Saturday, October 19, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

Geweld eindigt waar liefde begint - Jan Fluit
 
Toen ik dienstweigeraar was, dat is inmiddels alweer een jaar of 35 geleden, waren we in een pension met zo’n 18 jongens die om verschillende redenen dienst weigerden. Voor de jongelui onder ons: er was in die tijd dienstplicht. Dus je moest, behalve als je gegronde reden had om het niet te willen. Dan kon je een beroep doen op een wet ‘Gewetensbezwaren’. Dat heb ik gedaan. Dat is een hele goede keus geweest, want juist daar heb ik mensen ontmoet die de Heer kennen en dat is aanleiding geweest tot mijn bekering.
 
Het was wel een mooie tijd. Je maakte allemaal mannen mee, jongens mee, die op de een of andere manier voor het leven gekozen hadden. Ze waren sowieso allemaal tegen geweld. Sommigen heel politiek, anderen vanuit het geloof. En op die kamer hingen allerlei posters. Eén daarvan was deze. Daar staat op –want dat kan vast niet iedereen zien – ‘Geweld eindigt waar liefde begint’. Het onderste gedeelte is prikkeldraad en het bovenste is een roos. Daar kwamen we altijd binnen (?ik kan die zin niet goed verstaan) En dat is zo waar. Geweld eindigt waar liefde begint en prikkeldraad houdt daar op waar de roos begint. Het één heft het ander op. Het is maar net hoe je kijkt. Je kunt ook andersom denken hè. Er staan ook veel mensen andersom in het leven: ‘Geweld begint waar liefde eindigt’, want er kunnen dingen in je leven gebeuren die zo tegen je gevoel in zijn en zo tegen wat je hoopt en wenst en dat zó negatief is, dat je met de beste wil van de wereld daar geen liefde meer voor op kan brengen. En misschien is dat wel een goede uitspraak: “Met de beste wil van de wereld”, want dan lukt het ook niet. Met de beste wil van de hemel, ik wil niet eens zeggen “ik kom hier een heel end”, maar dan kom je er. Er wordt wat afgezongen en gesproken over liefde in deze wereld. Of niet soms? Hoeveel liedjes zouden er gemaakt zijn over liefde? En als ik goed luister waar die liefde op geënt is, dan heeft het vaak zo weinig met liefde te maken. Ik hou’ van je omdat je mooi bent; omdat je pienter bent, of omdat je veel geld hebt, of omdat je me helpen kan, of omdat, omdat. Liefde die haakt in al het mooie van de ander. Liefde die naar jou toekomt en waar jij van kunt genieten omdat de ander zo geweldig goed voor je zorgt. Dat is geen verkeerde liefde op zich, dat je geniet van het goede wat naar je toekomt. Maar Jezus heeft daar een keer van gezegd: “Als jij nou lief hebt wat jou lief heeft, wat heb je dan voor?”
 
Er is een heel mooi hoofdstuk over liefde geschreven. Dat kennen we allemaal denk ik: 1 Corinthe 13 en daar wil ik gewoon eens een paar dingen uitpakken vanmorgen.
Ik doe dat zelf grotendeels uit de Naardense Bijbel. Eerst maar eens het begin: ‘Al spreek ik in de talen van mensen en engelen, maar liefde heb ik niet, geworden ben ik een galmend stuk brons of een dof dreunende handtrom. En al heb ik de gave van profetie en weet ik alle verborgenheden en al wat er te kennen is, al heb ik al het geloof om bergen te verzetten, maar liefde heb ik niet, ik ben ….niets’. Eh, is het dan niet belangrijk om veel te kennen en veel te weten? Ja, er is ook een tekst waar staat dat het volk verloren gaat door gebrek aan kennis. Maar als ik die twee teksten bij elkaar breng, dan is volgens mij alles geschreven dat het in liefde vertaald wordt. Het weten, het kennen, het relatie hebben met de Heer zelf, mondt erin uit dat degene die dat meemaakt als geen ander liefheeft.
