Thursday, August 22, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

Wie is God, en wie is de mens? - Henk van Pagée

Goedemorgen broeders en zusters,
Ik heb de afgelopen tijd eens nagedacht over: Wie is God? En..........wie is de mens? Dat zijn twee onderwerpen, die bij elkaar horen.
En wellicht is veel van wat ik vanmorgen ga vertellen u bekend, maar het is toch altijd weer goed om het nog eens te horen. De eerste vraag is: "wie is God?". Als filosoof kom je daar niet achter en ook met een theologische studie kun je God niet echt leren kennen, want je blijft dan in de theorie denken, in dogma's of in verheven thema's. Je kennis neemt toe, maar weet je dan wie God is, hoe hij is?
 
Ik denk dat je God in de eerste plaats leert kennen door omgang met Hem. Het is niet anders. Net zoals je je eigen vader kent door je omgang met hem. Je kan niet zeggen: "Ik ken mijn eigen vader, ik heb een boek over hem gelezen, nou weet ik wie hij is". Nee, door omgang leer je. Zo leer je God kennen door op je knieën te gaan, of gewoon als je aan het wandelen bent: je Vader in de hemel aanroepen. Dat is een van de belangrijkste dingen om God te kennen: vanuit ervaring. Dus het is niet iets moeilijks. Er is geen geheime code nodig, of formules, of rituelen of voorwaarden waardoor je in contact komt met God. Maar het is jouw persoonlijke omgang met God.
 
Naast de omgang met God, is er een Boek dat onmisbaar voor onze zoektocht naar God: de Bijbel! Ontzettend belangrijk: als je God wilt leren kennen moet je veel in dit boek lezen. Niet zomaar eens een keer een stukje, maar God openbaart Zich door Zijn woord aan ons. Als iemand zegt: "Ik heb Hem gevonden, ik ken God zo goed, maar ja, die Bijbel die zegt mij niet veel". Nou, dan zet ik een vraagteken.
 
Je leert God ook kennen door je broeders en zusters in de gemeente en daarbuiten. Door wat zij geloven, door wat zij meemaken, door wat God in hun leven doet. Je herkent het werk van God in hun getuigenissen, in hun werken, in hun bemoedigingen, of hun gebed.
 
Dat zijn allemaal dingen die meehelpen zodat ik steeds beter ga zien wie God is.
Ik heb al gezegd: "Door de bijbel kun je God leren kennen.". Maar het is ook zo: er zijn miljoenen mensen die de bijbel lezen., misschien wel heel wettisch 's morgens vroeg en 's middags en dan 's avonds nog een keer en toch God niet kennen!
Hoe komt dat toch?
Luister goed, het belangrijkste heb ik nog niet genoemd, als je bezig bent met de vraag, hoe je God beter kan leren kennen. Daarvoor wil ik met u lezen Johannes 1 vers 18. Het evangelie van Johannes, eerste hoofdstuk, achttiende vers. Een hele bekende tekst, veelzeggend en met heel veel diepgang. Want daar zegt Johannes wat het geheim is om God echt te leren kennen: Ik lees voor:
 
"Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen."
En dat: "Niemand heeft ooit God gezien" moet u niet verkeerd begrijpen. Johannes heeft het niet over het zien met onze natuurlijke ogen, waarmee wij de dingen om ons heen kunnen zien.          
Zo bedoelt hij dat niet, maar hij bedoelt met "niemand heeft ooit God gezien": niemand heeft ooit geweten wie God nou werkelijk is.
Johannes openbaart ons hier een groot geheim, hij zegt: "Niemand, al die eeuwen voor Christus, heeft echt gezien, heeft begrepen wie God is. Maar Jezus Christus zijn eniggeboren Zoon, die heeft Hem doen kennen". Dus als ik God wil leren kennen, dan moet ik vooral bij Jezus zijn. Want wat hij over Hem openbaart, dat is nieuw, zoveel meer, dat gaat boven alles uit wat daarvoor over Hem gezegd is!
 
En dan kun je zeggen: "Ja, maar gaf het Oude Testament dan niet voldoende informatie over God, daarin staat zoveel over God, is dat niet genoeg?."Ik kan me zo voorstellen dat Farizeeën en Schriftgeleerden moeite hadden met de uitspraak van Johannes. Want zij hadden toch het Oude Testament, de Thora, ze hadden de Wet, ze hadden de profeten enzovoort.         
En ze ergerden zich aan die uitspraken van de evangelist: "Niemand heeft ooit God gezien, Jezus heeft Hem doen kennen."
Waar heb je het over? We hebben toch de Thora, we hebben toch de openbaring van God.
 
