Friday, April 19, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

De liefde van de Vader - 1 Johannes 3:1 - Simon Verdouw
 
Daarnet zongen we in dat lied: ‘Laat al wat ik denk vol zijn van Uw liefde Heer.’
Elke keer als ik dat zinnetje zing  -met heel mijn hart overigens- denk ik: “Dat is nogal wat.” Als ik mijn eigen denken naga, mijn eigen leven door een hele dag, dat vol laten zijn van Uw liefde Heer… om dat nou inhoud te geven. Dat ‘je gedrag’ te maken.
Nou, daar wil ik vanmorgen een beetje over spreken: over de liefde van de Vader. En ik wil met jullie lezen 1 Johannes 3:1: ‘ Ziet - ogen open - zie, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen van God genoemd worden’. En we zijn het ook! Zie vanmorgen welk een liefde ons de Vader gegeven heeft.  En dan naar Judas :1-2: ‘Judas, een dienstknecht van Jezus Christus en een broer van Jakobus’,‘aan de geroepenen’, die in God de Vader geliefd en voor Jezus Christus bewaard zijn. ‘Barmhartigheid, vrede en liefde wordt ons vermenigvuldigd’.
 
Broeders en zusters, de liefde is veel bezongen. Ze is wanhopig gezocht. Ze is weinig gevonden. In de wereld om ons heen constateren we verkilling, verharding en wetteloosheid. Toch leven wij, naar ik meen, in een tijd waarin al het religieuze wordt weggeschoven en waarin de onweerstaanbare liefde van God zich toch steeds meer zal openbaren en gezien zal worden.

Liefde wil zich laten kennen. En God laat zich door niets en door niemand ooit tegenhouden. ‘Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven’. Zijn liefde is dus op te merken voor wie er oog voor heeft en het zoekt.
Dat Zijn liefde aantoonbaar is blijkt uit God zijn daden. Liefde vraagt erom om gezien te worden, vertaalt zich naar daden. En de grootste ingreep van God ná de schepping is een liefdedaad geweest toen Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf voor een wereld die verloren was. Toen Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf om voor de mensheid de zonde op zich te nemen; de ziekte en de zwakheden te dragen, was dat een liefdedaad van God. Daarom kunnen we in Jezus Christus de liefde van God zien in zijn meest zuivere vorm. De liefde van de Vader voor Zijn eigen Zoon en de liefde van de Zoon voor Zijn eigen Vader en voor de mensheid. Het is de grootste wens van de schepper van hemel en aarde, van de almachtige en onzienlijke en eeuwige God, om niet zozeer als ‘God’ benoemd te worden, maar om door Zijn mensen als ‘vader’ gekend te zijn.

In Jeremia 3:19 staat, uit het hart van God gegrepen, dat Hij tegen Zijn volk zegt: “En Ik had nog wel gehoopt dat jullie mij ‘Vader’ zouden noemen”. Hij mist dat. Want die almachtige, grote God heeft maar één verlangen: dat Zijn volk Hem kent en beleeft als ‘vader’ en Hem als zodanig ook noemt. Het is dan ook ontroerend om op te merken dat de eerste in het openbaar gesproken en in de bijbel opgeschreven woorden van onze Heer Jezus op 12-jarige leeftijd zijn: ”Wist je niet dat ik bezig moest zijn met de dingen van mijn Vader?
 
Als jullie naar je eigen gebedsleven kijken, tegen wie spreek je dan? Hoe spreek je de Almachtige aan? Je moet eens voor jezelf toetsen wat er in je gebeurt als je tot God gaat bidden met het woord ‘Vader’. Dat kan wel eens heel confronterend zijn. Vooral als mensen geen vader hebben gehad, of een slechte vader hebben gehad, kan er van alles in je hart omgaan. Maar er stijgt iets boven uit in de Vader uit wie alle vaderschap is om Hem als ‘Vader’ te noemen. Jezus zegt: “Ik moet bezig zijn met de dingen van mijn Vader” en daarmee drukt Hij uit hoe Hij God kent, welke relatie Hij met Hem heeft. Welke veiligheid, welk besef van wie Hij is. Wat Zijn afkomst is, waar Hij naartoe gaat.