Ik moest er net even aan denken, als wij zingen –terecht- : “Niemand is als U”, dan zegt Vader tegen ons: “Dat vind Ik fijn dat je mij die lof brengt, maar mijn plan is dat jullie naar mijn beeld en mijn gelijkenis zijn. Ik wil zo graag dat jullie zijn zoals Ik. Zelfs dat je bent, waar Ik ben. Dat je zó leeft vanuit dat leven, dat je zo overloopt van dankbaarheid en lof, dat een ander daar direct profijt van heeft. Dat ‘ie proeft en ziet: ik heb te maken met een liefhebber, met iemand die liefheeft; die zomaar dwars door de dingen die ik misschien opgebouwd heb, heenkijkt; verder kijkt dan de buitenkant naar wat ik doe en wat ik ben en hoe geslaagd ik ben, maar die zomaar van me houdt. Een mens – misschien niet eens letterlijk, want dat kan vaak niet direct – die de armen om me heen slaat.
 
In hoofdstuk 13 vers 4 staat in de Naardense vertaling: ‘De liefde heeft een lange adem’. Dat vond ik wel mooi. Liefde heeft een lange adem. Wordt niet gauw vermoeid dus, niet moe worden om goed te doen. En hoe diep gaan die dingen? Zeven maal zeventig maal vergeven?
Dan heb je wel gezindheid hè? Ik denk dat het belangrijk is dat we meekomen in het offer van Jezus Christus. Dat heeft me de laatste tijd zo opnieuw geraakt! Als ik in de Hebreeën kijk, de Hebreeënschrijver die werkt uit – en dat was een hele beroering hoor – wat het offer van Jezus echt te betekenen had. Hij zegt dan (en die teksten kennen we allemaal hè): “slachtoffers, offergaven hebt U niet gewild”. Dan lezen wij zomaar door, maar dat moet je je eens in die tijd voorstellen. Het was bijna een klap in je gezicht! Keurig had je elke keer slachtoffers, offergaven gebracht, naar de schriften en dan komt er iemand en die zegt: “Dat heeft God niet gewild”. Dan durf  je, dan durf  je. Durf  je verkeerd offeren, beperkt offeren, aan de kant te zetten voor beter offeren? Er staat – ik ga dat gedeelte nu niet doen - maar wat mij opviel, dat er staat (elk jaar werd er geofferd hè, elk jaar opnieuw) en dan staat er bij: ‘die offers die waren om elke keer opnieuw de zonden in gedachtenis te brengen’. En ik denk dat er nog veel op die manier geofferd wordt. Ik bedoel niet in een zichtbare tempel, maar misschien wel in je eigen leven dat je relatie met de Heer in het teken staat van: ‘Alweer fout, alweer tekort, alweer niet goed, alweer de verkeerde kant op. Heer, vergeef me, vergeef me’. En dat hield niet op. En dan komt er een ander offer voor in de plaats waarvan staat: ‘dat we generlei besef van kwaad meer zouden hebben’. Dat gaat ver, dat gaat ver. Dat offer dat bracht Jezus niet voor zichzelf, maar voor mij, voor u, voor jou. Dat gaat zo diep. Ik heb eens geprobeerd – maar dat krijg ik niet helemaal klaar, nooit – maar ik heb geprobeerd me eens in te leven, in mezelf op de plek van Jezus. Dat offer van Jezus, dat hoeven we nooit over te doen. Maar het gaat me om de intensiteit van dat offer van Jezus.
Als je zelf helemaal vrij bent en een ander doet dingen fout, beledigt, ondermijnt, gedraagt zich zo verkeerd, dat je dan zegt: “Geef mij de schuld maar. Oké, het is voor mij.” Als ik gewoon even bij mezelf blijf: als er soms dingen over me gezegd worden die niet waar zijn, wat is dan het eerste wat je zegt? “Het is niet waar! Het is niet waar, want het zat zo en zo.” Je probeert onmiddellijk dat recht te zetten, want er komt schuld naar je toe. Iemand zei een keer: “Schuld is een raar dier (?), dat wil niemand hebben”. Eh, het vermogen om te zeggen: “Ik kijk daaraan voorbij en ik zet niet in om mezelf schoon te praten”, wat trouwens ook niet lukt, schoonpraten. Ik ben schoon of ik ben het niet. En als ik rein ben, ben ik rein. Als een ander dan zegt: “Dat ben je niet”, als ik rein ben, ben ik rein. Dus die uitspraak van een ander doet niets af aan mijn reinheid. Waarom ben ik rein? Je hebt dit goed gedaan en je hebt dat goed gedaan…. Nee, ik ben rein om de woorden die Hij over mij spreekt. Daarom ben ik rein, dat bepaalt mijn reinheid, de woorden die Hij spreekt. Dus als het gaat om dingen zuiver houden, zuiver zien, zuiver maken, dan moet ik bij Hem zijn.
