. Het leven heb ik aan U te danken’. En nog belangrijker is het, om het eeuwige leven binnen te gaan en dat ook uit te spreken. Dat eeuwige leven, dat heb ik aan U te danken. Ik ben uw werk.
 
Doordat je dat uitspreekt en daarin ook leeft, verkondig je meteen jouw afhankelijkheid van God. Het is heel erg belangrijk om als christenen daar duidelijk in te zijn. Wij willen dat erkennen. Dat is niet minderwaardig, dat is hoog, dat is groots. Afhankelijk te willen zijn van die levende God, die jou dit aardse leven gegeven heeft en die tegelijkertijd zegt ‘en kom maar mijn heerlijkheid binnen. Ga nu ook de hemel binnen en leef niet alleen op de aarde, kom nou eindelijk de hemel echt binnen, en ontwikkel daar ook’.

Wij zijn zijn werk en wij blijven dat. Hoe je je ook ontwikkelt, ook al wordt je zoon Gods, ook al kun je de bergen verzetten, ook al kun je de duistere bergen, de occulte bergen, verzetten, je blijft het werk van God. Die God, die zegt dat wij mogen heersen over alles wat Hij gemaakt heeft.
En Jezus zegt dat wij de werken Gods moeten doen. God wil dus dat wij ook werken. God wil dat ons leven zó functioneert dat Hij door ons heen zich kan openbaren. Dán werken wij. Dán leven wij in de bestemming die op ons leven ligt. Soms ligt er een andere bestemming op een leven en die moet dan ontbonden worden in de naam van Jezus. Soms hebben machten van de duisternis kinderen en mensen geclaimd en gezegd: ík wil dat in dat leven allemaal rampspoed zal gebeuren en ik wil dat in dat leven allemaal tegenslag zal zijn. Ik wil niet dat dit leven groot wordt ik wil niet dat dit leven door God gebruikt wordt. Soms is dat heel rigoureus.

Maar het is ook geweldig als je ziet dat in de naam van Jezus zo’n bestemming ontbonden kan worden en je dus tot de ware bestemming kunt komen, het werk kan doen dat God door je heen wil doen. Als je dat werk doet, dan zegt de Psalm: bevestig het werk van mijn handen. Maar in dat alles is het iedere  keer God, die het doet, maar door míjn handen. Dus, míjn leven. Dus, míjn voeten. Dus, míjn hart. Míjn ogen. Míjn oren.

God maakt bekwaam, Hij zegent ons werk. Hij beoordeelt dat en Hij beloont het ook. En soms vind je het niet leuk dat God je werk beoordeelt en aangeeft dat er het één en ander niet goed is. Het wordt nog moeilijker als een medemens door God gebruikt wordt om aan te geven dat jouw werk nog beter kan. Maar zo werkt God wel. Door mensen heen. Er zijn veel mensen die het kunnen verdragen dat God hen op de fouten wijst. Hij wijst op je tekorten, of op de zwakten en Hij doet dat altijd vanuit het verlangen om je beter te voorschijn te laten komen en je beter te laten functioneren.

Maar hoe zit het met jou, als diezelfde God een méns gebruikt om jouw leven beter uit de verf te laten komen? Misschien iemand vlak naast je, misschien je eigen kind, je eigen man of vrouw, vader of moeder, je broer, je geestelijke broeder of zuster? Als God iemand naast je zet en die persoon wijst je op jouw tekorten. Op verkeerde dingen, op gevaren, op allerlei luchtkastelen die je aan het bouwen bent. Of die persoon laat je zien dat je met de theorie bezig bent en niet met de praktijk. Toch werkt God zo. Hij beoordeelt jou en je werk en die beoordeling van God gaat vaak door mensen heen.

God roept ook: Laat het Mij doen, maar door jullie heen. Hij zegt in Jesaja 45:11: “Vraagt Mij naar de toekomstige dingen, vertrouwt Mij mijn zonen en het werk van mijn handen toe.” Vertrouw mij toe dat ik het goed kan uitwerken. God wil het doen door mensen heen. Jezus zegt: de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werk. Jezus zegt: de Vader heeft de werken Mij gegeven, en: het is mijn spijs om zijn werk te volbrengen.
 