Wist je niet dat Ik bezig moest zijn met de dingen van God, nee met de dingen van mijn Vader”. En wat is het allereerste gebed dat Jezus ons leert? Wat zijn de eerste woorden van dat gebed? “Onze God”; nee. Onze…Vader. Wat gaat dat diep! Het is toch de diepste behoefte van een mens dat je gekend bent, dat je je aanvaard weet. Dat je bestaat in dit leven met een bedoeling. Dat je een thuis hebt, een toekomst. “Ziet toch welk een liefde ons de Vader heeft gegeven”. Van alles wat er van God gezegd kan worden, het kan worden samengevat in één woord: God is … liefde. Dat is Zijn wezen. Daarbij is God niet in zichzelf gekeerd als een afgesloten cirkel, maar is Hij altijd - zoals de liefde in werkelijkheid is - gericht op wat buiten Hem is. Op Zijn schepping, op Zijn schepsel, op de mens. Zijn liefde zoekt een aandachtsgebied en een werkveld in het leven van mensen. De mensenliefde van God is zo groot.
 
Dan zegt dus die tekst uit Judas: ‘Je bent in God, de Vader, geliefd (bemind, zou je kunnen zeggen) en voor Jezus Christus bewaard’. Het is meer dan de moeite waard om ons te verdiepen in de liefde van de Vader. Het is naar mijn mening ook meer dan ooit een noodzaak om dat te doen. Om het niveau van Zijn liefde proberen te vatten, te zoeken naar het inhoudelijke ervan. Niet om het te bestudéren, maar om het te beléven en om het uit te leven. Daarbij draagt het karakter van Gods liefde soms meer in zich wat Hij als nóódzaak ziet voor de mens, dan wat je als mens soms als directe behoefte ervaart. Daarom was het liefde van God dat Jezus Christus stierf voor de zonde van de hele wereld, hoe ongerijmd dat ook leek. Daarom aanvaardde Jezus Christus dat als de liefde van God voor de mensheid, dat Hij het was die dat op zich zou nemen. Maar dat is liefde van een hoog kaliber en van een hoog niveau. Jezus Christus stierf voor de zonde van de hele wereld en God was in Christus Jezus de wereld met Zich verzoenende.
Als je iets van die liefde ziet welke de Vader heeft voor Zijn schepping. Mocht je nog op een afstand van die God zijn, doe vandaag een stap naar Hem toe. Ontdek, aanvaard de liefde die Hij voor mensen heeft. Een liefde waardoor Hij Zijn Zoon gaf om alle mensen weer tot Zich te kunnen trekken. Laat die liefde je hart raken en laat je door die liefde overtuigen en tot God terugbrengen, als dat nodig mocht zijn.
 
Lieve mensen, die liefde is zo groot, die is niet te vangen in één kerkje. In Jezus Christus openbaart die liefde zich in alle volheid. Maar dat is nóg te weinig in één. Hij is de Eerste. Liefde wil nooit alleen blijven. Liefde zoekt een heel volk. God zoekt een hele mensheid. Daarom staat er in Efeziërs 3:18 dat we samen met alle heiligen in staat zijn de omvang van die liefde te bevatten en te begrijpen. Maar ook te ervaren en te voelen. Daar is een hele mensheid voor nodig om vol te worden, vervuld te worden in heel je wezen, een overlopen van God zelf die liefde is.
 
Een persoonlijke ontmoeting met Jezus Christus die liefde is, kan in één keer zoveel verkeerde voorstellingen wegnemen. Of in één keer zoveel van de liefde van God aan je hart openbaren. Je doen érvaren. Dan kun je bidden: “Heer, open mijn ogen daarvoor. Of neem alles weg wat het verhindert om die liefde te zien. Heer ontmoet mij.” Liefde wil toch ontmoet worden? Echte liefde zoekt er toch naar om gekend te zijn? Je wilt toch als ouders liefde schenken? Je wilt toch dat er een gelegenheid is dat dat overkomt. Liefde wil zich toch meedelen? Zo is God. Dus een gebed naar Jezus of naar de Vader: “Toon mij Uw liefde”, is een gebed naar Zijn hart.
 