 
Hoofdstuk 13 vers 5 zegt, dat liefde zich niet grof gedraagt en dat ze niet zichzelf zoekt; ze is uit op het geluk van de ander; ‘ze raakt niet beledigd’, staat hier. Even voor jezelf hè: als jij nou liefde bent -in navolging van Vader-, als jij liefde bent, raak jij beledigd? En hoe snel gaat dat en waardoor? Als ik niet beledigd raak, dan heb ik de volle vrijheid om goed te blijven tegenover datgene wat niet goed is. Voor alle duidelijkheid: we gaan met elkaar niet leren om kwaad ‘goed’ te noemen. Daar staat een ‘W’ over in de Bijbel hè? Wee degene die het kwade goed gaat noemen. Maar voor jezelf: raak ik beledigd? “Het raakt me heel weinig”, zegt Paulus een keer “of ik door enig menselijk gericht beoordeeld wordt.” Ga een stap verder: “ook mezelf beoordeel ik niet. Wie mij beoordeelt, dat is de Heer”. Dan ben je wel vrij hoor! Daar verlang ik wel naar, maar het lukt niet altijd. Maar ik verlang dat wel om een volgende stap te kunnen doen.
En dan –wat mij betreft de mooiste, zoals het in de Naardense vertaling staat, ook hoofdstuk 13 vers 5: ‘De liefde is geen boekhoudster van het kwaad’. Die moet je onthouden: ‘geen boekhouder van het kwaad’. Dus wat jou betreft, heeft de ander een blanco strafblad, toch? Ik houd daar geen boek van bij. Iemand zei een keer: “Ik heb ervoor gekozen om roddel en negativiteit van een ander bij mij zijn eindstation te laten vinden”. Dus met andere woorden: dan rangeer je ‘m uit, die leugen of die laster. Dan is het ook niet belangrijk of het waar is of niet. “Ja, maar is het dan waar wat de ander gezegd heeft?” Want als je dat voortbrengt – ergens staat er in de Bijbel dat het kan voortwoekeren als de kanker hè; het gaat van de één naar de ander. Die weet nog dit en die weet nog dat. Maar het werkt zo mee aan onvrede en het tast ook zo jezelf aan, je eigen wezen. Het kan zelfs zijn dat je je kennis die je helemaal niet aan jezelf te danken hebt, gewoon kennis die je te danken hebt aan de Heer, dat je die gaat gebruiken ten aanzien van een ander. Jij weet iets wat een ander niet weet, dus die ander is achterlijk, belachelijk. Terwijl de Hebreeënschrijver zegt, dat het ontegenzeggelijk waar is dat het mindere door het meerdere gediend wordt. Dus wat jij meer hebt, daar boft de ander maar mee. Jij weet dat. Dus ik kan de ander belachelijk maken dat ‘ie niet weet; ik kan de ander ook helpen met datgene wat ik wèl weet. Wat zo leuk is: de ander helpt jou ook met dat wat hij weet.
 
Maar is dat nou mogelijk hè? Is dat nou mogelijk? Of gaan we met elkaar maar vaststellen vanmorgen dat dit weliswaar allemaal hoog verheven is en heel erg mooi, maar dat we dat maar bewaren tot later om het dan toe te passen, want dat kan toch niet? “O ja, ik ben wel bereid om te vergeven, maar… er zitten wel een paar mensen, die hebben dingen gedaan en gezegd…Dat kan echt niet! Dat kan niet, dus dat ga ik ook niet doen. Die zijn te ver gegaan”.