God doet zijn werk door jou heen. Het is belangrijk dat dat bekend gemaakt wordt, dat je daar over spreekt. Ik lees in Jeremia 51:10 “De Here heeft ons recht aan het licht gebracht; komt en laten wij  in Sion het werk van de Here, onze God, verhalen”. De plek die het dichtste bij is om de werken van God te vertellen, is hier in de gemeente, in dit Sion. Laten wij verhalen hoe God zijn recht aan het licht brengt. Laten wij elkaar vertellen wat de Here hier in ons midden doet, wat de Here in onze levens doet. Laten wij daar mee bezig zijn, laten wij dat elkaar verhalen, laten wij elkaar de verhalen vertellen die wij dagelijks meemaken. Ik roep je op om op de bijbelstudies daar regelmatig mee te komen.

Ik vraag vaak op de wekelijkse bijbelstudieavond: ‘is er iets om voor te danken? Heb je een woord dat de Heer je aangereikt heeft en waardoor je bent opgebouwd?’ En dan zijn er sommige die dat doen, maar er zijn ook die hun mond dicht houden. Ik verwijt je dat niet, maar ik daag je uit om wel je mond open te doen en in het besef te leven dat God iets doet in je leven. De Heer wil dat wij zijn werk in Sion verhalen. Dat werk waar God ooit mee begonnen is. Dat werk, dat Hij uitwerkt door Jezus Christus. Dat werk, waar  wij zelf levende voorbeelden van zijn. Maar ook dat werk, waar Hij ons toe roept. En dan staat er in Psalm 78 dat David met kundige hand de kudde geleid heeft.
 
Hoe kwam David aan die kundigheid? David werd geroepen en ging in op die roep. Door de Geest van God was hij toen tot grote dingen in staat. God maakt kundig. God maakt bekwaam. God wil zijn werk door mijn handen doen. Met handen denk ik aan het hele bestaan, aan je hele leven, aan alles wat  je hebt, aan alles wat je kunt verwerven of aan het verwerven bent. Dan denk ik aan je oren en je ogen en je verstand, je lichamelijk energie, je psychische energie, je draagkracht in het leven. Alles.
God wil ons bekwaam maken. Hij wil onze handen oefenen.
Gij, die mijn handen oefent ten strijde. Gij oefent mijn handen.
 
Wij hebben veel in de gemeenten gesproken over het zoonschap Gods, daar blijven wij over spreken, want daar jagen wij naar. Gods plan is dat zijn kinderen volwassen worden, dat ze rijpen, dat ze opwassen in de genade. Dat heeft te maken met groei, ontwikkeling, tevoorschijn komen. Om dat gestalte te laten krijgen in ons leven hebben wij nodig dat wij de leer kennen uit Gods woord.

Ik heb dat wel eens samengevat in vier begrippen:
- Dat wij de leer kennen.
- Dat wij het leven kennen.
- Dat wij het lichaam kennen.
- Dat wij leven in vruchtdragen

Maar leer en dogma moeten niet ‘religie’ zijn. Leer moet niet zijn: ‘regels’. Leer moet niet zijn: voldoen aan allerlei theoretische begrippen en daar alleen je behagen in hebben. De mogelijkheid bestaat dat je als christen bezig blijft met de leer, zoals kerken door de eeuwen heen dit altijd weer gedaan hebben.
Leer moet omgezet worden in dagelijkse praktijk. Je kunt nog zoveel weten over het volle evangelie maar het gaat pas werkelijkheid worden als je er in gaat leven en dat moet je altijd zelf doen. Begrijp mij goed. Door het bestaan van de kerken is ook het Woord bekend gebleven. Daar zit een grote waarde in. Maar er zit een andere kant in het hele christendom, dat er zoveel mensen altijd bezig geweest zijn met de theorie en het ene dogma na het andere opgesteld hebben. Dan krijg je situaties dat mensen zeggen: ‘ja, doop door onderdompeling, ja, dat heb ik ook een keer gedaan. Maar als ik je moet uitleggen waarom dat precies is, dat weet ik eigenlijk niet, daarvoor moet je bij de oudsten of de voorganger zijn.’