 Wat kunnen we nou nog meer verwachten. Wij weten hoe God is, want hier, in onze schriften, staat het geschreven.
"Niemand heeft ooit God gezien, maar Jezus heeft Hem doen kennen". Wel, het is goed om daar eens over na te denken. Nogmaals: 'Was* het Oude Testament dan niet goed? Dat was prima en Jezus bevestigt dat ook. Maar het bracht niet het geestelijke, het volmaakte. Het bracht niet wat Jezus openbaard heeft.
 
In het denken van het Oude Testament lag het accent heel vaak op het natuurlijke leven. De gedachte van het volk Israël was vaak zo: "Als wij God dienen, dan zal Hij ons zegenen in ons natuurlijk leven. Dan zal het ons in alles goed gaan." Maar dat was voor hen vaak alles. Er zijn heel veel psalmen die daar over gaan. Ik pak even Psalm 144.
Psalm 144 vers 12. Dat gaat over de wensen, de beloningen die je krijgt als je God dient: het wordt zo mooi gezegd:
 
- "Dat onze zonen zijn als planten, hoog opgegroeid in haar jeugd, onze dochters als hoekzuilen, gebeeldhouwd als voor een paleis;
-dat onze voorraadschuren gevuld zijn, leverende allerlei waren,
-dat onze kudden bij duizenden, bij tienduizenden zich vermeerderen op onze weiden;-dat onze runderen wèl dragen; dat er geen bres zij en geen vlucht, en geen geschreeuw op onze pleinen.
Welzalig het volk, waarmee het zo gaat! Welzalig het volk, welks God de HERE is!
 
Begrijpt u, daar was het volk Israël vooral mee bezig: Als de natuurlijke zaken maar goed gingen. En daarom hadden ze er ook zo moeite mee als het met de heidenvolken ook goed ging of zelfs beter. Kunt u zich dat voorstellen?
Hun denken was eigenlijk,- en dan klopte de puzzel-: "Wij dienen God, dus gaat het met ons goed. De heidenen dienen God niet, dus met hen moet het slecht gaan. Wij moeten voorraadschuren hebben die helemaal barstensvol liggen met graan. Maar bij de heidenen, daar moet eigenlijk geen korrel liggen! "Onze welvaart is het bewijs dat wij de juiste God dienen!"
Maar vaak ging het niet goed met  de natuurlijke omstandigheden van Israel, mar wel bij de Filistijnen, Kanaänieten of wat voor volken je ook had. Vaak hadden zij grotere welvaart dan Israël
Kennen jullie de psalm van Asaf? Een oprechte Israëliet die God met zijn hele hart diende. Een mens, net zoals wij, en hij ergerde zich aan de welvaart van de heidenen. Hij begreep dat niet.
Psalm 73 is daar zo'n mooi voorbeeld van, het is echt een illustratie van hoe men dacht.
Zullen we de psalm opzoeken? Psalm 73 Er staat ook boven: Het raadsel van de voorspoed der goddelozen.
In vers 3 begint Asaf met zijn klacht:
-Want ik was afgunstig op de hoogmoedigen, toen ik de voorspoed der geddelozen zag.
-Want moeiten hebben zij niet, gaaf en welgedaan is hun lichaam;
-in de kwelling der stervelingen delen zij niet, en met andere mensen worden zij niet geplaagd.
En zo gaat hij maar door.
In vers 12 zegt hij zelfs: -Zie, zo zijn de goddelozen,
onbezorgd vermeerderen zij hun bezit.
Asaf gunt hun dat niet, en begreep het niet. Hij had een houding van ergernis. Zou God ook zo zijn?
 
En nu komt Jezus, en gaat zijn bergrede houden, en let op: Jezus gaat iets nieuws brengen wat nog nooit gehoord was, Hij gaat iets nieuws vertellen over God. Laten we opzoeken Mattheus 5 vers 43, en luister goed, want wat Hij gaat zeggen staat rechtstreeks in verband met Asaf en psalm 73.
Jezus zegt in Mattheus 5 vers 43: Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijanden zult gij haten.
 