Het was begin van dit jaar dat ik op een nacht niet kon slapen. En als je wakker bent ’s nachts, kan je het beste maar bidden. Nadenkend over dit onderwerp vroeg ik: “Vader, toon mij Uw liefde.” Op datzelfde moment gingen mijn gedachten terug naar toen ik een jaar of zestien, zeventien was en ik mijn eigen vader verloor. Korte tijd was hij ernstig ziek en hij overleed. Ik heb geen slechte vader gehad. Ik ben dankbaar voor het gezin waar ik uitkom, maar een echte band met mijn vader had ik niet. En in die fase dat hij overleed, deed mij dat ook eigenlijk niet zoveel. In dezelfde periode ontmoette ik Nel, mijn vrouw, waar ik al heel lang gelukkig getrouwd mee ben. Die dacht: “Nou ik vind een jongen, die diep in verdriet is vanwege het overlijden van zijn vader”.

Maar dat was niet zo. In ons huwelijk hebben we zelf vier jongens gekregen, het zijn nu allemaal twintigers. Voor hen ben ik dus een vader geworden. En er was een moment in de opvoeding, dat ik, met hen bezig zijnde en optrekkende naar mijn beste vermogen, mij ineens heel erg bewust werd van het feit dat wat zij van mij ontvingen, ik zelf had gemist. Dat raakte ineens m’n hart en ik werd daar heel verdrietig van. En toen besefte ik wat ik gemist had. En het wonderlijke van die ontmoeting, van dat gebeuren waar ik nu op doel, midden in de nacht, is: dat toen ik bad, dat de liefde van de Vader, dat ik die zou merken, ik terugging naar die tijd van mijn jeugd – zestien, zeventien – en ik de ervaring had van God, Zijn liefde voor mij in die situatie dat mijn eigen vader wegviel. Dat Hij mij zag. Ik wist ineens wat voor verdriet ik had en ik wist dat God het zag en daar ook mee bewogen was. Tegelijkertijd met dat tekort, of met die pijn en dat verdriet ervaarde ik de invulling van de liefde van God die dat oploste. Drie dingen tegelijkertijd bewogen daar van binnen. Dat was heel ontroerend. Het ging ook niet zonder tranen. Dus mijn gebed: “Vader, toon mij Uw liefde”, bracht mij in die situatie en deed mij iets beleven van waarachtige liefde van God. Van vaderliefde van God, die begreep, die inleefde en die tegelijkertijd aanvulde en genas. De liefde van de Vader. Voor mij was dat voor mijn leven even het ‘zien’ welk een liefde de Vader mij gaf. En u hebt misschien uw eigen getuigenis op dat punt.
Dus als je erom bidt en het overkomt je, geef je eraan over. Laat Zijn liefde stromen, zingen we in een lied. Geef je gewonnen. Het kan je dus overkomen, net als dat je verliefd kan worden in je leven.
 
Broeders en zusters, God is liefde. Het is zo prachtig en praktisch beschreven in 1 Corinthiërs 13. Je kan maar het best over de liefde zo concreet mogelijk dan spreken. Dan staat er in 1 Corinthiërs 13:4 dat die liefde ‘lankmoedig’ is. Lankmoedig, goedertieren; ze is niet afgunstig, ze praalt niet en ze is niet opgeblazen. De liefde van God is niet begrensd. De liefde van God schenkt ruimte. De liefde van God wacht.

Kijk maar naar het verhaal van Noach. Hoe God in zijn liefde wacht, gelegenheid geeft, wacht op het juiste moment. Niet geforceerd en gehaast is, maar wacht totdat de tijd rijp is. De liefde van God is lankmoedig, dat zie je in Jezus. Elke keer prikkelt het me, raakt het me, ontroert het me, moedigt het me aan, vermaant het me, als ik erover nadenk hoe Jezus met Zijn eigen discipelen optrok. Hen verdroeg, hen tot het einde liefhad. Wat een liefde toonde Jezus ten opzichte van Zijn ongelovige, Zijn discipelen die Hem alleen lieten. Hij bleef hen liefhebben.

