Saturday, October 19, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size



Van aanklacht vrij, 1 Cor 1 : 8
Preek  Henk Moorman    
 
 
 
 
Ik lees met u een stukje uit  de 1e Corinthebrief, hoofdtsuk 1, en ik begin bij 1 Cor 1: 4.  
“Ik dank God ten allen tijde over u, vanwege de genade van God,
die u in Christus Jezus geschonken is; want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem; in ale
woord en alle kennis, gelijk het de getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is, zodat
gij ten aanzien van geen enkele genadegave tekort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus.   Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus Christus.  God is getrouw door, wien gij 
geroepen zijt tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer.”
 
Dit is best een bekend stukje. Ik wilde daar uitlichten vers 8: “Hij zal u ook
bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus
Christus.”    
Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar als ik denk aan onberispelijk, dan breng ik dat in
verband met alles tip top in orde, alles goed gepoetst en geboend, niet op de verkeerde plaats, nergens iets op aan te merken. . Ik moet denken aan zo’n militaire parade: de manschappen allemaal in gala-uniform , nog even de laatste inspectie, de pink op de naad van de broek, het laatste stofje er nog even af, on-be-ris-pe-lijk !    Helemaal  niets op aan te merken.   Maar eigenlijk ook zo saai en zonder verrassing.  Zo voorgeprogrammeerd. 
Dat kan toch nooit de edoeling van het evangelie zijn.   
In  een andere vertaling zie je dat daar in plaatst van onberispelijk, staat: “van aanklacht vrij”  
En dat is ook precies wat er in de grondtekst staat:  “Van aanklacht vrij, niet te beschuldigen.”   
In het engels staat er: “Niet te blameren”, niet door beschuldiging, of verwijt te treffen.  Dát
klinkt toch heel anders hè, tenminste voor mij wel hoor.   Je zou kunnen zeggen: zo volgroeid, dat er niets meer in je is te vinden voor de tegenstander, niets waarop hij nog grip zou kunnen hebben, dat alles volgroeid is, volkomen, en de boze hij vindt helemaal niets meer in mij.  Van alle aanklacht vrij: onberispelijk.
 
De vraag is nu, hoe kom je op dat punt.  Hoe kom je op dat punt, onberispelijk bent, dus van
alle aanklacht  vrij.  Serieus als wij zijn, is dat iets waar je aan werkt hè?  Je wilt toch graag
onberispelijk worden, zodat er niets meer in je te vinden is?  Dus ga je daar zelf  hard aan
werken.  Want je wilt zo graag leven naar Gods wil.  En dan heb ik het over christenen die
werk maken van hun christen zijn.  Die niet zeggen: christen zijn betekent een paar keer per
jaar - en in elk geval met Kerst - naar de kerk en dat is het dan wel. Nee dan gaat het over hen die serieus werk maken van hun geloofsleven.  En het zijn er veel, christenen die zich enorm inspannen en echt werk maken van hun onberispelijkheid.  Die wegdoen wat er niet hoort, want zo wil God het toch?
Dat is natuurlijk ook een beetje waarop wij door de buitenwacht beoordeeld worden.   Als
mensen kritiek hebben op christenen hoor je meestal: “Ja ja, ze  noemen zich christen en ze
gaan mooi naar de kerk, maar ……. “  en dan komen meestal de onvolkomenheden en de
dingen die niet sporen met wat je zegt te zijn.  En ik vind dat op zich ook  niet verkeerd
hoor, dat mensen zeggen: “je zegt wel dat je christen bent, mag ik het dan ook zien.”  
Dus zo vreemd is dat natuurlijk niet.  Maar de vraag is of je daar moet beginnen.  Want als je
dit stukje leest dan is onberispelijk zijn het gevolg.  Het is het gevolg van iets.  En dan niet
het gevolg van iets wat je zelf doet! Het is het gevolg van iets dat de Heer doet, want dat staat er.  Hoe word je onberispelijk op de dag van de Heer? “Doordat Hij je bevestigt ten einde toe.”   Dààr begint het mee.  En dat keert de zaak eigenlijk net om. Onberispelijk zijn, dat er geen aanklacht meer tegen jou mogelijk is, dat is het gevolg van iets wat God aan jou
doet.   Hij bevestigt jou.   En voor  ‘bevestigen” daar staat iets als: vast, stevig, duurzaam
maken. En van daaruit betekent het ook:  betrouwbaar geloofwaardig, echt, uit één stuk.  