- Heel duidelijk hè, dat is de oude situatie.­
 
Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe; (40) en wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem ook uw mantel; (41) en zal iemand u voor één mijl pressen, ga er twee met hem. (42) Geef hem, die van u vraagt, en wijs hem niet af, die van u lenen wil. (43) Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. (44) Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, (45) opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (46) Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? (47) En indien gij alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook heidenen niet hetzelfde? (48) Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.
 
Deze houding, deze hartsgesteldheid, dit denken, heeft Jezus voor ogen voor al zijn volgelingen. Niet afgunstig zijn op de heidenvolken omdat het ze goed gaat, maar voor ze bidden, ze zegenen. Jezus eindigt deze woorden met: Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is," ook zegt hij, "opdat gij kinderen moogt zijn van uw hemelse Vader. Jezus wil ons daarmee zeggen: "De houding die ik jullie zojuist beschrijf, dat is de houding van God jegens alle mensen!
Hij heeft vijandige mensen lief, Hij wijst niemand af, Hij vraagt niemand iets terug, Hij groet iedereen, en Hij gunt ieder volk zijn welvaart! God is goed! Een totaal ander denken als het denken van het volk Israël dat bij de wet van Mozes
leefde.
 
Ook het denken van Jezus over ziekten en gebondenheden was anders als in het oude testament. Daar wordt ziekte vaak voorgesteld, alsof het je van Godswege overkomt. Dat moest je maar uit Gods hand ontvangen. Er zijn dan ook uitspraken van: "Waarom zouden we het goede wel ontvangen en het kwade niet." God kon je het goede geven en God kon je ook het kwade geven. Als je ook weer naar de Psalmen kijkt. Lees thuis maar eens Psalm 88, nou dat is gebed van David in een dodelijke ziekte. Daar zegt hij: God waarom slaat U mij? En van al die kwellingen, zegt hij: "Ja, die ontvang ik van God." Waarom? Omdat het inzicht hoe God werkelijk is, er toen nog niet was, bij niemand. Ook bij David niet.
Dit is geen kritiek op David, hij heeft God gediend naar de kennis en het inzicht dat hij van God had. Ik vind het zo prachtig dat David altijd weer bij God uitkomt en zichtoch sterkt in Hem, hij was een man naar Gods hart. Maar de volle waarheid over God was nog niet geopenbaard, daarvoor moest Christus komen, want....
"Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen." ( Joh. 1:18) )
 
Als Jezus komt, dan heeft Hij een hele andere houding tegenover ziekte en tegenover overweldiging en tegenover kwelling. Denk aan de genezing van de blindgeborene in Johannes 9 vs 1. Zijn discipelen vragen aan Jezus: "" Heer, waarom komt dat nou? Is dat nu zijn eigen schuld, of is dat de schuld van zijn ouders? Dit is oud testamentisch denken, op dit niveau waren mensen bezig.
Maar Jezus bevestigd dat denken niet, maar wijst op de werken Gods die openbaar moesten komen.
Een prachtige tekst in dit verband is: Handelingen 10 vers 38. Dit is een beetje een bijbelstudie, maar ik vind het heerlijk om door de Bijbel heen te gaan, want het geeft zoveel weer van wat God voor ons heeft. In Handelingen 10 vers 38 daar staat:
.........   van Jezus van Nazareth, hoe God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem. Halleluja!
 
Ziet u het? Ziet u het verschil? Jezus deed niets anders, als hij geconfronteerd werd met ziekte, dan ervoor bidden, om te genezen. En waar was Hij mee bezig? Hij was niet bezig tegen de oordelen van God te strijden. Hij was niet bezig om het werk van God te verbreken. Maar wat staat er?
Hij is gekomen om de werken van de duivel te verbreken. Prijst God.
Ineens krijgen we inzicht over hoe het eigenlijk zit en wie God eigenlijk is.
Heel duidelijk heeft Jezus laten zien: wat de oorzaak is van het kwaad? De oorzaak van ziekte en al die ellendige virussen die er in de schepping zijn, en al die chaos die er in de schepping is. Al die haat, geweld en corruptie. Waarom is de wereld zoals die nu is?
Dat heeft God er niet in gelegd, dat heeft God nooit gewild!
Er wordt maar één oorzaak aan gewezen: allen die door de duivel overweldigd waren: Satan is de auteur en de bewerker van ziekte, zonde en gebondenheden.
Maar wie is God dan wel? Het is zo mooi, dat het Nieuwe Testament ons dat steeds meer laat zien. in 1 Johannes 1 vers 5 staat, ik zal dat voor u voorlezen.
 