We hebben een heel mooi voorbeeld in de Bijbel hè? Van iemand die wordt, -nou, als je het omrekent iets van een miljoen euro- vergeven. Die schuld wordt hem kwijtgescholden.  En vervolgens komt hij een ander tegen, die een euro bij hem schuldig is en die rammelt hij door elkaar en die gaat de gevangenis in, ja. Dat is toch vreselijk?! Als je het in de juiste verhoudingen zet: waar ben ik op gefixeerd, wat is mijn focus? Waar stel ik op scherp, wat valt bij mij vooral op? Ook ten aanzien van mijzelf. Als je een dag hebt waarin alles lekker loopt, het gaat goed; mooie resultaten, prima. En daar komt iets tussendoor wat negatief over jou praat. Dat heeft vaak als eigenschap dat het zuigt hè aan je. Al die andere dingen, dat lijkt net alsof het niet gebeurd is, maar dat wel. En hoe stap ik daar dan uit?
Ik vind dat we in een land leven waar het voor mijn gevoel steeds meer is dat we over van alles boos zijn. Dat mag tegenwoordig ook hè. We mogen overal boos over zijn. Ik ben wijkbeheerder en daardoor ontmoet ik veel bewoners. Die mogen op het spreekuur komen, die mogen bellen over van alles. Nou dat is prima, daar zit ik dan ook voor. Maar als je kijkt waar mensen overal boos om worden. Ze worden boos als het blad van de bomen valt. Ze worden boos als het glad is. e worden boos als er tegels scheef liggen. Ze worden boos als een boom te groot wordt of als er te weinig bomen staan. Over van alles zijn ze boos. Ik heb een collega, die gaat regelmatig naar Roemenië. Hij zegt: “Als ze daar boos zouden moeten zijn over gaatjes in het wegdek en zo, dan hadden die mensen helemaal geen leven meer. Dat is één grote kuil, dat hele land. En dan kom ik weer terug in Nederland en dan  gelijk: “De tegels liggen verkeerd, levensgevaarlijk!” (en dan zit er zoveel verschil tussen). Daar zijn we weer boos over en dat mogen we melden, want daar hebben we een gelegenheid voor. Klaagtelefoon dit, klaagtelefoon dat. En dan leg je het recht en dan is het even goed. Even later ligt er weer wat scheef en dan zijn we daar weer boos over. Dat is toch geen leven! Het is zo eng, zo beperkt, zo benauwd. O, als er maar iets in de weg ligt, dan zijn we boos en dan mogen we daar iets over zeggen, want daar hebben we recht op.
Ach, lieve mensen, wat kan je het anders doen. Wat kun je een andere weg ingaan. En die liefde….Neem nou eens –dat kan ik hier gewoon vrij zeggen, want het gaat om uw gedachten- neem nou eens iemand in gedachten, waarvan je zegt: “Jan, je staat het nou wel mooi te vertellen daarvoor, maar die heeft dingen gedaan, dat is zó erg, dat is te erg. Daar heb ik mee te maken, jij niet, maar daar heb ik mee te maken. Het is mooi hoor en ik geloof 1 Corinthe 13, maar ik kan dit niet. Dan kan ik niet. Ik  kan dit niet vergeven. Geen boekhoudster van het kwaad, maar ik krijg dat niet uit dat boek vandaan, al zou ik het willen”. Ik heb dat zelf ooit gehad. Heb ik geloof ik wel eens eerder verteld. Ik heb mijn eigen vader gehaat, jarenlang. En op het moment dat ik het niet meer wilde, was het net alsof er een filmvoorstelling kwam, gewoon van dingen die simpelweg gebeurd waren. Niet die ik verzonnen had, maar die gebeurd waren. Hoe is dat goed gekomen? Niet door redenatie, niet door een plannetje of wat dan ook, maar door liefde die in mijn hart werd uitgestort en wat me overkwam. Dat ik zomaar dingen kon zeggen, die helemaal niet normaal waren om op dat moment te zeggen, niet voor de hand liggend; het gebeurde gewoon. Als je je open stelt voor liefde van de Heer, wat zijn er dan voor dingen mogelijk?