Lankmoedig: Hij had hen lief tot het einde. Een liefde die gekenmerkt wordt door vriendelijkheid. Een liefde die gekenmerkt wordt door welwillendheid. Een liefde die altijd ontfermend is. Altijd Zijn armen om wat zwak is, wat aangetast is, wat kwetsbaar is, heen doet. Hij zegt: “Kom op, we gaan samen verder” en echte warmte en geborgenheid dichterbij brengt. Zo is God, zo is Jezus. Die liefde is in ons hart door de Heilige Geest. Ze is niet afgunstig of jaloers. De liefde van God kan verdragen, kan blij zijn dat het een ander goed gaat.
Weet u wat er ergens staat van God? Dat Zijn, Zijn nederbuigende goedheid maakt mij groot (Ps 18:36). Zo is God. Hij buigt Zich neer om je groot te maken.

De liefde heeft een zelfbesef, een zelfbewustzijn. Echte liefde is zich van zichzelf bewust, cijfert zichzelf dus niet weg of ontkent zichzelf, maar aanvaart zichzelf. Er is een soort vrede van binnen met wie je bent, dát je er bent, dat je er zijn mag. Ze is niet afgunstig; de liefde kent zijn eigen plaats, kent zijn eigen talent, zijn eigen taak en opdracht en daarmee ook je grenzen. Wat ik kan, of wat jullie kunnen, hoef ik niet te kunnen. Moet ik ook niet proberen. De taak die de Heer mij geeft schept ruimte om me heen. Daar moet ik niet buiten gaan, anders kom ik in de zenuwen. De liefde kent zijn eigen grens. De liefde merkt ook de ander op en erkent ook wat in de ander is. En de liefde zal altijd stimuleren de anderen te ontdekken, te benoemen, te bemoedigen, te zegenen, vooruit te helpen, verder te helpen. Zo is God, dat is liefde van God. Zo werkte het volledig in Jezus.

Die liefde Gods is in ons hart uitgestort; mag ook in ons iets doen. Die liefde praalt niet; die liefde kent geen grootspraak, doet niet overdreven. Jezus zegt: “Ik zoek niet Mijn eer, maar Ik zoek de eer van Mijn Vader.” Ik stel mezelf wel eens de vraag – ik weet niet of jullie dat ook wel eens doen – “Wanneer zou ik nou zelf het gelukkigst zijn in mijn leven? Wat is nou voor mij een soort gelukzaligheid?” Daar ben ik wel eens mee bezig. Daar zoek ik naar. Je wilt de Heer dienen. En dan kwam ik toch wel uit bij het woord van Jezus, dat Jezus zegt: “Het is Mijn diepste hónger om de wil van God te doen, Zijn eer te zoeken.” Daaruit concludeer ik dan dat je dat als mens heel gelukkig maakt. En ik wil als mens heel gelukkig worden. Niet mijn eigen eer zoeken, maar de eer zoeken van Mijn zender.
Ze is niet opgeblazen, ze kent geen grootspraak. Ga nooit jezelf verheffen of een ander minderwaardig achten. Ik las ergens: ‘De liefde tot elkaar, tot de broeders, bewaart een christen voor hoogmoed en minderwaardigheidsgevoelens’.
Als je dat zo noemt: de liefde is lankmoedig, geduldig, niet afgunstig, praalt niet, niet opgeblazen, dan denk ik dat het een áfwezigheid van liefde is die er aan ten grondslag ligt als je daarmee problemen hebt. Ik bedoel, als je in je leven met jaloezie kampt; dat je je maar moet handhaven in het leven of boven de ander verheffen. Liefde die de Vader geeft is in staat om je daarvan vrij te maken, te genezen.
 