Dat is wat God van jou maakt, zegt Paulus hier in de Corinthebrief.  Hij maakt dat je uit één
stuk bent.  Niet meer twee maar net zoals de Vader zelf één en onveranderlijk goed.  Hij
maakt je geloofwaardig.   Hij maakt je geloofwaardig, zodat mensen kunnen zeggen: “Als hij
of zij dat zegt, dan is dat zo, daar kunnen we van op aan.”  Hij maakt je betrouwbaar, zodat
mensen kunnen zeggen, als hij of zij dat belooft, dan gaat het door ook, dan komt het goed,
daar kunnen we op rekenen.  Maar het begint met God, met de Vader die jou daarin
vastmaakt, die je  betrouwbaar, die je geloofwaardig maakt, zodat je bent wie je bent. Altijd
en onder alle omstandigheden  En wat dat betreft denk ik dan ook, dat je aardt naar je Vader, wiens Naam is JHWH, “Ik ben die Ik ben”.  Want dat is wel het mooiste, vind ik, dat God dááraan werkt dat je ten volle mens wordt.  Dat is een chapiter waarop ik altijd terugkom, dat zul je intussen wel gemerkt hebben.  Want je ziet op het geestelijk erf dat voor een hele hoop christenen het hoogste wat je kan bereiken en waar je dus aan moet werken, dat is dat je jezelf ontstijgt.  Dat je loskomt van jezelf en helemaal opgaat in God, want dàn ben je pas echt geestelijk – denkt men.   En dan zie je ook dat mensen het als een bewijs van geestelijkheid zien, dat ze zich zelf niet meer in de hand hebben, dat ze buiten zichzelf raken. Terwijl God al vanaf het begin bezig is mensen  te maken en wel naar zijn beeld en gelijkenis.  
 
Mens, dat ben je zelf dus.  Ten volle mens. En mens worden dat doe je in relatie.  Het lukt je
nooit om alleen op je “onbewoond eilandje” mens te worden.  En dat onbewoonde eilandje
dat kan gewoon het leven zijn waar je nu midden in zit hoor,.  Dat hoeft niet in de Stille
Zuidzee te zijn.  Je kunt als mens heel alleen op een onbewoond eilandje wonen, ook leef je
midden tussen de mensen.  Maar dat is geen leven, dat is geen mens zijn.  Van daar altijd
weer de roep van God: “kom bij Mij, doe het samen met Mij.  Ik zoek jou mens, Ik wil niet
zonder jou, Ik wil niet zonder jou.” En leg nu eens de nadruk opjou:  “Ik wil niet zonder jou!”  
In relatie wordt je mens, ook in relatie met elkaar, met andere nmensen.  Het is niet goed dat de mens alleen zij, dat staat op een van de eerste bladzijden van de bijbel al.   Je hebt elkaar nodig hoor en je bent aan elkaar gegeven.  En als er staat: God bevestigt JOU, dan wil dat zeggen dat Hij jouw persoonlijkheid als uitgangspunt neemt. Hij maakt niet iemand ànders van je, Hij neemt jouw persoonlijkheid als uitgangspunt en dààr maakt Hij iets moois van.  
Je persoonlijkheid is dus inclusief je wensen, je verlangens, je karaktereigenschappen, je
capaciteiten, noem het allemaal maar op.  