We hadden laatst een boekje thuis van Katja Staartjes. Wel eens van gehoord? Katja Staartjes is de eerste Nederlandse vrouw die de Mount Everest  beklommen heeft. En die houdt dan lezingen. Dat is ook heel praktisch trouwens, want dan kan ze weer geld verdienen om een volgende wandeltocht te maken. Ze is ooit een keer in Duitsland geweest en heeft daar een berg beklommen. Dat vond ze zo leuk. Toen dacht ze: “Nou, als ik die berg beklimmen kan, dan kan ik een volgende berg ook beklimmen.” Ze heeft dat boekje geschreven waarin zulke leuke dingen staan, dat ik denk “dat kan je zo overpakken” hè.
 
Die berg, daar gaat het nu vanmorgen om. Die onmogelijke berg beklimmen, dat je zegt, dat ik het vermogen heb om lief te hebben. Het punt is natuurlijk: wat voor sleutel heb ik daarbij nodig? Als ik de sleutel hanteer ‘ik wil de ander liefhebben’; dan wil ik eerst kijken wat die ander nou echt gedaan heeft, of echt bedoeld heeft. Want als ‘ie ’t nou niet verkeerd bedoeld heeft, als ‘ie nou goede bedoelingen had, dan ben ik nog wel bereid om de ander te vergeven. Maar dan leg ik een bepaalde – wel een leuke misschien – maar dan leg ik een bepaalde lat. “Hij heeft het toch wel goed bedoeld, o ja. Nou, dan kunnen we wel weer door één deur”. Ja maar als hij het nou niet goed bedoeld heeft?
Jezus zegt het in korte zinnen hè? “Heb je vijanden lief”. Hoe reageer jij dan op Jezus? Zeg je dan: “Pff, man, je weet niet half wat ik meegemaakt heb. Hoe kunt U dat nou zeggen: heb je vijanden lief”. Of moeten we gradaties aanbrengen in vijanden?
Ik vond het zo mooi: een tijdje geleden las ik een stukje van Anne van de Bijl. En die man hunkert zo om Obama Benladen te ontmoeten, zonder geweer. Hij zegt: “Het is zo stom. We gaan daar heen met geweren, maar ik ga erheen met de Bijbel. Ik wil die man laten weten dat Jezus van hem houdt. Dat heeft hij nodig”. Nou dat vind ik fantastisch, echt waar, die houding.  Maar kan ik zo’n berg beklimmen? “Nou”, zegt die Katja Staartjes: “Als je wilt gaan klimmen, dan begint het met kiezen voor de consequenties van die klimtocht. Waar kies ik voor? Er zijn een aantal dingen nodig en het heeft wat consequenties en het kost wat”. Het beklimmen van de Mount Everest kost veertig duizend euro. Daar stond ik helemaal versteld van. Ik dacht: “Nou ja, je stapt in een paar goeie schoenen en ‘gaan met die banaan’, zeggen we dan tegenwoordig hè. “Dus dan beklim ik die Mount Everest wel”. Dat heeft zo’n voorbereiding nodig. Sterker nog: als je denkt dat je in één keer die Mount Everest op kunt rennen, nou vergéét het maar! Daar ga je dood aan. Dat zal in fases moeten gebeuren, naarmate je klimt en stijgt en die lucht ijler wordt. Dus je moet gaan berekenen: wat heb ik nodig? Als ik dingen aan wil gaan, dan moet ik kijken of ik het vermogen, wat het kost, of ik dat wel heb. Nou, dan ga je kijken bij jezelf. Hoe vaak heeft iedereen van ons niet gezegd: “Dat kan ik niet aan”. En hoe vaak heeft de Heer daarvan gezegd: “Wat vind Ik dat nou zonde Jan”. Als je zegt: “Dat kan ik niet aan”, dan doe je weer net alsof je weer helemaal alleen bent. We zijn samen begonnen, je bent begonnen in de Geest en nou eindig je weer in het vlees en nou zit je weer te kijken van: “Kan ik het wel aan?” Dat was toch je armoede, toen we niet samen optrokken?!  