1 Corinthe 13:5 gaat verder: ‘De liefde kwetst niemands gevoel’. God kwetst nooit iemands gevoel. Heeft u Jezus wel eens iemands gevoel zien kwetsen als je Hem zorgvuldig volgt in de evangeliën. Jezus kwetste nooit het gevoel voor het eerbare. Jezus handelde nooit onedel. Hij gedroeg zich nooit ongemanierd of grof. Ik las ergens: ‘Agapeh – dat is dat woord voor liefde, dat Griekse woord – is nooit honds, of onbeschoft. Ze is niet geneigd tot dwarsdrijverij of tegenspraak. Die liefde doet alles om de goede sfeer in de gemeente te bewaren. Want zij staat positief ten opzichte van elk lid van de gemeente. Ze respecteert de medemens en laat dat ook merken in de omgangsvormen. Een christen is een beschaafd mens en bespreekt de moeilijkheden die hij met zijn broeders en zusters heeft onder vier ogen en niet in gezelschap. Christenen zijn welgemanierd.
Je kunt het ook nog anders stellen: “Als de liefde van God in mij woont en werkt, ben ik minder kwetsbaar. Dan zit er in die liefde blijkbaar ook een kracht waarbij, zelfs al wordt er negatief tegen je gedaan, je dat toch niet raakt. Het dringt toch niet door. Er is in mij een liefde voor de ander die me niet van mijn positie krijgt. Dat is liefde die ik van God ontvang. De liefde van God, niet uit kracht maar door de Heilige Geest in mijn hart uitgestort. Zo oefen ik me. Daar probeer ik mee te werken. Dan word je minder kwetsbaar.
 
De liefde zoekt zichzelf niet. God zoekt zichzelf niet, zoekt niet Zijn eigen belang. Jezelf zoeken, zelfzucht. De liefde, die heeft dat gewoon niet. Dat is wezensvreemd aan haar. Het is een eigenschap van liefde dat ze niet zo zichzelf in het middelpunt stelt. Dat ze niet zoveel aandacht voor zichzelf nodig heeft. Er is een diepe vrede, die zo uitwerkt dat je om je heenkijkt en dat je denkt: “Wat heb jij nodig, wat heeft die ander nodig? Waar zit een ander mee? Wat kan ik voor een ander betekenen?” Het kan in je leven bewerken dat je de ander uitnemender acht dan jezelf en het belang van de ander zoekt. Wat is dat mooi als je dat beleeft. Dat er iemand is die zonder bijbedoelingen het beste voor je zoekt. Dat er iemand is die zonder voorwaarde zich voor jou inzet om je verder te helpen. Zo zit God in elkaar. Zo is de liefde van God. Zo werkt de liefde van God. Zo wandelde Jezus Christus, dat is Zijn leven.
We zien dat als Jezus zegt: “Vader, niet mijn wil, maar Uw wil geschiede (Mattheüs 26:39).
 
Liefde van God draagt het vermogen in zich nooit verbitterd te geraken. Zijn jullie wel eens boos en verbitterd? Dat kan heel terecht zijn. Boosheid kan heel terecht zijn om wat je is overkomen, om wat je is aangedaan. Er zijn mensen die de verschrikkelijkste dingen hebben meegemaakt in hun leven. Ze zijn daar terecht boos over. Waar echter boosheid blijft, verstopt en niet verwerkt wordt, dreigt het gevaar van verharding en verbittering. Dan heb je heel veel liefde van God nodig die niet te verbitteren is om tot genezing te komen. Tot verwerking van zo’n situatie. Maar de liefde draagt de kwaliteit in zich om dat in het leven van een mens te bewerken, te zuiveren. Hij is bij machte om een verhard hart zacht te maken en een koud hart te verwarmen.
 
‘De liefde van God rekent het kwade niet toe.’ In 2 Corinthe 5:19 staat dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was door hun hun overtredingen niet toe te rekenen. Kent u het verhaal van Stefanus die, als hij gestenigd wordt, roept:“Here, reken hun deze zonde niet toe.” (Handelingen 7:60). Jezus bidt terwijl Hij onschuldig wordt veroordeeld en gekruisigd: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen!” (Lucas 23:34). Hoe ver kan liefde gaan? Wat ligt er aan rijkdom in echte liefde besloten die in God is, in Jezus werkt en door de Heilige Geest in onze harten ook is uitgestort.
 