Dààr gaat God mee aan het werk en dàt bevestigt Hij.  Dàt maakt Hij solide, dàt maakt Hij
één.   En dan kun je afrekenen met die rare gedachten: ”Als de Heer ècht aan het werk
gaat in je leven, dan zul je zien, dat Hij je iets laat doen wat helemààl niet bij jou past, dan
vraagt Hij je vast iets te doen wat je helemààl niet wil, wat je helemaal  niet ligt.”   Want, is
dan waarschijnlijk de gedachte, als het dan toch uitwerkt,  dan is het God tenminste die de
eer krijgt en niet jij, want ja…. jij kon op dat gebied niets, helemaal niets,   Dan denk ik, hoe
kom je daar toch bij. Stel dat je als leidinggevende zegt: er moet een klus geklaard worden,
een werk tot stand gebracht worden en daar zoek ik nou mensen voor uit die op dat gebied
niets kunnen, daar geen opleiding voor hebben, daar geen gevoel voor hebben, en die ga ik
daar voor inzetten. Want als het dan goed gaat is het duidelijk dat het niet aan die
medewerkers ligt maar aan mij als manager.  Wat denk je, hoe lang gaat dat goed? Ik denk dat zo’n bedrijf snel failliet zal zijn. En een manager die zo zijn bedrijf runt, die vliegt er ook snel uit.
God is wel wijzer; Hij sluit aan bij al die prachtige eigenschappen die Hij in je gelegd
heeft.  Bij de een is het dit en bij de ander is het dat, en bij een derde zijn het nog weer
andere kwaliteiten waar God bij aansluit.  Dàt maakt Hij volgroeid, dàt bevestigt Hij.
Kijk in je eigen leven: liefde, natuurlijk heb je liefde, maar is die liefde al volgroeid?  Bij mij
niet kan ik je wel vertellen.  Maar God bevestigt het; Hij maakt dat ook die liefde door en
door betrouwbaar wordt , één en onveranderlijk.  Zodat, als je onder druk komt te staan,  er
dan nog steeds goedheid uit je komt.  En als de druk toeneemt dat er dan nóg steeds goedheid uit je komt.  Geen goeïgheid,  want dat is wat anders hoor.   Je mag best duidelijk zijn en je mag grenzen stellen, maar dat er nooit geweld uit je komt.   Ja ik weet, dan heeft God nog wel even werk, tenminste als ik naar mezelf kijk.
En dat vraagt natuurlijk ook van de mens dat je ontvankelijk bent voor correctie.  Want als
God je gaat bevestigen en je één maakt, kan het ook zijn dat Hij tegen je zegt: “lieve mens
van Mij, daar zitten dingen in je leven die je beter kan wegdoen, dat staat je in de weg.”  En
tegen de een zal Hij misschien moeten zeggen: “kom nu eens uit die slachtofferrol, die rol van ik ben zielig en het ligt altijd aan een ander.  Kom eens uit die slachtofferrol. Dat is drijfzand, je zakt erin weg, je kunt zelf niet eens leven en je heerst op die manier in feite over anderen.
En tegen een ander zal Hij moeten zeggen: “Je bedoelt het heel erg goed waarschijnlijk, maar stop nou eens met andere mensen te sturen en dingen voor hen te regelen en ze te duwen in de richting waarvan jij denkt dat het de beste is. Je schept geen vrijheid, je bedoelt het goed maar je overheerst, je bent dominant.   Dat moet je niet doen, leg dat eens af.”  
De vraag is dus:  sta ik open  voor correctie? Want er is onmetelijk veel vrijheid in het
koninkrijk van God hoor, echt waar.   Maar voorwaarde is wel dat je je steeds openstelt voor
aanwijzingen van de Geest. En die kunnen ook heel goed door mensen naar je toe komen.
Je hoeft correctie niet aan te nemen omdat mensen het zeggen. Waar het om gaat is dat je je eigen doen en laten enje eigen mening tegen het licht wilt laten houden, het licht van het
evangelie en dat je open staat om je te laten overtuigen door Gods geest.  Daarvoor heb je
tenslotte de Heilige Geest gekregen.  
 
Is het de bedoeling dat je Gods wezen in al zijn facetten in jouw leven openbaart? Ik denk dat dat niet kan.  God is zo vol van goedheid zo oneindig  vol liefde, zo onvoorstelbaar creatief.