Als  je nou eens begint met de rijkdom van wat Ik je gegeven heb: vergeving van zonden, volheid van de Heilige Geest, inzicht in de onzienlijke wereld. Ik heb jou een vermogen gegeven om ook barrières, leugen, duivel te slechten. Dat heb Ik jou gegeven. En daar stap je net zo min, als op zo’n berg, als een dolle in en je zegt: “Nou dat proberen we maar”. Want dat zegt zei bijvoorbeeld ergens: “Je moet dingen niet proberen.” Even kijken, waar stond dat ook weer?  “Er is een groot verschil tussen iets écht willen en ’ook wel’ willen”. Soms denk je misschien: “Nou, ik wil het wel proberen”. Nou, dat spat niet van de energie, van ‘daar gaan we eens even voor!’. “Nou, ik wil het gerust proberen”. Ja, als je iets wilt, wil je dan ook? Ga je er dan ook voor? Laat je er dingen voor? Oefen je dan ook? Het leek mij al een hele tijd leuk om – ik houd van wandelen – om eens weer een flinke uitdaging in wandelen aan te gaan. Ik wilde de Kennedymars vorig jaar graag doen. Dat is 80 km in één keer. En dat is gelukt, trouwens. Daar ben ik best trots op. Maar daar ging wel oefening aan vooraf. Ook toen niet dat je zegt van: “Nou, hang het rugzakje maar op en gaan”
Nee, dat heeft enige voorbereiding nodig en goede materialen. Maar wil je het of wil je het niet?  Of denk je: “Nou, ik probeer wel en als het een beetje tegenzit, dan doen we het maar niet”. Wat ook heel belangrijk is: dat je geloof krijgt in jezelf, die trots. Maar God heeft geloof in jou, of niet soms. Hij heeft toch geloof in jou, als mens. Hij ziet jou nog eerder dan dat jij jezelf ziet zitten, inclusief capaciteiten. Ik weet nog, dat de tekst die ik met mijn doop kreeg uit Titus – dat is zoiets van: ‘Opdat jij die je geloof in God stelt, ervoor zorgt vooraan te staan in goede werken’. Hallo! “Ook wel wat goed doen” Nee, ‘vooraan te staan in goede werken. Maar daar ging wat aan vooraf hè: ‘Jij die je geloof op God bouwt’. Als je dat doet, dan zijn er opeens dingen mogelijk. Dat is zo prachtig.
Zei zegt ook: “Er is wel moed voor nodig om op weg te gaan”. Ja, het is wel een stap die je zet. Dat je op een gegeven moment zegt: “Ik ga ervoor. Ik laat er ook dingen voor achter, want ik ga dingen tegenkomen die best pittig zijn”. Wat ze ook zegt: “Het vraagt ook flexibiliteit en improvisatievermogen”. Hoe flexibel ben ik? Weet je, Jezus was zo flexibel. Niet ten aanzien van de waarheid. Daar stond Hij in als een huis. Jezus kon toch met alles en iedereen omgaan. Als er mooie dingen naar Hem toekwamen. Zijn blijdschap, Zijn duidelijkheid. Als er lelijke dingen naar Hem toekwamen; hetzelfde. Hij bleef wie Hij was. En dat was het mooie hè: Jezus isliefde. Net zoals de Vader. Er wordt wel eens gezegd: “Eén van de eigenschappen van Vader is liefde”, maar ik denk dat je het anders moet zeggen. Het is niet één van Zijn eigenschappen. Hij is dat gewoon, dat is Zijn wezen. Daarom is ook alles wat Hij maakt uit die liefde ontstaan. Liefde brengt zoveel leven tevoorschijn. Ook als je zo zelf kijkt naar dingen. Je kan zeggen van: “Zo, tjonge, tjonge; wat wordt er niet gezegd en wat kom ik niet tegen?” Maar: “Wat kan ik hier voor moois van maken.” Als deze mens nou eens bemind zou worden -  die mens die zich zo rot tegen jou gedraagt hè - als die nou eens bemind zou worden. Hoeveel liefde zou ‘ie ervaren hebben? En dan kan ik zeggen: “Nou God, zorgt U nou dat hij de komende tijd wat liefde gaat ervaren”. Dat kan ik zeggen. Maar tien tegen één dat God zegt: “Prima, dan ben jij mijn man (of vrouw) . Dat wil Ik doen door middel van jou. Jij bent de vertegenwoordiging van Mijn liefde. Jij mag het laten zien. Maak jij maar een end aan dat prikkeldraad. Wees jij maar die geur van Christus om dingen te gaan doen”.