Dat risico is heel groot, ook in het volle evangelie, heb ik ontdekt. Dan zit je dus met die prachtige leer op het niveau van die man die ik vroeger op school tegen kwam, jaren geleden. Wij hadden het over de kinderdoop. Hij zei: “daar weet ik niets van, dat kan ik je niet uitleggen, dat moet je aan de dominee vragen”. Maar ik wilde weten hoe hij erover dacht. Kijk dus uit met het in theorie weten of in theorie meegaan met de gemeente. Altijd weer hier zijn en er op letten dat je iedere keer meer kennis krijgt, maar als het daar bij blijft, dan heb je daar niets aan, uiteindelijk. Dat daagt ook niet uit en dan wordt het werk Gods door je heen ook niet uitgewerkt.

Belangrijk is dat je het gaat uitleven. Dat, als je gedoopt bent in de Heilige Geest en in tongen spreekt, dat je die tongentaal ook dagelijks gebruikt. Dat, als je weet dat de Heer zich zal openbaren in allerlei woorden van kennis en wijsheid, in profetie en kracht, dat je je dus daarin heel bewust oefent. Elke dag opnieuw, Heer ik ben in een situatie, waarin ik niet weet wat ik moet doen. Hoe moet ik dit aanpakken? Misschien een puur aardse situatie, maar je gaat daarmee naar de Heer en je ontdekt hoe Hij je dingen in herinnering brengt die je een tijdje geleden geleerd had, of ergens gelezen had en je weet ‘zo moet ik dat aanpakken’.
Datzelfde principe geldt voor de hele geestelijke ontwikkeling, voor het ontwikkelen tot volwassen mensen Gods.

Leven in de leer. Minstens zo belangrijk is dat je die leer uitleeft in een lichaam, in een gemeente, zoals wij die hier vormen. Daar bedoel ik mee dat je die leer uitleeft naar elkaar toe. Dat je dus, wat je weet, overdraagt aan de ander. Dat je steeds weer aan het zoeken bent:  hoe bereik ik de ander met wat diegene nodig heeft. Daar moet je  echt naar zoeken, wat die ander nodig heeft. Hoe kom je daar achter? Hoe kom je te weten wat er in mensen leeft?
Door in ieder geval te weten wat er in jezelf leeft. Dus daarmee bezig te zijn. Dus door je te oefenen. in zelfkennis. Door er over na te denken: ‘Hoe werken de dingen in mij? Hoe is mijn leven? Hoe is de beleving van mijn eigen leven?  Doordat je jezelf daarin oefent ga je de principes opmerken die je in de gemeente leert. Wat je leert uit het woord van God, wat de Geest van God je onderwijst. Doordat je die dingen leert ga je ook ontdekken wat er in andere mensen leeft. In mensen hier in de gemeente. Doordat je er op uit bent om de leer uit te leven ten behoeve van je broeders en zusters. Dan gaat dat lichaam van Christus werkelijk functioneren.

Dan is er ook de mogelijkheid van vruchtdragen en van vermenigvuldiging. Die vermenigvuldiging, daar is God op uit, in deze tijd. God heeft heel veel mensen nodig. Mag God jou gebruiken? Ook al ben je 15 jaar? Mag God jou gebruiken? Ook al ben je 70 jaar?
Als je daar ja op zegt, dan gaat God jou gebruiken, heel dicht bij, in je directe omgeving!
 
In Jesaja 45 lazen we: “Vraagt Mij naar de toekomstige dingen.” In Jeremia 33:3 zegt God: ”Roep tot mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen.”
Wanneer antwoordt God? Als je vraagt, als je roept. Nu kun je denken, ja, ik moet weten hoe het boek Openbaring in elkaar zit, ik moet weten hoe de eindtijd in elkaar zit. Heer, openbaar mij dat. Maar dan sla je een aantal stappen over. Vraag maar naar de toekomstige dingen. Heer, hoe vul ik mijn leven in? Heer, hoe moet ik morgen in de situatie waar ik nu in ben, zaken oppakken? Heer, dat probleem waar ik middenin zit, hoe moet ik daarmee omgaan? Door daarnaar te vragen oefen je jezelf om ook voor andere dingen te weten wat God wil zeggen en wat God wil doen.

Wat ik wil benadrukken is dat God grote dingen doet in deze wereld en dat God mijn handen oefent, maar dat betekent wel dat ik daarin mij beschikbaar moet stellen. Ik mag kiezen om voor Hem beschikbaar te zijn. Het betekent dat ik aan het werk mag gaan. Dat ik ermee aan het werk kan in hele  kleine dingen, heel dichtbij. Het is dan belangrijk dat ik leer zien wat God me wil laten zien.