Al die wezenskenmerken kunnen toch nooit in dat ene mensenleven van mij, allemaal ten
volle tevoorschijn komen.  Doorvoor heeft God, denk ik, een veelheid van mensen geschapen, een mensheid, opdat die veelkleurigheid van Zijn wezen in zoveel broers en zusters gezamenlijk tevoorschijn komt.
Ik ben er van overtuigd dat Gods wezen tevoorschijn komt juist ook weer in die dingen die zo
bij jou passen.   En als je er van doordrongen bent dat onberispelijk worden het resultaat is
van wat God aan jou doet dan begrijp je tegelijk dat het niet het resultaat kan zijn van eigen
kap- en snijwerk.  Er zijn veel te veel gelovigen die zeggen: “O, ja Ik wil en ik moet volmaakt
worden, onberispelijk zijn. Als ik dat wil bereiken dan moet ik in mijn eigen leven dààrmee
kappen, dan moet ik dàt wegdoen en dàt moet eruit  en dàt snij ik weg uit mijn bestaan. En als we alle zwarte randjes en alles wat er niet bijhoort hebben weggesneden, dàn hebben we
eindelijk de mens Gods, naar Zijn beeld en gelijkenis.”
Volgens mij werkt het zo niet, en als je zo al iets zou bereiken dan heb je met al je snijwerk
wel een gesnedenbeeld gemaakt van de Vader.  En er staat al heel vroeg in de bijbel, in de tien geboden: je moet je geen gesneden beeld maken. Hou  maar op met het snijwerk in je eigen leven en laat God je nou bevestigen.   Natuurlijk, als je duidelijk wordt dat er dingen in je leven zijn, die je weg moet doen, wees dàn consequent en resoluut. Maar omdat het je
duidelijk wordt en dan wil je er ook afstand van doen, je wilt toch rein leven;  en dan is het 
niet van buiten opgelegd.   
 
Dus ik zou zeggen begin aan de goede kant.  Begin niet achteraan, bij iets wat een gevolg
hoort te zijn, begin vooraan.   Begin bij de bevestiging!  Hoeveel mensen hebben dat niet
gemist.  Gewoon in hun jeugd en hoe ze opgegroeid zijn.   Ieder mens heeft de bevestiging
nodig, dat je er mag zijn, dat het er toe doet, dat je er bent.   Dat ze je graag zien. Dát is
bevestiging.   Ik denk dat God daarom ook daarmee begint.  Het is zo fundamenteel; het
vormt de basisveiligheid in je bestaan.  Dat je weet: “Ik word bevestigd, God zegt ja tegen
mij.”  God zegt: “Ik geloof in jou”. Dàt is bevestiging.   Dus begin maar aan die kant, en
betrek Jezus in je leven, betrek Hem héél concreet in je bestaan, want Hij wil dat graag.  Hij is
geen Heer op afstand, die je op pad stuurt met: “mensen, hier heb je de gebruiksaanwijzing en de routekaart, dat is het einddoel en daar zien we elkaar wel weer”. Hij is iemand die mèt je de weg gaat, die als dat nodg is mèt je door het diepe dal gaat. En als ik naar de geschiedenis van Israël kijk, dan kun je zeggen Hij is degene die mèt jou de weg opgaat, zelfs  als je de verkeerde weg zou inslaan.  Denk maar aan Israël dat zo graag een koning wilde hebben, net als de volgen rondom hen..  “Ik zou het niet doen”, zegt God, “maar als jullie het per se willen, goed dan krijgen jullie een koning.”  En God werkt vervolgens mee aan iets wat
helemaal zijn plan niet was.  In plaats van te zeggen:” Nu zoeken jullie het maar uit hoor,
jullie moeten zo nodig een koning, ga je gang maar dan zonder Mij.”  Zo is God niet.  Ik vind
dit wel groots hoor.  En dat maakt ook dat je een stuk spanning achter je kan laten, de angst
om een verkeerde weg in te slaan, om de verkeerde keuze maken, omdat je denkt dat God je
dan alleen laat staan.  God blijft evengoed van je houden; houdt immers onvoorwaardelijk van je. En Hij  blijft je evengoed vasthouden.  Tenzij je willens en wetens zou zeggen: “Ik
hoef God niet”.   Maar  dat kan je je toch niet voorstellen!  