 
Ze zegt ook: “ Een heel belangrijk punt is angst. Bang om de controle te verliezen”. Ja…ken ik ook wel. Het is lekker hè als je alles onder controle hebt. Dat heb je afgebakend, dat heb je geregeld, daar heb je bij voorbaat voor gezorgd. Alleen in het leven gaan een aantal dingen niet volgens die controlemeganismen hè. Soms gebeuren er dingen, die zou je wel anders willen, maar ze gaan niet anders. “Heer, zorg toch dat het anders gaat”. Maar het gaat niet anders. En wat dan? Houd ik dan nog wat over? Dan  komt het volgende punt: dan laat ik los. Ze zegt: “Als je de berg opgaat dan heb je de neiging – want het is zo’n lange tocht en je hebt zoveel nodig – dan neem je heel veel mee”. Nederlanders zijn daar sterk in. Als ze op vakantie gaan, nemen ze de hele huisraad mee, want we willen de vakantie ergens hebben, maar met alle gemakken van thuis hè. Maar als je dat om je nek hangt en allemaal meesleept, dan kom je niet boven op die berg. Dus dan moeten er dingen af. Die moet je loslaten, dat vertrouwde. Wat zo mooi in jou systeem zat. Je kon altijd terugvallen op bepaalde dingen en dat kan dan niet. Durf je dat? Durven loslaten. Als je het durft, dan is dat een teken omdat je een ander vertrouwt. Ze zegt ook: “Zo’n top bereiken, dat doe je nooit alleen. Ze zei: “Ik kan van mezelf zeggen dat ik als eerste Nederlandse vrouw die top bereikt heb, maar dat deed ik niet alleen. Dat deed je samen”. En echt, als jij denkt dat jij het alleen kan, dan heb jij het mis. “Ja, samen met de Heer”. Ja, zeker. Maar dan ook samen met Zijn mensen, altijd. Door middel van dat gemeenschappelijke. Het is soms goed om ook los te laten, dat je een ander vertrouwt. En dat ook eerst niet allemaal vastzetten.  Van: “Doet die ander het allemaal wel goed?” Wil je zelf zo beoordeeld worden? Hoeveel liefde blijft er dan nog over?
Weet je, als je merkt dat er een plek is waar je veilig bent, dan ben je ook niet zo bang meer om het verkeerd te doen. Dan hoeft het niet zo nodig allemaal van: “Het wordt dit en het wordt dat. Ik kan dat zo geweldig!”
Ze zegt: “Berg opgaan”  - dat is ook zo’n principe wat ik niet weer vergeten wil – “dat is twee stappen vooruit en één terug”. Ze zegt: “Want het is vermoeiend. Dus je gaat omhoog en dan moet je weer even terug, omdat je dat anders niet trekt”. Je kan wel zeggen: “Ik wil zo snel mogelijk naar die top”, maar dan kom je daar dus niet. En je kan de gedachten hebben: “Ik  heb de Heer en nou zal het gebeuren en nu gaan we. Nou gaat het allemaal snel en Hij is met me”. Maar Hij zegt ook van: “Doe nou even rustig. Je loopt en dan kom je dingen tegen en die zijn zwaar. En dan doe je even een stapje terug en dan doe je de volgende stap”. Het leuke vind ik, dat bij dat stapje terug – die twee stappen vooruit en die stap terug – dat is elke keer terug naar dat basiskamp. Daar zit een groot geheim in. Kom jij nog wel geregeld in je basiskamp? Basis: dat offer van Jezus. Dat is eens voor altijd. Waarin Hij zegt: “Wacht even: jou ‘ik’ is belangrijk, maar die komt ten volle tot zijn recht door Mijn ik, door wat Ik gedaan heb. Anders ga je misschien verkeerd offeren en voordat je het weet ga je ‘slachtofferen’. Dan gaat een ander eraan. Dus: zo zuinig als Ik op jou ben, wees ook zo zuinig op de ander”. En in dat basiskamp, daar leer je weer het basisprincipe van: “O ja, wij samen. U en ik. U vooraan, U het voorbeeld, U die alles volbracht hebt”.