In de rede over de laatste dingen zegt Jezus: “Let op de vijgenboom en op al de bomen.” Dat betekent  dat je kunt leren om op te letten. Opmerken hoe dingen in jou functioneren. Zaken waarin  je toch nog in allerlei oude gedachtenpatronen zit. Het betekent ook dat je kunt leren om om je heen te kijken in de natuur, maar ook in de maatschappij. Het betekent dat je kunt waarnemen wat er ín mensen aan het ontwikkelen is. Het betekent dat je ogen kunt krijgen die zien wat de ander nodig heeft. Ogen die zien waar jij kunt inspringen om een klein beetje naast de ander te gaan staan. Waar het mij vooral omgaat is dat je dat nu ook gaat doen.
Geoefende handen krijg je door het uit te werken.
 
Ik heb de film gezien ‘Sterker dan striemen’, uitgebracht door ‘Open Doors’.
Een jongen die thuis van zijn moeder hoort over Jezus Christus en daardoor principes aangereikt krijgt vanuit de Bijbel. Uiteindelijk komt hij in een heel ander gebied terecht, waar hij moslim moet worden. Hij wordt door een echtpaar geadopteerd, dat eraan moet werken dat hij als moslim opgroeit en in de islam groot gaat worden. Voordat hij bij hen komt heeft hij al heel veel striemen gekregen. Als hij in dat gezin komt, dan zijn die striemen nog op zijn rug.
Hij neemt de islam in zich op. Maar op een gegeven ogenblik komt er iets boven van wat zijn moeder hem leerde en daar gaat hij op in en naar op zoek. Hij vindt een paar christenen, die in het geheim bij elkaar komen. Die moeten heel erg voorzichtig zijn, want als de buitenwereld hoort, dat ze christen zijn, dan worden ze gestraft of gedood op een afschuwelijke manier.
Die film gaat dus over de christenvervolging in de islamitische landen. Deze jongen kiest uiteindelijk toch om vast te houden aan het evangelie. Hij wordt vervolgd en vlucht en komt uiteindelijk terug bij zijn eigen volk, in zijn eigen stam. En brengt daar dan het evangelie.

Toen ik die film zag, dacht ik, dit zou de hele gemeente moeten zien. Het is heel ingrijpend om te zien hoe mensen daar behandeld worden. Christenen die in een kerk bezig zijn de Heer te prijzen, en dan wordt die kerk in brand gestoken en de één na de ander komt om het leven. Alleen omdat ze christen zijn. Afschuwelijk.
Deze jongen wist niet hoe hij het evangelie moest uitdragen, dat had hij niet geleerd. Hij was getraind in de islam. Maar met het kleine beetje dat hij wist ging hij aan de gang. En sprak met God. En zocht God. En omdat hij Hem eerlijk zocht en daar alles voor over had, daarom ontving hij ook.
 
Dat bedoel ik als ik die tekst aanhaal: “vraag mij naar de toekomstige dingen. Roep mij aan en ik zal u antwoorden.” In al die hele kleine situaties van het leven van elke dag. Heel consequent die worsteling aan gaan: Heer, ik weet niet hoe het moet. Heer ik kan dit niet. Heer ik heb teveel pijn, maar hoe houd ik stand? Geef mij kracht! Je voelt de pijn en toch zeg je: Heer, geef mij kracht.
En je merkt, dat je het aankunt, ondanks de pijn, omdat er vrede van binnen is. 
Het heeft mij diep geraakt. Als ik zie hoe één zo’n mens, daar in Afrika, zoveel ervoor over heeft om werkelijk te blijven bij God. Bij de God van de bijbel. Bij Gods Zoon, Jezus Christus. Het heeft mij uitgedaagd, maar het heeft me ook laten zien dat je geoefende handen krijgt, doordat je niet wegloopt in moeilijke situaties. Doordat je gaat vechten en strijden en zegt ‘Heer, ik heb het zo druk en ik heb zo weinig tijd, wilt U wegen openen zodat daar verandering inkomt. Heer, vanwege mijn werk kan ik niet naar de bijbelstudies of vanwege allerlei andere reden. Wilt U wegen geven. Wilt u mij helpen om het wel zover te krijgen’.
Zo zijn er zoveel situaties waarin je heel praktisch je eigen handen kunt oefenen Doordat jij het gaat doen. vanuit de kracht van God, doet Hij het door je heen. Paulus schrijft op een gegeven ogenblijk aan de Korinthiers: jullie zijn een brief van Christus, als mensen naar jullie kijken, dan kunnen ze aflezen wie de Here Jezus is.