"En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis."
 
Ik herhaal het nog een keer: God is licht en in Hem is helemaal geen duisternis.
Dat is zo'n mooie waarheid, om dat te weten. Als ik God mag leren kennen, dan mag ik Iemand leren kennen die één is, die licht is. Waar ik van op aan kan, waar geen enkele duisternis in is.
 
Ook ons denken over God mag niet hetzelfde zijn als het denken van de wereld, ook niet van de religieuze wereld. Paulus zegt daarover in Romeinen 12 vs 2. "Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken."
En let op in het volgende vers, daar zegt Paulus wat die vernieuwing inhoud: "opdat gij moogt onderkennen wat de wil van God is: het goede, het welgevallige en volkomene."
Aan de gaven die je krijgt, kun je zien wie en hoe de Gever is.
Als ik daarover nadenk, besef ik hoe rijk we zijn met zo'n intens goede Vader.
 
En dan kom ik op het tweede gedeelte van mijn boodschap: "En wie zijn wij mensen dan wel?" Wie zijn wij ? Ah, die mensen, daar moet je het maar niet over hebben. Dat is egocentrisch en daarbij komt dat de mens het allemaal verknoeid heeft.
 
Wacht even: De mens is bijzonder en uitermate belangrijk voor God! De bijbel zegt Deuteronomium 32 vs 10, dat de mens de oogappel van God is. En satan is altijd bezig om die mens tot zonde te verleiden en aan te klagen omdat hij weet dat de mens de oogappel van God is. Je zou kunnen zeggen: "De mens is Gods eer". De kroon van Zijn schepping, de mens die prachtig gemaakt is naar Gods beeld en Zijn gelijkenis.
En wat is de eer van de mens: niemand anders dan God zijn schepper! Dat is een wisselwerking. God kijkt naar de mens en zegt: "dit is Mijn schepping, dit zijn Mijn kinderen, dit is mijn eer".
En wij zien op naar God: "dit is onze God, onze Vader. Dat is onze eer.".
Het is fout als wij zouden zeggen: Wij mensen, nou wat zijn wij goed. Dat is onze eer niet "God is onze eer". Eer in de mens zelf zoeken is van de boze. Wij zoeken onze eer in God. En Jezus zegt ook: "Eer van de mensen heb Ik niet nodig, Ik zoek de eer van mijn Vader. " Wat is nu het bijzondere van de mens, wat je nergens in de schepping terug vind, of in het hele geestenrijk met al die miljarden engelen die er zijn? Iets bijzonders dat wij hebben en geen enkel ander schepsel?
 
Dat is dat wij geschapen zijn naar Gods beeld en Zijn gelijkenis. Dat is zoiets moois en zoiets bijzonders. Iets dat ik al heel lang weet en iedere keer als ik het weer besef dan denk ik: "God wij zijn Uw eer, daarom zoekt U ons ook steeds weer op. Daarom houdt U ook zoveel van ons."
En ook daarom heeft de duivel zo'n hekel aan ons. Waarom? Omdat hij altijd in ons weer dat beeld van God ziet.
Bij ieder mens die satan tegen komt, wordt hij weer geconfronteerd met Gods beeld. Dus ieder mens is zijn vijand, moet naar de ondergang, want hij haat alles wat het beeld van God draagt.
 
Psalm 8 zegt: de mens, is de kroon van de schepping. David zegt eigenlijk: Van de hele schepping, en al het mooie van de schepping. - En de schepping is mooi, iedereen kent de pracht van een zonsondergang, -- is de mens is van oorsprong nog mooier, want de mens is de kroon van de schepping Gods. En satan die beweert precies het tegenovergestelde.
Die zegt: "Van die hele schepping is er niets zo verrot als de mens, kijk maar om je heen." Heeft Satan gelijk? Als je naar de realiteit kijkt van de ellende die in de wereld is, zou je die leus zo over kunnen nemen. Als je ziet wat er de afgelopen jaren weer in de wereld gebeurt. Er is toch niks zo verrot als de mens, wat mensen allemaal wel niet kunnen kapot maken. Vaak doen mensen dingen die zelfs dieren niet doen. Dieren die doden ook, maar dat is om te eten of om hun eigen territorium te bewaken. Maar ze gaan niet elkaar afslachten. Er is maar één soort die elkaar afslacht. Er is maar één soort die elkaar martelt en foltert en elkaar uithongert en noem maar op. Dat is de mens. En dan zegt satan: "Zie je nou wel, er is niks zo verrot als de mens." En waarom zegt hij dat steeds? Omdat hij daarmee God recht in Zijn hart treft. Want satan is in opstand tegen God. En het item waar het om gaat is de mens.
 