1 Corinthe 13:6: “Liefde is niet blij over ongerechtigheid. Ze is wel blij met waarheid”. Echte liefde heeft een afgrondige hekel aan zonde, aan leugen, aan ziekte. Het was een liefdeswoord van God toen Hij sprak tegen de satan: “Er zij vijandschap tussen u en de mens” (Genesis 3 vers 15). Het is liefde, echte liefde die zich verzet, die onrecht en ongerechtigheid niet kan verdragen en daarom de grootste kracht is om het kwaad te elimineren om je leven weerbaarheid te schenken ten aanzien van de duisternis. De liefde is ook niet blij als een ander tegenslag heeft, als een ander verkeerd doet, als een ander leed ondergaat. Daar is liefde niet blij mee. Maar sterker nog; liefde brengt dan een verzet op gang. Een houding die eraan gaat werken om alle ongerechtigheid uit te bannen. Het is liefde waardoor je op een gegeven moment zegt: “En toch leg ik me niet neer bij de situatie zoals die in mijn leven is. Ik wil niet door blijven gaan op deze weg. Er moet voor mij een uitweg zijn uit deze zonde, uit dit zondige gebeuren.” Het is liefde die je er niet bij neer doet leggen dat ergens nog duisternis in je leven bestaat en daarom een kracht is die alles mobiliseert om dat ongedaan te maken.
Wie vasthoudt aan Jezus, die de weg, de waarheid en het leven is, zal altijd hulp vinden tot reiniging, bevrijding en genezing van alle ongerechtigheid.
  
Tot slot zegt 1 Corinthe 13:7: ‘Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij en alles verdraagt zij’. Dat is veel hè: alles. Alles bedekt zij. De liefde bedekt alle dingen. Zij creëert veiligheid. In het bedekken beschermt de liefde, zij doet haar armen om iemand heen. Alles wat op deze wijze eerst bedekt wordt, kan daarna op het juiste moment, door diezelfde liefde, weer tot een oplossing komen. Zo werkt God.
Alles gelooft zij, alles hoopt zij. ‘Hopeloos’ komt in het woordenboek van de liefde niet voor. Alles verdraagt zij. Wat indrukwekkend, dat liefde zo is, die in God is en door Zijn Geest in ons is. Die het nóóit opgeeft. Alles verdraagt zij.  Dat maakt ruimte voor elkaar. Alles ligt in het vermogen van de liefde, die de Vader is en aan ons geeft, besloten.
Ze heeft altijd vertrouwen. Ze verwacht het altijd van God en ze geeft het nooit op. De liefde vergaat nimmermeer. Dus laat je elkaar niet los, maar roep je door lief te hebben de ander tevoorschijn.
In Romeinen 8 vers 38 staat: ‘Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onze Heer.’   Amen.
 
Zullen we nog bidden?
Als dit woord ons oproept tot ‘Zie, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven’, dan vraag ik U, Vader: open onze ogen, open onze harten. Schenk ons deze momenten, een nieuwe indruk, een versterkt besef, een aanraking van de liefde die in U is en naar ons uitgaat. Open onze ogen, neem bedekkingen en sluiers weg. En dat door de Heilige Geest die in onze harten is uitgestort, Uw liefde ons aanraakt. Ik bid dat Uw liefde mijn broeders en zusters, jong en oud, aanraakt op die plaatsen waar tekorten zijn, waar pijn is. Dat Uw liefde bijeen brengt. Dat Uw liefde als een kracht is die bedekt. Dat Uw liefde als een kracht is die in bescherming neemt. Dat Uw liefde als een werking is waardoor we weer hoop en geloof krijgen. Dat Uw liefde als een bron is die alle narigheid wegwerkt. Dat Uw liefde ons weer in elkaar zet als mensen; wat kapot is weer heel maakt en tot een mooie eenheid maakt van binnen.
Here Jezus, kom ons te hulp. Wij bidden dat Uw Geest in ons dit machtige werk zal doen, waardoor de liefde van God in onze harten is uitgestort. Zo openen we ons voor U en we bidden dat we Uw machtige hand door ons leven laat bewegen en Uw liefde alle dingen zal herstellen. En dat het zo zal worden dat ook alle vrees door de volmaakte liefde in ons wordt uitgebannen en we helemaal vrij worden, helemaal vrij.
We willen U danken, we prijzen U voor die liefde van God die in ons leven werkzaam is. En we zegenen elkaar daarmee in de naam van Jezus.
Amen.

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!