 
Het is soms ook de situatie aanvaarden, zoals die is. Ze zegt: “Dan zit je in zo’n tent en je wilt de top bereiken. Maar er is buiten een sneeuwstorm, het vriest 30 graden en dan zit je in die tent en je wilt naar de top. Maar het sneeuwt. En dan zit je op de volgende manier in die tent: “Ik wou dat het eens een keer stopte met sneeuwen. Ik moet naar boven en hoe lang zitten we hier nou al niet? Een halve dag, een hele dag, anderhalve dag, al twee dagen.” Ze zegt: “En dat kost zó veel energie, dat nadenken over hoe het had kunnen zijn en dat het anders had moeten lopen en dat het je maar stoort in je vooruitgang”.  Ze zegt: “terwijl je ook zou kunnen zeggen: “Ik heb nu een moment van rust.”  Dus investeer nou niet in dingen waar je niks aan kan veranderen hoe het gemoeten had, maar kom eens tot rust. Kom eens tot rust in datgene wat de Heer van je zegt, van je vraagt, van je gelooft, van wat Hij je aanbiedt. Dat is zo’n andere manier van leven.  Dat is zo ontspannen.
“Want” zegt ze, “het heeft bij al die tochten die ik gedaan heb nog nooit zo lang gesneeuwd, dat het nooit meer over gegaan is.” En dat is eigenlijk ook een hele grote waarheid. Sommige dingen die gebeuren, nou dan gebeuren ze.
 
Ik pak er nog een paar. Jij moet beslissen, jij moet beslissen wat voorrang heeft. Als je in je relatie met mensen dingen tegenkomt, dan beslis jij wat voorrang heeft. “Ja, dat beslist de Heer”. Ja, maar jij bent de uitvoerder daarvan hè? Wat heeft bij jou voorrang, wat weegt het zwaarste? Waar ga je op in?
Tot slot: Geen topsucces zonder moment van bezinning. ‘Kom tot de werkelijke nuchterheid’ staat er ergens. ‘Als je tot de werkelijke nuchterheid komt’ staat erachter, ……? ……….., dat is het meest nuchtere. Dan ga je die relatie aan met degene Die zó van je houdt, Die jou zó ziet zitten, Die je zo zegent, Die je zo goed doet. Want echt waar hè, de wereld heeft zo’n behoefte – ik heb het vorige keer hier gehad over tuinieren toch? – de wereld heeft zo’n behoefte aan rozen; aan een goeie geur, aan zegen (?).Dat is zo mooi. De wereld zit niet te wachten op nog meer prikkeldraad hoor, stekeligheid. Alles constateren wat niet goed is. En als gemeente – ik denk dat we als gemeente maar op één manier zichtbaar kunnen worden. Dat is: Er wordt daar van je gehouden. “Ja maar ik heb…” Er wordt daar van je gehouden. En als je het verbruid hebt, dan zijn ze daar om je te helpen van het verkeerde pad af te komen. Dat is zo bijzonder, want dan komt er een hele, hele veilige plek. Aan veiligheid, daar heeft ieder mens behoefte aan. Het begint met onze relatie met de Heer hè. Daar ben je veilig. Dan word je zelf ook veilig hoor. Dus heb lief. Houd geen boek van het kwaad, houd maar een boek van het goed. Dan is de ander ook geen onbeschreven blad meer, maar een beschreven blad van hoop en toekomst. Als wij leven door de Geest, komt dat tevoorschijn. Uiteindelijk hebben wij de belofte dat heel de schepping herstellen zal hè. Nou, dat is eerst nog even een stap te ver. Laten we de eerste stappen op weg daar naar toe maar zetten met elkaar en de Heer zegent ons daarin.

Amen.   

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!