Maar toch houd God Zijn standpunt en Zijn visie vast. Die visie van God over de mens die is zo sterk en zo geweldig, want Zijn visie op de mens is nog steeds: Ze zijn naar Mijn beeld en Mijn gelijkenis geschapen.
Wat is uw uitgangspunt als je over de mens denkt? Of zoals u over uzelf denkt.
0, wat kunnen we onszelf aanklagen of aan laten klagen, wat kunnen we soms wanhopig zijn over ons gedrag en houding. Maar wat is daarin de visie over je zelf? Neem je de visie van God over? Mens, zoals je bent, ben je zijn geschapen naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis! Hoe denk je over jezelf? Welke visie neem je over? De visie van God of die van de duivel?
Kijk je naar de mens in zijn gevallen staat, of kijk je naar de mens in zijn oorspronkelijke staat.
 
Naar zijn innerlijk lijkt de mens op God. Heel veel vermogens die God heeft, die hebben wij ook. De vermogens die God heeft, die zijn natuurlijk ontelbaar en van dimensies die wij helemaal niet kunnen begrijpen. Maar er zijn veel dingen, tenminste zoals ik dat beleef, die God heeft en die Hij ook aan de mens gegeven heeft.
 
Weet je dat je veel meer op God lijkt dan je zelf denkt? Want God is een denkend wezen. De gedachten van God, hoe vaak wordt daar niet over gesproken. God is een denkend wezen, maar wij zijn ook denkende wezens. Iets dat dieren niet hebben. Wij kunnen over dingen nadenken en creatief zijn en er scheppend mee omgaan.
 
God is een God die spreekt. Zo leert de bijbel ons God in de eerste plaats kennen. Een van de eerste dingen die we van God weten is dat Hij spreekt. Genesis 1, en God sprak: "Er zij licht". God sprak en spreekt nog steeds. En wij zijn ook sprekende mensen. Dat is zoiets bijzonders dat wij kunnen spreken, mijn vrouw en ik hebben een meervoudiggehandicapte pleegdochter, zij kan niet praten, en wij en zijzelf worden daar iedere dag mee geconfronteerd, wat een gemis als je geen spraakvermogen hebt! Uiting kunnen geven aan je gedachten door middel van woorden is zo bijzonder. We hebben dat vermogen van God!
 
God is een God die wat wil! God heeft een wil. En wij zijn ook wezens die geschapen zijn met een wil.
Het meest uitdagende dat God gedaan heeft is dat Hij de mens een eigen wil gegeven heeft. Daar heb ik nog wel eens over nagedacht. Waarom is de wereld zoals die nu is? Waarom is er zoveel onrecht in deze wereld- Heel veel problemen zijn er in de wereld omdat de mens een eigen wil heeft. Hij kan kiezen voor het goede, hij kan voor God kiezen, maar hij kan ook kiezen voor het kwade, hij kan voor Satan kiezen.
Een van de mooiste eigenschappen van God, vind ik dat Hij liefheeft. Mooi hè, God is liefde. Dat is een van Zijn sterkste eigenschappen. God heeft oneindig veel lief. Zijn liefde gaat over zoveel dingen heen. Hij kan zelfs mensen lief hebben die helemaal niets van Hem willen weten. Toen wij nog zondaren waren, heeft Hij Zijn Zoon gegeven. En dat vermogen tot liefhebben, hebben wij ook. Wij mogen en kunnen liefhebben. En onze liefde mag boven allerlei hindernissen en barricades uitgaan. Ook als de mensen ons verachten of als mensen op ons schelden of ons benadelen, dan kunnen wij ze toch liefhebben omdat we die liefde van God gekregen hebben.
 