 
Begin dus aan de goede kant en vier het feest van de hereniging met God.  Ik lees nergens in
de bijbel: “Er is blijdschap in de hemel want er is weer iemand onberispelijk geworden”.  Ik
lees wèl in de bijbel: ”Er is blijdschap in de hemel want er heeft zich weer iemand bekeerd tot God”.   Dat vind ik zo prachtig, dat God zegt: ” Yes, heb je dat gezien, er is weer iemand, die Mij heeft gevonden.”  Blijdschap in de hemel.  En dat onberispelijke? Dat komt wel.  Zeker: Jezus zegt: “Gij dan zult volmaakt zijn gelijk uw hemelse Vader volmaakt is”. Je kunt dat lezen als een wet, een opdracht. Maar het is een belofte: Jij zult net zo volmaakt worden als jouw hemelse Vader.  Houd dat maar vast en laat je maar bevestigen, dan zul je zien dat die    belofte waar wordt, dat Gód zijn belofte in jou waar maakt.  God zoekt jou te helen, te helpen, te volmaken Dan is het dus belangrijk dat ik ook kind durf te zijn, hè. Want je hebt het over een vader. En de een heeft daar een beter beeld bij dan de ander, wat een vader is.  Dat is dus iemand op wie je  terug kan vallen.  Dat is iemand van wie je kan zeggen: ik weet het niet, maar ik weet wel, er is iemand die mij opvangt, er is iemand die de vaste grond onder mijn bestaan is.  
Er is iemand aan wie ik mij helemaal kan toevertrouwen.   Dat idee, gewoon weer kind zijn.  
En ik denk wel eens heel wat christenen, en juist ook evangelische christenen, hebben dat wel eens een beetje overgeslagen. Heb je tijd gehad om kind te zijn toen je geestelijk tot geboorte kwam?  Of moest je meteen volwassen zijn, sterk zijn, strijden, verantwoordelijkheid dragen, groter dan bij je paste? Immers “wij zijn de koningen Gods en wij slaan de hele legermacht van de vijand neer”. Is er ruimte geweest om kind te zijn?   Om er ook achter te komen, dat het niet door jouw kracht of geweld is dat dingen veranderen en dat de tegenstander verslagen wordt, maar dat het gebeurt door de kracht die van God uitgaat?   En dat dat geen gewelddadige kracht is, maar dat is de overmacht van zijn liefde, en de kracht van zijn Licht?  
Hij is één en enkel licht, en dát is waar de duisternis voor wijkt!  Kind zijn in het Koninkrijk
van God, het is belangrijk hoor.   Kijk naar Jezus.  Zijn discipelen hebben er onderweg met
elkaar al uitvoerig over gesproken en op een gegeven moment stellen ze Hem de vraag:
“Heer, Heer, wie is nu de meeste zijn in Uw Koninkrijk?”  Ieder van hen zag zich zelf al op
de troon naast Hem. En dan zegt Jezus heel simpel: “Jongens als je niet wordt als een kind,
dan kom je niet op die troon, sterker nog: dan ga je het Koninkrijk zelfs niet eens binnen.” 
Dat is blijkbaar waar het om draait. Dié gezindheid die hoort bij het kind.