We weten wel dat Paulus ook hele andere dingen over de Korinthiers schrijft. Hoe er onreinheid is en nog ander dingen die niet kloppen. Maar daar doorheen zegt Paulus 'er zijn een heleboel mensen tussen jullie die zich hebben laten afwassen. Die zijn schoon geworden. Die leven in de vergeving. Die leven in de doop in de Heilige Geest. En jullie zijn een brief geworden. Dan zegt Paulus daarbij ‘door onze, door mijn dienst, opgesteld’. Met andere woorden, Korinthiers, die brief, die andere mensen lezen in jullie en waarin ze te weten komen wie Jezus Christus is, daar heb ik voor verzorgd dat het zover kwam’.

Waarom zegt Paulus dat? Omdat hij daarmee als het ware levend houdt wat hij ziet en wat hij gelooft. Door zijn eigen uitspraken houdt hij in leven wat hij beleeft, wat hij uitgewerkt heeft en wat hij ziet bij de Korinthiers. En wat ik vooral daarin belangrijk vind, dat hij zegt, ‘maar onze bekwaamheid is Gods werk’. in 2 Kor. 3 kun je dat lezen. God maakt bekwaam. Hoe heeft God Paulus bekwaam gemaakt? Hoe heeft God David bekwaam gemaakt? 
Je hoeft niet eerst een taak te hebben. Je hoeft niet eerst te wachten op een grote roeping. Je hoeft niet eerst te wachten totdat je helemaal volmaakt bent, want dat duurt nog even. Gewoon beginnen.
 
Geoefende handen.
Jouw handen worden geoefend doordat je begint bij wat je ziet. Misschien heb je de neiging om een beetje uit de weg te gaan als de stoelen klaar gezet of opgeruimd moeten worden. Omdat je vindt dat het ook erg belangrijk is om gesprekken te voeren. Maar je moet dan misschien toch eerst maar even helpen bij die stoelen. Ik heb niemand op het oog. Ik heb niemand gezien die dat deed. Maar om heel dichtbij de praktijk te blijven. Misschien moet je iemand ophalen naar de bijbelstudie toe. Misschien moet je iemand ophalen naar de samenkomst toe. Misschien moet je iemand, die een beetje alleen is, of zich erg eenzaam voelt, wat extra aandacht geven. Begin dan.

Als je wacht tot je tijd hebt kan het wel eens heel lang duren voordat je tijd hebt. Meestal moet je voor dat soort dingen tijd vrij maken. Zoals je tijd moet vrijmaken om de bijbel te bestuderen, zo moet je tijd vrijmaken om bezig te zijn met de dingen van de Heer. Ook als je een drukke baan hebt overdag, dan ook.   Er bestaat de mogelijkheid om je te oefenen.  Om te zeggen, Heer, ik heb zo’n intensieve baan en het kost mij zoveel en ik moet in gedachten altijd zo bezig zijn, maar wilt U daar doorheen komen met uw kracht. Dan zul je zien dat de Heer kans ziet om op die kleine momenten even jou te herinneren aan hoe je bezig bent. Vraag Hem en werk dan uit wat Hij aanwijst.

Geoefende handen.
Door alle praktische dingen heen die je aanpakt. De beste manier is om dat in de gemeente te oefenen, want daar ken je elkaar. Maar het is de bedoeling dat hetzelfde vanuit de gemeente naar buiten zal gebeuren. Mensen in je omgeving laten merken dat je nadenkt over hun leven. Mensen in je omgeving laten merken dat je hun leven belangrijk vindt. Misschien moet je door een heleboel duisternis heen kijken, maar dat doet God ook. Als je zegt: Heer, ik zie zoveel zonde in die mensen, zoveel ongerechtigheid. Dan zegt de Heer: “vraag Mij dan”. En dan zeg je: “Heer Jezus, hoe hebt U dat gedaan? Leer mij dat, om dwars door die ongerechtigheid heen te kijken en het hart van die mensen te zien. Wat de behoeften van die mens zijn.” De Heer wil je dat leren.
 