God begeert. Begeerte is ook zo'n wezenskenmerk van Hem. In Jacobus 4 vs 5 staat dat God onze geest begeert jaloersheid. Wij mogen ook begeren dat is niet verkeerd, wij mogen alle goede dingen van God en van het leven begeren. We mogen verlangen naar een diepere kennis en intensere gemeenschap met de Vader. Wij mogen er naar verlangen om te worden wie wij eigenlijk zijn: Mensen naar Gods beeld, mogelijk gemaakt door Jezus Christus.
Zonder begeerte, zonder verlangen raakt een mens uitgeblust en het gevaar dreigt dat hij een lauwe christen wordt. Ik kan nog wel even doorgaan. Misschien tot slot van dit rijtje. God gelooft.
Een van de meest bijzondere eigenschappen van God is dat Hij gelooft. Hij gelooft in Zijn scheppingswerk. Hij denkt en spreekt in geloof: "wat Ik in de mens gelegd heb, dat zal er ook uitkomen." Dat zegt God ook na de val van Adam en Eva, Hij blijft zijn geloof in de mens vasthouden en kondigt tegenover Satan de uiteindelijke overwinning van de mens aan: " Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en dit zal u kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen"
 
Wat een geweldige geloofsuitspraak van God voor Eva "Die slang die zal jou hiel vermorzelen, maar jij zult de kop van de slang vermorzelen." !
 
Maar nu komen we op een heel belangrijk punt, en dat is de vraag: "kan de mens dit dan uit zichzelf?" Als we zouden zeggen: "dit kunnen we uit onszelf omdat we zo goed zijn". Dan zijn we helemaal fout bezig, dan ontspoor je. Als je alleen uitgaat van de capaciteiten van de mens, dan krijg je een soort mensverheerlijking of zo. Paulus zegt over ons,- voordat wij Christus leerden kennen,- "Jullie hadden toen eigenlijk niks te vertellen, want jullie waren slaven van de zonde, niemand uitgezonderd." Dat zegt hij in Romeinen 6 vers 17, hij gaat verder met: "Toen leefden jullie zonder Christus, wat voor vrucht had gij toen, dingen waarover je, je nu schaamt. Immers het einde daarvan is de dood." Dat is de realiteit zonder Christus..
 
Maar nu komt het, Paulus zegt dan: "Maar thans". Dus dat betekent: in de nieuwe realiteit. Eerst beschrijft hij de oude realiteit, maar daarna de nieuwe realiteit. "Maar thans zijn jullie vrijgemaakt van de zonde en in dienst van God gekomen.". Nou, dat is dus onze nieuwe status.
Kennen jullie, begrijpen jullie dat woord status in dit verband? De mensen die met computers werken begrijpen het zeker. Als er problemen met een computer zijn kijkt een helpdeskmedewerker meestal eerst naar de status van de computer. Hij wil dan weten wat er allemaal in die computer zit, naar de eigenschappen. Hoeveel geheugen er in zit en hoe snel de computer is. Hij kijkt naar de instellingen en de programma's, et cetera, Dat alles bepaalt de status van de computer.
Wat is nu de status van onszelf als wij wedergeboren zijn en Christus hebben aangenomen? Die status is: vrijgemaakt van zonde en in dienst van God gekomen.. Dit is nou de kern van het evangelie. Waarom kunnen we zeggen dat we deze status hebben, waar hebben we dat aan te danken? Dan moet u met mij lezen: Openbaring 5 vers 9, daar staat:
 
""En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij, Jezus zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt hen voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde.Ja, dit is de kern van het evangelie. Waarom zijn we niet zoals de duivel beweert: het meest verrotte gedeelte van de schepping? Waarom mogen wij zijn, zoals we nu zijn? Openbaring zegt: "Jezus heeft ons gekocht voor God, dat is één. En ten tweede staat er: "en Hij heeft ons voor God gemaakt." Twee aspecten. Voor God gekocht dat is duidelijk, hè? Met Zijn bloed, Hij heeft ons door Zijn kruisdood in een nieuwe realiteit geplaatst. In een realiteit waar mensen gaan worden zoals God ze bedoelt heeft. En vaak stoppen we dan, we vinden dat al mooi genoeg.. Maar Hij heeft ons niet alleen voor God gekocht, maar Hij wil ons ook maken tot iets, let goed op, Jezus maakt ons
a: tot een koninkrijk,
 b: tot priesters,
 c: tot koningen.
 