 Ik moest denken aan die gelijkenis van die vader met  twee zonen. Meestal heet die de
gelijkenis van de verloren zoon, maar er zijn twee jongens, twee zonen. En dan staat er:  Er
was een man en die had twee zonen, een jongste en een oudste. En de jongste die zegt op een gegeven moment: ”Nou Vader, ik heb het hier wel gezien, geef mij mijn deel van de erfenis maar, dan vertrek ik.”   Het opvallende is dat die jongste, die van zijn vader weggaat, niet anders doet dan over vader praten. Als hij weggaat: “Vader,” zegt hij; “ik wil weg, mag ik de helft van de erfenis?”  En als hij daar in een vreemd land zit, schillen te eten bij de
varkens, dan zegt hij: “Ik heb een vader, die heeft dagloners die het beter hebben als ik.  Weet je wat, ik ga naar mijn vader  en ik zal zeggen; Vader ik ben niet waard uw zoon nog te heten.  En als hij terugkomt, het eerste wat hij zegt is: “ Vàder!   Hier ben ik weer”  Lees het
stukje maar eens na, hij heeft het voortdurend over “vader”. Die andere jongen, die oudste, die krijgt het woord “vader” zelfs niet één keer over zijn lippen, niet één keer.  En wat is het
verschil tussen die twee jongens?   Die oudste die leeft eigenlijk als had hij geen vader,
als was hij geen zoon.   Hij leeft als dagloner, als knecht.   De verhouding tussen die oudste
jongen en die vader is als heer en knecht, als meester en slaaf.   En het hoogste wat die jongen bereikt heeft – hij zegt het zelf op een gegeven momen -  dat is:  “Vader, ik heb nooit één van uw geboden overtreden, ofwel, ik ben onberispelijk, Vader.”   En dan zegt God: “Wie heeft at van je gevraagd eigenlijk?”   Dat staat daar zo niet maar dat voeg ik er aan toe.  Zo zat zijn leven in elkaar.   Zijn leven bestond eruit om het zijn vader naar de zin te maken:  “Vader als u iets gebood heb ik het gedaan, als u iets verbood heb ik het niet gedaan,  nooit heb ik één van uw geboden overtreden”. Onberispelijk was hij, gemeten naar de maatstaven van de knecht.  Maar hoeveel leven, hoeveel vreugde zat er eigenlijk in zijn bestaan? Niet veel hoor. 
Hoeveel ruimte voor de ander? Ook niet veel, want als zijn jongste broer thuiskomt, is die
vader zielsgelukkig, geweldig blij,  maar die oudste jongen loopt te mopperen: “Nou moet je
toch nagaan, voor hém het gemeste kalf, en als ik een feestje wilde vieren niks, niks mocht 
er.”   En de vader die dan zegt: “Mijn kind, al het mijne is het jouwe.”  Dát was nooit bij
hem opgekomen.   Nee, dat komt niet op bij een slaaf, want dat is voor de zoon.   Dat is nu
een mooi voorbeeld van iemand die zijn hele leven bezig geweest is met onberispelijk te zijn,
om het zijn vader naar de zin te maken.   En dan zie je een vader die zegt: “Mijn kind, waar
ben je toch mee bezig, alles wat  van mij is, is van jou.” Dat was al die tijd al zo, maar wie als
een knecht leeft en niet als een zoon kan dat niet bevatten.  Die stelt zichzelf ook buiten de
vreugde. Die oudste zoon weigert mee feest te vieren, hij blijft buiten staan.. Zijn
levenshouding maakte dat hij zich zelf tot een buitenstaander maakte waar het gaat om de
blijdschap van Gods Koninkrijk.
Ach, ieder mens herkent, denk ik, wel iets van zichzelf in alle twee van die jongens.  En in
verschillende opzichten moet je ze geen van beiden navolgen denk ik.   Die oudste zou je
daarin willen navolgen dat je dicht bij de vader blijft, maar niet daarin dat je probeert om
door plichtsbetrachting de goedkeuring van de Vader te verwerven, je eigen gerechtigheid
probeert te bewerkstelligen. Anders denk je nog dat je op het eind van je leven kunt zeggen:
het is gelukt Vader, er is niets op mij aan te merken, ik ben onberispelijk. Maar waarvoor is
Jezus dan gestorven? Van aanklacht vrij wordt je alleen doordat er iemand ander, Jezus
Christus,  voor eens en voor altijd de aanklager de mond heeft genoerd door in jouw plaats
een aangeklaagde te worden.