Deze week  werd ik opgebeld door onze broeder Joop. Hij is in het afkickcentrum voor verslaafden ‘de Hoop’. Hij belde mij voor het eerst sinds hij is opgenomen. Hij heeft het heel moeilijk. Hij heeft twee weken gehad waarin hij moest afkicken. Hij zegt ‘Het is een hel. Het is vreselijk’. En als hij dat zegt dan weet ik wat hij bedoelt omdat hij zoveel meegemaakt heeft daarin. En hij moet nog verder. Hoe redt hij dat? Hoe kan hij dat? Als je toch al bijna 30 jaar in de verslaving geleefd hebt. 30 jaar! Hij heeft altijd al in de verslaving vast gezeten en al zo vaak geprobeerd er af te komen. Hoe red je het dan om af te kicken en een heel nieuw leven te gaan leiden? Een nieuw leven waar hij nu voor gekozen heeft. Dat red je doordat je de Heer er in betrekt.

Weet je wat hij doorgaf? Een tekst uit Jeremia 33:3 “Zo zegt de Here, die dat doet, de Here, die dat formeert, om het in vervulling te doen gaan, wiens naam Here is: Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen, waarvan gij niet weet. Want, zo zegt de Here,  (vers 6) Zie,Ik zal haar genezing schenken en herstel. Ik zal hen genezen en hun een schat van bestendige vrede ontsluiten; ja, Ik zal een keer brengen in het lot”. Allemaal beloften, zei Joop, dat heeft de Heer mij gegeven, Henk.
 
Dat is je handen oefenen ten strijde.
Het is een heel diepe weg voor hem om een normaal leven te krijgen. Hij is erg blij met de brieven en de kaarten die hij krijgt. Hij heeft onze gebeden heel hard nodig, maar hij moet het zelf doen. En omdat hij het doet, heeft hij een mogelijkheid door mensen geholpen te worden. God helpt hem, door de mensen om hem heen.
En dat principe, broeders en zusters, geldt voor het evangelie van Jezus Christus. Naar de mate waarin wij zelf heel rigoureus, heel duidelijk, heel scherp afbakenen wat we zelf wel en niet willen. Naar die mate zal de Heer ons kunnen oefenen en onze handen bekwaam kunnen maken. En waar Hij je al eerder voor geroepen heeft, of nu voor roept, daar zal Hij je verder in bekwamen. Want Hij blijft bij zijn volk.

Als God jou iets toegezegd heeft, en je weet heel duidelijk, diep in je hart, dit is een woord van de Heer voor mijn persoonlijke leven, dan blijft Hij daar bij. Dan blijft dat woord gelden tot Hij met jou kan uitwerken wat Hij wil. Maar het gaat dwars door jou heen en het begint bij dat hele kleine beetje. Datgene, wat je nu ziet en nu kunt.
Die mijn handen oefent ten strijde. Mijn handen. Mijn leven. Mijn bestaan. Laat God oefenen in jou.
Amen.
 
Gebed
Here God, hier zijn we. Wilt U ons helpen om deze werkelijkheid uit te werken.
Here Jezus, wij hebben U heel hard nodig. Wij hebben uw genade en uw kracht nodig.
Here Jezus, oefen onze handen. Help ons om die momenten te zien, waarin U ons wilt oefenen en om dan beschikbaar te zijn.
Here Jezus, spreek., maak bekwaam!  Help ons om in praktijk te brengen wat we weten.
Om het licht te laten stralen naar vele mensen toe, door onze levens heen.
Heer, zo willen wij in deze wereld staan.
Wij bidden voor Joop, maar wij bidden ook voor andere mensen. Hier en thuis, die ook in zulke oefenplekken zitten, en wat soms zo zwaar is. Koning Jezus, wilt U in die zwaarte spreken en wilt U ons ook helpen om in Sion te verhalen, het werk dat U in onze levens doet.
Wilt U ons verder leiden. Spreek. tot ons, spreek door ons heen,zodat mensen U leren kennen.Zodat mensen meekomen in die glans, in die glorie, in dat licht, in die vreugde van U. Daartoe  zegenen we elkaar.
Heer, U zult voorzien. Wij verwachten het van U, in de naam van Jezus, de overwinnaar.
De levensvorst. De Koning die regeert. Halleluja!
Amen

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!