Priesterschap en koningschap horen bij elkaar. 0 dit boeit mij zo.
En onze grote Hogepriester en Koning is Jezus zelf. Van onze oude status zou je kunnen zeggen: De oude status is een status van: slaaf der zonde.
Zo zegt Paulus het: slaven. Mensen die geen beschikking hebben over hun eigen keuzes en hun eigen wil. Ze hebben niks te willen, ze moeten gewoon doen wat de slavendrijver hun zegt.
 
Zij weten ook niet waar ze uitkomen, de slavernij bepaald hun status.
Maar nu komt Jezus en Die geeft ons een nieuwe status:
Vrijgemaakt van de zonde door het Lam dat geslacht is, en in dienst van God gekomen.
 
Er staat dat Jezus ons gekocht heeft. En dat vind ik zo'n mooie uitdrukking, Hij heeft ons vrijgekocht van de zonde en de zondeschuld, van de dood, en van de claim van Satan over ons leven. Hij heeft ons gekocht voor God.
Kopen, dat is een prachtig begrip in dit verband, als wij iets kopen kost ons dat wel geld, maar het voorwerp dat je koopt verandert van eigenaar. Dit is een heel belangrijk gegeven. Als je in een winkel of op de markt een jas koopt, dat is die jas voordat je betaalt het eigendom van de verkoper. Maar als die jas betaald is, is hij niet meer van de verkoper maar behoord aan degene die betaald heeft.
Dat is wat er ook gebeurd met betrekking tot onze status, we zijn van eigenaar veranderd. In onze status staat: "Betaald door Jezus Christus, eigendom van God"
 
Waarvoor heeft Hij ons gekocht? Hij heeft ons gekocht voor het priesterschap en koningschap. Dat gaat verder als: Jezus heeft ons alleen maar gekocht om ons te redden. Oh, nu ga ik de bijbel anders lezen hoor. Want nu ga ik op zoek, niet alleen op zoek naar mijn redding en naar bewijzen dat ik gered ben, maar ik ga ook op zoek naar dat priesterschap en dat koningschap. Ik ga leven in dat koninkrijk van God en ik ga zoeken naar dit alles, om te vinden en uit te werken. Want daar heeft Hij me voor gekocht!
En dan staat er: Hij heeft ons gemaakt tot.... Dus Jezus die koopt ons en Hij maakt wat van ons. Ja, dat geeft mij heel veel rust en ontspanning. Vaak denken wij dat we het allemaal zelf moeten maken. Maar wij moeten het niet zelf bewerken, Jezus bewerkt het zelf in ons door ons te vervullen met Zijn Geest.
Ik moet me wel helemaal open stellen voor Hem en zoeken naar het plan van God voor mijn persoonlijk leven in diepe ootmoed.
Het is een goede zaak om over het plan van God te praten in zijn totaliteit.
Dat is heel mooi, dat bemoedig mij altijd weer. Maar u moet daarbij niet vergeten het plan van God voor uw persoonlijk leven. En dat u daarin groot moet denken. Denk groot: God heeft een plan met mijn leven!
Denk groot: God wil dat ik een koning ben!
Denk groot: God wil dat ik een priester ben.
En vergis u niet,: in het Koninkrijk van God zijn dat beide dienende functies. Dit is ten diepste wat God met ons wil. Amen.
 
Zullen we danken:
 
(Gebed)
Heer Jezus, we danken U voor wie U bent. U die ons vrijgekocht hebt. U die echt alles betaald heeft. En ons een nieuwe status gegeven heeft.
Heer Jezus, ik dank U dat wij door U, de Vader hebben leren kennen, en dat, dit een voortgaand proces is. Heer, wij hebben uw woord gehoord, uw stem verstaan, mogen wij weten dat U nog steeds als middelaar bezig bent om ons de Vader te doen kennen.
Heer, ik bid ook dat U ons ook in de komende tijd weer leidt en ons steeds meer duidelijk maakt wat uw bedoeling is met ons leven.
Dank U Heer, dat U zo groot over ons denkt, terwijl wij Heer, ons vaak zo zwak voelen, maar dat is niet wat ons zal tegenhouden.
Heer, maar wat U gesproken hebt, dat zal ons inzicht en overwinning geven.
 
Halleluja, Amen.

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!