En die jongste zoon, volg hem maar  niet na, door te zeggen: “Vader, ik kan het wel zonder u,
ik vertrek.”   Maar volg hem wel daarin na dat je altijd in je meedraagt, waar je ook
bent en hoe je er aan toe bent: “ ik heb een vader, waar ik altijd weer naar terug kan”. En
leer van die Vader maar, denk ik dan, om altijd te zeggen: “de deur staat open, ik heb naar je
uitgezien, al die tijd. Ik ben blij dat je er weer bent!” 
Kijk, wie zegt dat er aan de kinderen van God nog het nodige mankeert en schort, die heeft
volkomen gelijk. Maar wie daar een punt van maakt, ja daarvan zou ik zeggen die moet bij de
Vader zijn.  Want die maakt er namelijk geen punt van.  Die zegt: ik heb jullie volkomen
geaccepteerd zoals je bent. Liefde is bij God niet onder voorwaarden. Zo van:  “Als we alle
ongerechtigheden even wegdenken en net doen of die fouten er niet zijn, als we alle zwarte
randen aan je leven even buiten beschouwing laten, ja dàn hou Ik van je.”  
Je hebt een God die zegt: “ Ik hou van je zoals je bent, zoals je nu bent.  En zoals je nu bent is
het goed, en van daaruit gaan we samen werken aan een méér.”  Ja, vier het feest maar hoor, het feest van je hereniging met God.  Want waarom zou het alleen in de hemel gevierd
worden door de engelen?   Vier het feest op aarde ook maar, in je eigen bestaan en geloof dat God je bevestigt. 
En ooit, de Vader weet wanneer, komt de dag dat je kan zeggen: ik lijk echt op mijn Vader,
werkelijk, er is geen spoor van duisternis meer in mij.  Ik ben net zo één, ik ben net zo enkel
goed als God. Net zo onberispelijk. Ja.  Maar dan is dat niet het resultaat van je eigen
inspanning. Dat is dan niet het gevolg van jarenlang in een gemeente zitten, van tot je dood
naar de kerk gaan, zodat je zou kunnen zeggen: Vader ik heb het verdiend.  Nee dan is dat
het gevolg van iets, het is het gevolg van de goedheid en de genade die God aan je heeft
bewezen. Bij veel christenen die niet leven als een zoon maar als knecht zit heel diep de
gedachte: dienen is verdienen. Naar de mate dat ik God meer dien en zijn geboden in acht
neem  ben ik onberispelijker en verdien ik meer zijn waardering. Je ziet dat ook heel goed bij
die werkers in de wijngaard: zij die het langst gewerkt hadden meenden recht te hebben op
meer beloning  dan zij die veel korter gewerkt hadden, want dienen is immers verdienen.
Maar zo werkt het niet in het koninkrijk van God. Bij God krijg je niet wat je verdient! Het is
misschien even wennen aan het idee, maar je krijgt gelukkig niet wat je verdient, je krijgt wat je nodig hebt. En dat is veel meer dan je verdient. En het eerste wat je niet verdiend hebt maar wel hebt gekregen is je rechtvaardigheid: van aanklacht vrij omdat je dat door Gods genade is geschonken. Ik zou zeggen: aanvaard die genade en ga leven als een zoon.
 
 
Amen
 
 
Zullen we bidden?
Heer dank U, dat U zo vol van goedheid bent, dat U gewoon overloopt van goedheid.   Dat
het er eigenlijk aan alle kanten bij U uitkomt.  Dank dat U ons ook zo maakt, door alles heen,
eén en enkel goed, doordat u ons genade bewijst.  
Ik bid Heer, dat we ons dat laten welgevallen, die genade van U.  Dat het er in wil en dat we
loskomen van het leven als een knecht. Want er is bij U zoveel overvloed.   Dat dàt er bij ons
ook in wil.   Heer daar zegenen we elkaar mee voor de komende tijd. Dat dàt de kracht is die
ons doet voortgaan.    
 
Amen.